Operation Manual

Table Of Contents
38
DE BATTERIJ
De batterijstatus controleren
De batterijstatus kan worden gecontroleerd op het LCD. Plaats een opgeladen batterij of een
nieuwe batterij als wordt aangegeven dat de batterij bijna leeg is.
Er wordt veel van de batterij gevergd wanneer er opnamen worden gemaakt terwijl er beelden
worden weergegeven op de LCD-monitor, of bij langdurig gebruik van de LCD-monitor in de
bewerkings- of de presentatiefunctie. Bij gebruik van de LCD-monitor in de bewerkings- of de
presentatiefunctie verdient het dan ook aanbeveling een wisselstroomadapter te gebruiken.
Bij aansluiting van de wisselstroomadapter dient de camera zelf te zijn uitgeschakeld.
1Controleer of de batterij en de CF-kaart zijn geplaatst.
2Zet de camera aan. Op het LCD wordt de
batterijstatus aangegeven.
De weergave van de batterijstatus
De batterijstatus kan worden gecontroleerd aan de
hand van het batterijsymbool op het LCD.
Als het batterijsymbool volledig is
opgevuld, is de batterij nog voldoende
geladen.
Als het batterijsymbool half gevuld is,
resteert de helft of minder van de
batterijvoeding.
Als alleen het kader van het
batterijsymbool zichtbaar is, is de
batterij bijna leeg. Laad in dat geval de
batterij op.
Als alleen het kader van het batterij-
symbool zichtbaar is en knippert, blijft
dit drie seconden knipperen. Daarna
wordt de camera uitgeschakeld. Laad in
dat geval de batterij op.
1
De camera gereedmaken
Batterijsymbool