Operation Manual

Table Of Contents
29
OPNAMEN MAKEN - OPNAMEFUNCTIE
DE BASISBEGINSELEN
1 Controleer de opnamegegevens in de zoeker en druk de
ontspanknop helemaal in.
U hoort een klik en de opname wordt gemaakt.
Onderwerpen waar het autofocussysteem moeite
mee heeft
Het autofocussysteem kan moeite hebben met scherpstellen
op onderwerpen met weinig contrast, zoals de lucht of witte
muren, op fijne patronen of net- of gaasstructuren, snel
bewegende objecten of opnamen door een raam met gordijn
ervoor. Om dit te verhelpen, kunt u eerst scherpstellen op
een object waarop makkelijk kan worden scherpgesteld op
dezelfde afstand als het eigenlijke onderwerp en de
ontspanknop tot halverwege indrukken. Vervolgens kunt u de
beelduitsnede opnieuw bepalen en de ontspanknop
helemaal indrukken om de opname te maken.
1 Wanneer de LED voor kaarttoegang knippert, worden de
gemaakte opnamen opgeslagen op de CF-kaart. De
volgende opname kan worden gemaakt zodra [Ready] wordt
weergegeven als u opnamen maakt terwijl het
voorbeeldscherm op de LCD-monitor wordt weergegeven.
Instantcontrolescherm
Nadat er een opname is gemaakt, wordt het beeld enkele
seconden op de LCD-monitor weergegeven. Dit scherm
wordt 'instantcontrolescherm' genoemd.
Het instantcontrolescherm is aanvankelijk ingesteld op een
weergave van drie seconden. Deze weergavetijd wordt
ingesteld in de [Camera Preferences]. U kunt er ook voor
kiezen het instantcontrolescherm niet weer te geven.
blz. 98
Een beeld verwijderen.
Druk op de middelste soft-toets wanneer het beeld wordt
weergegeven op de LCD-monitor en selecteer [Delete]
(verwijderen).
Als de tekst [Delete?] verschijnt, drukt u snel op de linker
soft-toets en selecteert u [Delete].
Opgenomen beelden kunnen worden verwijderd via de
bewerkingsfunctie. Controleer de gemaakte opnamen
zorgvuldig om te bepalen welke opnamen kunnen
verdwijnen en verwijder de opnamen in de overzichtsfunctie.
blz. 124
6
Een opname maken
7
Opgenomen beelden
opslaan
Linker soft-toets Rechter soft-toets
Middelste soft-toets