Operation Manual

Table Of Contents
104
De methode voor het nummeren van beelden instellen Beeldenteller
Instellen of de nummering met [1] begint, telkens wanneer een lege CF-kaart wordt geplaatst, of
dat als beeldnummer het aantal keren wordt ingesteld dat er een opname is gemaakt vanaf de
eerste keer dat de camera wordt bediend (doorlopende telling), onafhankelijk van de geïnstalleerde
CF-kaart.
De methode voor het nummeren van beelden instellen
[Reset When Empty] (terugzetten bij lege kaart) (elke keer dat er een CF-kaart wordt geplaatst,
worden opgenomen beelden genummerd vanaf 1),
[Continuous Counter] (doorlopende teller) (met deze camera opgenomen beelden worden
opeenvolgend genummerd).
1 Het scherm [Image Counter] weergeven
1Zet de camera aan en draai de functiekiezer naar de
opnamefunctie (
)
.
2Als u op de menuknop drukt en daarna driemaal op
de rechterpijl (s) van de vierwegbesturing, verschijnt
het menu [Preferences].
3Druk op de pijl-omlaag van de vierwegbesturing om
[Image Counter] te markeren en druk op de linker
softtoets om [Edit] te selecteren.
Het scherm [Image Counter] verschijnt.
2 De nummeringsmethode instellen
1Markeer de in te stellen nummeringsmethode.
[Reset When Empty] (terugzetten bij lege kaart)
Elke keer dat er een lege CF-kaart zonder opgeslagen
beelden wordt geplaatst, worden opgenomen beelden
genummerd vanaf [1].
[Continuous Counter] (doorlopende teller)
Het aantal keren dat er een opname wordt gemaakt
vanaf de eerste keer dat de camera wordt gebruikt,
wordt ingesteld als beeldenteller (doorlopende teller),
onafhankelijk van de geplaatste CF-kaart.
2Als u op de linker soft-toets drukt om [Select] te
kiezen, verschijnt het menu [Preferences].
3Als u op de rechter soft-toets drukt om [Exit] te
selecteren, worden de beelden genummerd op basis
van de ingestelde methode.
Menu [Preferences] (voorkeuren)
Scherm [Image Counter] (beeldenteller)