Operation Manual

Table Of Contents
98
De weergavestatus van de LCD-monitor wijzigen Weergave
Instelling van de helderheid van het scherm, de weergaveduur van het instant controlescherm en
het al dan niet weergeven van het live-weergavescherm bij inschakeling van de camera.
Helderheid van het scherm
Instelling van de helderheid van de LCD-monitor. ([1]-[7])
[1] Het scherm wordt op de donkerste stand ingesteld.
[4] Standaard helderheid van het scherm.
[7] Het scherm wordt op de lichtste stand ingesteld.
Instantcontrole
Instelling van de weergaveduur van het instantcontrolescherm (onmiddellijke weergave van
gemaakte opnamen) dat verschijnt na het maken van een opname.
[1 sec] - [10 sec] De tijd kan worden ingesteld in eenheden van 1 seconde.
[10 sec] - [30 sec] De tijd kan worden ingesteld in eenheden van 5 seconden.
[Off] Na een opname wordt er geen instant controlescherm weergegeven.
Live-weergavescherm
Instellen of het live-weergavescherm moet worden weergegeven bij het maken van opnamen.
[Off] (uit) Er wordt geen live-weergavescherm weergegeven, tenzij in de opnamefunctie op de
weergaveknop wordt gedrukt.
[On] (aan) Wanneer de functiekiezer wordt ingesteld op de opnamefunctie, wordt een
liveweergavescherm weergegeven.
Houd er rekening mee dat de batterijen snel leegraken wanneer er opnamen worden gemaakt
terwijl het live-weergavescherm wordt weergegeven.
Sluimerstand
Hiermee wordt ingesteld hoe lang het duurt voordat het systeem automatisch overgaat op de
sluimerstand wanneer de camera niet wordt gebruikt.
[30 sec], [1 min], [2 min], [5 min] ... Het systeem gaat over op de sluimerstand nadat de
ingestelde tijd is verstreken.
5 minuten nadat het systeem is overgegaan op de sluimerstand, wordt de camera automatisch
uitgeschakeld. Bij het maken van intervalopnamen is de functie voor automatische
uitschakeling echter niet actief.