Operation Manual
87
Opnamefuncties
4
U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht.
De gevoeligheid kan worden ingesteld op [AUTO] of tussen ISO 100 en 3200.
De standaardinstelling is [AUTO].
1
Druk in de opnamestand op de vierwegbesturing (5).
Het scherm [Gevoeligheid] wordt weergegeven.
2
Selecteer de ISO-waarde
voor gevoeligheid met de
vierwegbesturing (23).
3
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
Gevoeligheid instellen
• [Gevoeligheid] kan niet worden gebruikt om de gevoeligheid in te stellen als de
belichtingsfunctie is ingesteld op K (Gevoeligheidsvoorkeuze). Draai bij weergave
van het statusscherm aan de e-knop om de instelling op te geven. (p.92)
• Bij selectie van de standen n (Podiumbelichting) of l (Nachtsnapshot) in de stand
H (Scène), wordt de gevoeligheid ingesteld op AUTO (200-3200) en is Dynamisch
bereik uitbreiden (p.88) altijd ingeschakeld.
• Bij een hogere gevoeligheidsinstelling kunnen opnamen meer ruis vertonen. U kunt
ruis terugdringen met het instellen van [12. Ruisonderdr hoge ISO-wrd] in het menu
[A Pers.instelling 2]. (p.89)
• U kunt instellen of de ISO-gevoeligheid moet worden vergrendeld met stappen
van 1 LW of moet worden gecoördineerd met de LW-stappen (p.105)
in [2 Gevoeligheidsstappen] in het menu [A Pers.instelling 1] (p.78).
D-Range
D-Range
Gevoeligheid
Gevoeligheid
OK
OK
OK
AUTO
AUTO
AUTO
AUTO
100
100
100-800
100-800
200
200
400
400
800
800
1600
1600
3200
3200
e_kb464_84percent.book Page 87 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM