Operation Manual

70
Basisbediening
3
U kunt de flits instellen in een bereik van –2.0 tot +1.0. De flitscorrectiewaarden
zijn als volgt bij 1/2 LW en 1/3 LW.
Stel de trapinterval in bij [1. LW-stappen] (p.105) in het menu [A Pers.instelling 1].
Corrigeren van de flitsintensiteit
Trapinterval Flitscorrectie
1/2LW
–2.0, –1.5, –1.0, –0.5, 0.0, +0.5, +1.0
1/3LW
–2.0, –1.7, –1.3, –1.0, –0.7, –0.3, 0.0, +0.3, +0.7, +1.0
Opnamen met daglichtsynchronisatie
Bij daglicht voorkomt de flitser schaduwen wanneer u een portretfoto
maakt van iemand met schaduwen over het gezicht. Het gebruik van
de flitser op deze manier wordt daglichtsynchronisatie genoemd.
Bij daglichtsynchronisatie wordt de functie Flitser aan gebruikt.
Opnamen maken
1 Klap de flitser handmatig uit en controleer of de flitsfunctie is ingesteld
op E. (p.68)
2 Controleer of de flitser volledig is opgeladen.
3 Maak een opname.
Zonder daglichtsynchronisatie Met daglichtsynchronisatie
Als de achtergrond te helder is, kan de opname worden overbelicht.
e_kb464_84percent.book Page 70 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM