Operation Manual
158
Opname-instellingen
6
3
Selecteer met de vierwegbesturing
(45) de Beeldtint.
4
Gebruik de vierwegbesturing (23)
om een item te kiezen dat u wilt
wijzigen (Kleurverzadiging, Tint,
Contrast of Scherpte).
Als Beeldtint is ingesteld op Monochrome,
kunt u instellingen wijzigen voor Filtereffect,
Tint, Contrast en Scherpte.
5
Wijzig de instelling met de vierwegbesturing (45).
De achtergrondopname verandert overeenkomstig de instelling.
U kunt kleurverzadiging en tint controleren met behulp van het diagram.
Draai voor Scherpte de e-knop naar Fijne scherpte. De contouren van de afbeelding
worden bij Fijne scherpte nog scherper en dunner, wat de functie heel geschikt
maakt voor opnamen met bijvoorbeeld haar.
6
Druk op de knop 4.
U keert terug naar het statusscherm; de camera is gereed voor het maken
van een opname.
Als Beeldtint is ingesteld op Monochrome, wordt het diagram niet weergegeven.
Helder
Helder
Voorbeeld
Voorbeeld
R
Y
G
C
B
M
R
Y
G
C
B
M
OK
OK
OK
OK
OK
Voorbeeld
Voorbeeld
OK
BW
R
Y
G
C
B
M
R
Y
G
C
B
M
Portret
Portret
e_kb464_84percent.book Page 158 Wednesday, October 15, 2008 11:38 AM