Operation Manual

130
5
Functiereferentie
U kunt kiezen welk deel van het matglas wordt gebruikt om het licht te meten en de belichting
te bepalen. Bij deze camera hebt u de keus uit meervlaksmeting, lichtmeting met nadruk op
het midden en spotmeting. De standaardinstelling is meervlaks lichtmeting [Multi-segment].
Instellen in [Autobel.] het menu [A Opname]. (blz. 98)
Bij meervlaks lichtmeting wordt het beeld in de
zoeker gemeten in 16 verschillende zones, zoals
de afbeelding laat zien. Bij deze functie wordt
automatisch bepaald welk helderheidsniveau elk
gedeelte van het beeld heeft.
De lichtmeetmethode selecteren
L
Meervlaksmeting
Het matglas wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten en de
juiste belichting wordt bepaald.
M
Meting met nadruk
op het midden
Het gehele matglas wordt gemeten, met nadruk op het midden en de
belichting wordt bepaald.
N
Spotmeting
Meting van uitsluitend het middelpunt van het matglas ter bepaling van
de belichting.
Meervlaks lichtmeting gebruiken
Lichtmeting met nadruk op het midden wordt automatisch ingesteld, zelfs wanneer u
meervlaks lichtmeting selecteert bij gebruik van een ander objectief dan DA, D FA, FA J,
FA, F of A. (Zo’n objectief kan alleen worden gebruikt wanneer dit is toegestaan in
[Gebruik diafr. ring] via het menu [A Pers. inst.](blz. 101).)
0.0
OK
OK
1 sec
Cancel
Momentcontrole
Opname
Auto Bracket
Autobelicht.
AF-veld
Autofocus
Belichtingscomp.