Operation Manual

119
5
Functiereferentie
Wanneer er is scherpgesteld, verschijnt de
scherpstelindicatie ] in de zoeker.
(Als deze knippert, is er niet scherpgesteld
op het onderwerp.)
1Onderwerpen waarop moeilijk automatisch
is scherp te stellen (blz. 46)
•Bij l (scherpstellen één opname) is de scherpstelling vergrendeld terwijl ] brandt
(scherpstelvergrendeling). Om scherp te stellen op een ander onderwerp, haalt u eerst
uw vinger van de ontspanknop.
In de functie \ (bewegend onderwerp) of als de scherpstelfunctie is ingesteld op k
(continu scherpstellen) (blz. 122), wordt er continu scherpgesteld, waarbij het
bewegende onderwerp wordt gevolgd as zolang de ontspanknop tot halverwege
ingedrukt wordt gehouden.
De sluiter kan pas ontspannen als er is scherpgesteld op het onderwerp in l
(scherpstellen één opname) (blz. 122). Als het onderwerp zich te dicht bij de camera
bevindt, gaat u achteruit en maakt u de opname. Stel de scherpstelling handmatig in
als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld (blz. 46). (blz. 125)
•Bij l (scherpstellen één opname) drukt u de ontspanknop tot halverwege in.
Wanneer de ingebouwde flitser is uitgeklapt, gaat deze automatisch verschillende
keren af, zodat de autofocus makkelijker kan scherpstellen op een onderwerp in een
donkere omgeving.
Ongeacht de instelling van de camera op l (scherpstellen één opname) of k
(continu scherpstellen) volgt de camera het onderwerp automatisch als is vastgesteld
dat het een bewegend onderwerp is.
Scherpstelindicatie