Operation Manual
112
5
Functiereferentie
De kleur van het onderwerp hangt mede af van de lichtbron. Een wit voorwerp heeft
bijvoorbeeld bij daglicht een andere schakering wit dan onder een gloeilamp. In camera’s die
werken met film, wordt dit aangepast door een andere film te nemen of filters te gebruiken.
Bij digitale camera’s wordt de witheid aangepast via de witbalans. De standaardinstelling is
[F (auto)].
De kleurtemperatuur (K) is een benadering en vormt geen indicatie van de exacte kleuren.
Stel [Witbalans] in het menu Fn in. (blz. 102)
Witbalans instellen
F
Automatisch
Instellen om de witbalans automatisch aan te passen.
(Circa 4000 tot 8000K)
G
Daglicht Instellen wanneer u opnamen maakt bij zonlicht. (Circa 5200K)
H
Schaduw Instellen wanneer u opnamen maakt in de schaduw. (Circa 8000K)
^
Bewolkt Instellen wanneer u opnamen maakt op bewolkte dagen. (Circa 6000K)
J
Neonlicht
Gebruik deze functie bij het maken van opnamen onder TL-licht. Kies het
type TL-licht: W (wit) (4200K), N (neutraal wit) (5000K), of D (daglicht)
(6500K).
I
Lamplicht
Instellen wanneer u opnamen maakt onder een gloeilamp of andere
kunstverlichting. (Circa 2850K)
b
Flitser
Instellen om opnamen te maken met de ingebouwde flitser.
(Circa 5400K)
K
Handmatig
Instellen om opnamen te maken waarbij u de witbalans handmatig
wilt instellen.
• Zie blz. 113 voor handmatige aanpassing.
• De witbalans kan niet worden gewijzigd in de Picture-functie (blz. 47).
OK
OK
OK
OK
Witbalans
Witbalans
Auto
Auto
Witbalans
Auto