Operation Manual

104
4
Menu-referentie
De functiekiezer gebruiken
U kunt de opnamefunctie wijzigen door een pictogram op de functiekiezer tegenover het
indexstreepje te zetten.
Onderdeel Functie Bladzijde
I
(Auto Picture)
Selecteert automatisch een van de functies Normaal,
Portret, Landschap, Macro of Bewegend onderwerp.
blz. 47
U
(normaal)
De basisfunctie voor het maken van opnamen
=
(portret)
Optimaal voor het maken van portretfoto’s.
s (landschap)
Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt kleuren en
verzadiging van bomen en lucht en zorgt voor een heldere
opname.
q
(macro)
Maak levendige dichtbijopnamen van bloemen.
\ (bewegend onderwerp)
Hiermee kunt u scherpe opnamen maken van een snel
bewegend onderwerp, bijvoorbeeld bij een sportevenement.
.
(portretopname bij nacht)
Hiermee kunt u opnamen van mensen tegen een nachtelijke
achtergrond of schemering.
a (flits UIT)
De flitser wordt uitgeschakeld. Andere instellingen zijn
hetzelfde als bij Normaal (U).
Functie-indicatie