PENTAX Corporation De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen. AP011305/NL Copyright © PENTAX Corporation 2005 FOM 01.07.2005 Printed in Germany SLR Digitale Camera Handleiding Handleiding 2-36-9, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN (http://www.pentax.co.jp/) PENTAX Europe GmbH Julius-Vosseler-Strasse, 104, 22527 Hamburg, (European Headquarters) GERMANY (HQ - http://www.pentaxeurope.
Fijn dat u hebt gekozen voor de PENTAX L digitale camera. Lees dit document voor gebruik door om de functies van de camera optimaal te kunnen benutten. Bewaar deze handleiding op een veilige plaats; hij kan een waardevol hulpmiddel zijn om inzicht te krijgen in alle mogelijkheden van de camera. Geschikte objectieven Voor deze camera zijn alle DA, D FA en FA J-objectieven en objectieven met een s-stand (automatisch) op de diafragmaring geschikt.
1 VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA We hebben de grootst mogelijke aandacht besteed aan de veiligheid van dit product. Bij gebruik van dit product vragen we om uw speciale aandacht voor zaken die zijn aangeduid met de volgende symbolen. Waarschuwing Pas op Dit symbool geeft aan dat het niet in acht nemen van deze waarschuwing ernstig persoonlijk letsel kan veroorzaken.
2 Pas op • Probeer nooit de batterijen kort te sluiten of aan vuur bloot te stellen. Demonteer de batterijen nooit. De batterijen kunnen exploderen of vlam vatten. • Laad geen andere batterijen op dan oplaadbare Ni-MH-batterijen. De batterijen kunnen exploderen of vlam vatten. Van de batterijen die in deze camera kunnen worden gebruikt, kunnen alleen de Ni-MH-batterijen worden opgeladen. • Als de batterijen heet worden of beginnen te roken, moet u deze onmiddellijk uit de camera halen.
3 Aandachtspunten tijdens het gebruik • Neem het document Worldwide Service Network mee dat in het pakket zit. Dit komt van pas bij problemen in het buitenland. • Wanneer de camera lange tijd niet is gebruikt, ga dan na of alles nog goed werkt, vooral als u er belangrijke opnamen mee wilt maken (bijvoorbeeld huwelijksfoto’s of opnamen op reis). Opnamen kunnen niet worden gegarandeerd als opnemen, weergeven of het overzetten van de gegevens naar een computer enz.
4 INHOUDSTAFEL VEILIG GEBRUIK VAN UW CAMERA .................................................1 OVER DE CAMERA .............................................................................1 BATTERIJGEBRUIK.............................................................................2 Aandachtspunten tijdens het gebruik....................................................2 INHOUDSTAFEL ..................................................................................4 Samenstelling van de handleiding .........
De juiste opnamefunctie selecteren .......................................................47 Het zoomobjectief gebruiken...................................................................48 De ingebouwde flitser gebruiken ............................................................49 De ingebouwde flitser gebruiken ........................................................49 Andere opnamefuncties...........................................................................53 Continuopnamen ......................
6 Onderdelen van menu [Q Weergeven] instellen ..............................98 Onderdelen van menu [H Set-up] instellen........................................99 Onderdelen van menu [A Pers. inst.] instellen.................................100 Het Fn-menu gebruiken..........................................................................102 Opnamestand ...................................................................................102 Weergave ............................................................
Het geluidssignaal in- en uitschakelen .............................................163 Datum/tijd en weergavestijl wijzigen .................................................163 Wereldtijd instellen............................................................................164 Weergavetaal instellen .....................................................................167 De schermaanwijzingen aan en uitzetten .........................................167 De helderheid van de LCD-monitor aanpassen............
8 Bijlage 173 Standaardinstellingen ............................................................................174 Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties............178 Opmerkingen bij [gebruik van een diafragmaring]..............................180 De CCD schoonmaken ...........................................................................181 Optionele accessoires ...........................................................................183 Foutberichten.........................
9 Samenstelling van de handleiding Deze handleiding bevat de volgende hoofdstukken. 1 Voor u de camera gaat gebruiken 1 Beschrijft de kenmerken van de camera, accessoires en de namen van de verschillende onderdelen. 2 Voorbereidingen Beschrijft uw eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op. 3 Menu-referentie Beschrijft de functies van de knoppen en menu’s van de L.
10 Memo
1 Voor u de camera gaat gebruiken Controleer de inhoud van het pakket en de namen van de diverse onderdelen voor het gebruik. L Kenmerken van de camera ............................................. 12 De inhoud van het pakket controleren ........................................... 13 De verschillende onderdelen ..........................................................
12 1 L Kenmerken van de camera Voor u de camera gaat gebruiken • Voorzien van een CCD van 23,5×15,7 mm met effectief 6,1 miljoen pixels, voor een zeer hoge precisie en een groot dynamisch bereik. • Werkt op CR-V3-batterijen, AA-lithiumbatterijen, oplaadbare AA Ni-MH batterijen of AA-alkalinebatterijen. • Voorzien van een grote LCD-monitor van 2,5 inch met 210.000 pixels en helderheidsregeling voor een zo nauwkeurig mogelijke weergave.
De inhoud van het pakket controleren 13 Bij de camera worden de volgende accessoires geleverd. Controleer of alle accessoires zijn meegeleverd. 1 Oogschelp FN (op de camera bevestigd) ME-zoekerkapje Bodydop (op de camera bevestigd) USB-kabel I-USB17 Videokabel I-VC28 Cd-rom met software S-SW34 Draagriem O-ST10 AA-alkalinebatterijen* (vier) Handleiding (deze handleiding) * Met de batterijen die bij de camera zijn geleverd, kan worden gecontroleerd of de camera werkt.
14 De verschillende onderdelen Camera 1 Voor u de camera gaat gebruiken Richtteken objectiefvatting Ontspanknop Hoofdschakelaar Spiegel AF-koppeling Knop scherpstelfunctie Zelfontspanner-LED/ afstandsbedieningssensor Objectiefontgrendelknop Objectiefinformatie contacten e-knop L/Z knop Vierwegbesturing 3 knop i knop M knop 4 knop { knop Batterijklep Q-knop Statiefaansluiting
15 K knop Ingebouwde flitser Flitsschoen Functiekiezer mc knop LCD Dioptriecorrectieknop Aansluiting draadontspanner USB/video-aansluiting Gelijkstroomingang Klepje voor aansluitingen LCD-monitor Kaartklep Ontgrendelknop van kaartcompartiment LED voor lezen van/ schrijven naar kaart Zoeker 1 Voor u de camera gaat gebruiken Riembevestiging
16 Indicaties op de LCD-monitor 1 Afhankelijk van de camerastatus kunnen de volgende indicaties op de LCD-monitor worden weergegeven. Voor u de camera gaat gebruiken LCD-monitor Terwijl de camera is ingeschakeld of wanneer u de functiekiezer gebruikt Bedieningsaanwijzingen worden drie seconden lang op de LCD-monitor weergegeven bij het inschakelen of gebruiken van de functiekiezer. Selecteer [Uit] bij [Hulpdisplay] in [H Set-up] om geen indicaties weer te geven. (blz.
17 Opnamefunctie Druk in de opnamestand op de knop M om de instellingen van de opnamefunctie gedurende 15 seconden weer te geven op de LCD-monitor. Detailinformatie 1 Detail info 1 AF 2 ISO 800 9 12 sRGB 40 mm 40mm 25 / 06 / 2005 12 : 30 1 2 3 4 5 6 Scherpstelfunctie (blz. 118) 7 8 9 ISO-gevoeligheid (blz. 115) Opnamestand (blz. 104) Autobelichting (blz. 130) Flitsinstelling (blz. 49) Transportfunctie (blz. 102) Automatisch belichtingstrapje (Auto Bracket) (blz. 145) Beeldtint (blz.
18 Weergave Elke keer dat u tijdens de weergave op de M-knop drukt, schakelt de camera tussen de weergaveschermen. U kunt de weergegeven aanwijzingen veranderen door op de Q-knop te drukken. (blz. 160) 1 Voor u de camera gaat gebruiken Detailinformatie 2 100-0001 3 4 1 AF 1 / 2000 FF2 2 . 8 + 1 . 5EV 7 8 9 11 12 13 14 15 17 18 20 21 22 24 25 ISO 800 sRGB 40 mm 40mm 25 / 06 / 2005 12 : 30 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 Gemaakte opnamen Pictogram roteren (blz.
19 Histogramweergave 1 2 100-0046 3 1 1 2 3 4 Opnamekwaliteit (bestandstype voor opnamen) Mapnummer en bestandsnummer van opnamen (blz. 169) Pictogram beveiliging (blz. 77) Histogram • Lichtere gedeelten knipperen wanneer de helderheidswaarschuwing is ingeschakeld. (blz. 160) • Druk in de histogramweergave op de vierwegbesturing (23) om de weergavepositie van het histogram naar boven of beneden te verplaatsen.
20 Indicaties in de zoeker 2 1 Voor u de camera gaat gebruiken 1 1 3 4 5 6 12 1 2 3 7 13 8 9 10 11 14 Autofocuskader (blz. 39) Spotmeetkader (blz. 130) Flitserstatus (blz. 49) Wordt weergegeven wanneer de flitser gereed is en knippert wanneer het gebruik van de flitser wordt aangeraden maar deze nog niet is ingeschakeld 4 Handmatige witbalans (blz. 113) Wordt weergegeven wanneer de handmatige witbalans wordt gebruikt en knippert tijdens het instellen 5 Continustand (blz.
21 10 LW-correctie (blz. 141) Wordt weergegeven wanneer de LW-correctie gereed is of gebruikt wordt. Knippert langzaam bij het corrigeren van de flitsintensiteit. Knippert snel bij het corrigeren van de belichting en de flitsintensiteit. De aangepaste waarde wordt weergegeven op de plaats waar het aantal beschikbare opnamen wordt weergegeven 11 Beschikbaar aantal opnamen/LW-correctie 12 Handmatig scherpstellen (blz.
22 LCD indicaties De volgende informatie wordt weergegeven op het LCD op de bovenzijde van de camera. 1 Voor u de camera gaat gebruiken 1 7 2 8 9 3 4 5 610 1 2 3 Sluitertijd (blz. 134) 5 AF-veld (blz. 121) Diafragma (blz. 136) Geen indicatie : Breed Flitsinstelling (blz. 49) M b a : Ingebouwde flitser is gereed (knipperend: flitser moet worden gebruikt of er wordt een nietcompatibel objectief gebruikt) 6 M : Flitser uit : Flitsen met anti rode ogen aan Transportfunctie (blz.
2 Voorbereidingen In dit hoofdstuk worden de eerste stappen, van de aankoop van de camera tot het maken van opnamen beschreven. Lees dit hoofdstuk aandachtig door en volg alle aanwijzingen op. Draagriem bevestigen ..................................................................... 24 Batterijen plaatsen ........................................................................... 25 De SD-geheugenkaart plaatsen / uitnemen ................................... 29 De camera aan- en uitzetten ..................
Draagriem bevestigen 24 1 Trek het uiteinde van de riem door de riembevestiging en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp. 2 Voorbereidingen 2 Haal het andere uiteinde van de riem door de andere riembevestiging van de camera en maak de riem vast aan de binnenkant van de gesp.
Batterijen plaatsen 25 Plaats batterijen in de camera. Gebruik twee CR-V3 of vier AA Ni-MH-batterijen, AA lithiumbatterijen of AA alkalinebatterijen. Bij deze camera worden AA-alkalinebatterijen geleverd om te controleren of de camera naar behoren werkt. Ook sommige andere typen batterijen zijn geschikt. Raadpleeg "Batterijen" (blz. 26) voor informatie over geschikte typen batterijen en het gebruik ervan.
26 3 Druk de klep ( 1 ) omlaag tegen de batterijen en schuif hem in de afgebeelde richting( 2 ). 1 2 2 Voorbereidingen • Gebruik bij langdurig cameragebruik de netvoedingsadapter (optioneel). (blz. 28) • Werkt de camera niet naar behoren na vervanging van de batterijen, controleer dan of de batterijen correct zijn geplaatst. Batterijen Voor deze camera kunnen vier verschillende soorten batterijen worden gebruikt. De prestaties zijn afhankelijk van het type batterij.
27 Indicatie batterijniveau U kunt de resterende levensduur van de batterij aflezen aan het symbool { op het LCD. { brandt : Batterij is vol. brandt : Batterij raakt leeg. brandt : Batterij is bijna leeg. knippert : De camera schakelt zichzelf na deze melding uit.
28 Gebruik van de netvoedingsadapter (optioneel) 4 1 2 2 Voorbereidingen 3 We adviseren u gebruik te maken van de netvoedingsadapter D-AC10 (optioneel) als u de LCD-monitor langdurig gebruikt of de camera aansluit op de computer. 1 2 Zorg dat de camera uit staat alvorens de klep van de aansluitingen te openen. Sluit de gelijkstroomstekker van de netvoedingsadapter aan op de gelijkstroomingang van de camera. 3 Sluit het netsnoer aan op de netvoedingsadapter.
De SD-geheugenkaart plaatsen / uitnemen 29 Opnamen worden opgeslagen op een SD-geheugenkaart. Zorg dat de camera uit staat alvorens de SD-geheugenkaart te plaatsen of uit te nemen (in de handel verkrijgbaar). • Verwijder de SD-geheugenkaart niet wanneer de LED voor schrijven naar/lezen van de kaart brandt. • Formatteer een nieuwe SD-geheugenkaart. Formatteer ook een SD-geheugenkaart die in een andere camera is gebruikt. Raadpleeg "De SD-geheugenkaart formatteren" (blz.
30 2 Voorbereidingen Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van een SD-geheugenkaart • De SD-geheugenkaart is voorzien van een schuifje voor schrijfbeveiliging. Als u dit schuifje op [LOCK] zet, zijn de aanwezige gegevens beveiligd. Er kunnen dan geen nieuwe gegevens worden opgeslagen, geen bestaande gegevens worden gewist en de kaart niet kan Schrijfbeveiliging worden geformatteerd. • Pas op wanneer u de SD-geheugenkaart meteen na gebruik van de camera uitneemt: de kaart kan dan heet zijn.
31 Opnamepixels en Kwaliteitsniveau Kies het gewenste aantal opnamepixels en het kwaliteitsniveau voor opnamen in het menu [A Opname]. 1Opnamepixels instellen (blz. 109) 1Kwaliteitsniveau instellen (blz.
De camera aan- en uitzetten 32 1 Zet de hoofdschakelaar op de stand aan [ON]. De camera wordt ingeschakeld. Zet de hoofdschakelaar op de stand uit [OFF] om de camera uit te zetten. 2 Voorbereidingen • Zet de camera altijd uit wanneer deze niet in gebruik is. • Wanneer gedurende een ingestelde tijd geen handelingen worden verricht, wordt de camera automatisch uitgeschakeld. (De standaardinstelling is 1 minuut.) (blz.
Standaardinstellingen 33 De eerste keer dat de camera na aanschaf wordt aangezet, verschijnt het scherm voor de standaardinstellingen op de LCD-monitor. Volg de onderstaande procedure om de taal die wordt weergegeven op de LCD-monitor en de actuele datum en tijd in te stellen. Als deze instellingen eenmaal zijn verricht, hoeven ze niet opnieuw te worden uitgevoerd bij het aanzetten van de camera. De weergavetaal instellen 2 1 Druk op de vierwegbesturing (5).
34 4 Druk op de vierwegbesturing (3). De cursor gaat naar [W]. 5 Druk op de vierwegbesturing (45) om de plaats te selecteren. 6 Druk op de vierwegbesturing (3). De cursor gaat naar [Zomertijd]. 2 Voorbereidingen 7 Selecteer O (aan) of P (uit) met de vierwegbesturing (45). 8 Druk op de knop 4. Het scherm voor instelling van de datum en tijd verschijnt.
35 Datum en tijd instellen Stel de actuele datum en tijd en de weergavestijl in. 1 Druk op de vierwegbesturing (5). Het kader gaat naar [MM/DD/JJ]. Datum instellen DD weergave DD/MM/JJ 24h 2 Datum 01 / 01 / 2005 Tijd 00 : 00 Voorbereidingen Cancel OK OK 2 Gebruik de vierwegbesturing (23) om de datumstijl te kiezen. 3 Druk op de vierwegbesturing (5). Het kader gaat naar [24h].
36 7 Druk op de vierwegbesturing (5). Het kader gaat naar de maand. Datum instellen DD weergave DD/MM/JJ 24h Datum 01 / 01 / 2005 Tijd 00 : 00 Cancel OK OK 2 Voorbereidingen 8 Stel de maand in met de vierwegbesturing (23). Stel de dag en het jaar op dezelfde wijze in. Stel vervolgens de tijd in. Als u [12h] selecteert bij stap 4, verandert de aanduiding in am (vóór de middag) of pm (na de middag), al naar gelang de tijd. 9 Druk op de knop 4. De camera is nu klaar om opnamen te maken.
Het objectief bevestigen 37 Alle belichtingsfuncties van de camera zijn beschikbaar wanneer u gebruik maakt van DA-, D FA-, FA J- of andere objectieven met een diafragmastand s (automatisch). Sommige functies zijn beperkt wanneer u het objectief niet instelt op s (automatisch). Zie ook “Opmerkingen bij [gebruik van een diafragmaring]” (blz. 180). Andere objectieven en accessoires zijn niet beschikbaar bij de standaard fabrieksinstellingen.
38 4 Haal de frontdop van het objectief door de aangegeven delen naar binnen te duwen. 2 Voorbereidingen Als u het objectief wilt bevestigen, houdt u de ontgrendelknop voor het objectief ( 3 ) ingedrukt en draait u het objectief tegen de wijzers van de klok in. 3 • De bodydop ( 1 ) is een dop die krassen en stof voorkomt tijdens het transport. “Bodydop K” wordt separaat verkocht en kan worden vergrendeld.
De zoekerdioptrie aanpassen 39 Pas de scherpte van het zoekerbeeld aan uw gezichtsvermogen aan. Wanneer u de zoekerinformatie niet goed kunt zien, schuift u de hendel voor de dioptrieaanpassing opzij. U kunt de dioptrie verschuiven van –2,5m-1 tot +1,5m-1. 1 Kijk door de zoeker en richt de camera op een goed verlicht punt. Verschuif vervolgens de dioptriecorrectieknop naar links of rechts.
40 Memo
3 Basisbediening In dit hoofdstuk wordt de basisbediening uitgelegd voor het opnemen. Zet de functiekiezer op de Picture-functie (Auto Picture of Normale functie – Flitser uit (OFF)) om succesvol opnamen te maken. Raadpleeg de hoofdstukken vanaf hoofdstuk 4 voor informatie over geavanceerde functies en instellingen voor opnamen. Basishandelingen bij opnamen ...................................................... 42 De juiste opnamefunctie selecteren ...............................................
42 Basishandelingen bij opnamen De camera vasthouden Hoe u de camera vasthoudt, is van belang bij het maken van opnamen. • Houd de camera stevig met beide handen vast. • Druk de ontspanknop voorzichtig helemaal in wanneer u een opname maakt. 3 Basisbediening Horizontale positie Verticale positie • Om te voorkomen dat de camera beweegt tijdens het maken van de opname, kunt u met de camera steun zoeken op of tegen een vast object (bijvoorbeeld een tafel, muur of boom).
43 De camera de optimale instellingen laten bepalen De camera zodanig instellen dat deze de optimale instellingen kiest op basis van de belichting van het onderwerp, de afstand en de beweging. 1 Zet de functiekiezer op I. De camera bepaalt de meest geschikte opnamefunctie voor het onderwerp. 1De juiste opnamefunctie selecteren (blz. 47) 3 Basisbediening 2 Zet de scherpstelfunctieknop op =. Autofocus is ingesteld. (blz.
44 3 Draai de zoomring om de grootte van het onderwerp te bepalen. Bepaal de grootte van het onderwerp. 1Het zoomobjectief gebruiken (blz. 48) 3 4 Basisbediening Breng het onderwerp binnen het autofocuskader en druk de ontspanknop tot halverwege in. Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp is scherpgesteld. De flitser klapt automatisch uit wanneer dit nodig is.
45 6 Opnamen bekijken op de LCD-monitor. Na de opname wordt deze gedurende één seconde op de LCD-monitor weergegeven (momentcontrole.) Tijdens de momentcontrole kunt u de opname wissen door te drukken op de knop i. 1Weergavetijd instellen (blz. 170) 1Opnamen wissen (blz. 73) 1Helderheidswaarschuwing weergeven (blz. 160) 3 DE ONTSPANKNOP BEDIENEN De ontspanknop heeft twee standen.
46 Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen Het autofocus-mechanisme is niet perfect. Scherpstellen kan moeilijk zijn bij het maken van opnamen onder de volgende omstandigheden (a tot f hieronder). Deze zijn ook van toepassing op handmatig scherpstellen met de scherpstelindicatie ] in de zoeker.
De juiste opnamefunctie selecteren 47 De camera selecteert de optimale functie wanneer I (Auto Picture) is ingesteld met de functiekiezer. 3 Selecteer U (Normaal), = (Portret), s (Landschap), q (Macro), \ (Bewegend onderwerp), . (Portretopname bij nacht), a (Flits UIT) met de functiekiezer wanneer de gewenste opname niet kan worden gemaakt. De functies zijn als volgt.
Het zoomobjectief gebruiken 48 Vergroot het onderwerp (tele-opname) of leg een groter gebied vast (groothoek) met een zoomobjectief. Stel het in op de gewenste grootte en maak de opname. 1 Draai de zoomring rechtsom of linksom. Draai de zoomring met de klok mee naar de telestand of tegen de klok in naar de groothoekstand. 3 Basisbediening • De beeldhoek wordt groter naarmate de brandpuntsafstand kleiner wordt. Hoe groter het getal, des te sterker het beeld wordt vergroot.
De ingebouwde flitser gebruiken 49 De ingebouwde flitser gebruiken Maak als volgt een opname bij slecht licht of tegenlicht of wanneer u de ingebouwde flitser handmatig wilt gebruiken. De ingebouwde flitser werkt optimaal bij een afstand van circa 0,7 m tot 4 m tot het onderwerp. Bij een afstand van minder dan 0,7 m wordt de belichting niet juist ingesteld en kan er vignettering optreden. (Deze afstand varieert enigszins, afhankelijk van het gebruikte objectief en de ingestelde gevoeligheid. (blz.
50 De flitsfunctie selecteren 1 Druk op de knop {. Fn Het functiemenu verschijnt. 200 OK Einde 3 Basisbediening 2 Druk op de vierwegbesturing (3). Het scherm voor flitseropties verschijnt. Wanneer de functiekiezer is ingesteld op e, b, c, a of p, zijn B en C en kunnen deze functies niet worden geselecteerd. Flitsinstelling Auto ontladen OK 3 Kies een flitsfunctie met de vierwegbesturing (45). 4 Druk twee keer op de knop 4. De camera is gereed voor het maken van een opname.
51 U schakelt tussen automatisch en handmatig flitsen (Flits AAN) door te drukken op de knop K terwijl de ingebouwde flitser is uitgeklapt. Als automatisch flitsen is ingesteld, verschijnt E op het LCD. 3 Druk de ontspanknop helemaal in. De opname wordt gemaakt. 4 Druk op het afgebeelde deel van de flitser om deze in te klappen. 3 1 Druk op de K knop. De ingebouwde flitser wordt uitgeklapt en wordt opgeladen. Handmatig flitsen (Flits AAN) wordt gebruikt, ongeacht de flitsfunctieinstelling.
52 Anti rode ogen gebruiken Flitser Wanneer in een donkere omgeving opnamen met de flitser worden gemaakt, kunnen de ogen van het onderwerp rood overkomen. Dit wordt veroorzaakt door de weerspiegeling van de elektronische flitser in het netvlies. Deze weerspiegeling treedt op doordat pupillen in het donker wijder zijn. U kunt rode ogen niet voorkomen, maar met de volgende maatregelen kunt u er wel iets tegen doen. • Maak de omgeving lichter voor de opname.
Andere opnamefuncties 53 Continuopnamen U kunt diverse opnamen achter elkaar maken door de ontspanknop ingedrukt te houden. 1 Druk op de { knop. 3 Basisbediening Het functiemenu verschijnt.
54 2 Druk op de vierwegbesturing (2). Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. 3 Basisbediening Transportfunctie Enkelbeeld opname OK 3 OK Selecteer j met de vierwegbesturing (45). Transportfunctie Continue opname OK 4 OK Druk twee keer op de 4 knop. De camera is gereed voor het maken van opnamen. 5 Druk de ontspanknop tot halverwege in. Het autofocussysteem treedt in werking. De scherpstelindicatie ] verschijnt in de zoeker zodra het onderwerp is scherpgesteld.
55 Stel [2 (Resterend aant. cont.)] in bij [Resterend aantal opn] in het menu [A Persoonlijke instellingen]. Het mogelijke aantal continuopnamen (buffergeheugen) wordt weergegeven wanneer u de ontspanknop tot halverwege indrukt. (blz. 100) 6 Druk de ontspanknop helemaal in. Zolang de ontspanknop ingedrukt wordt gehouden, worden er achter elkaar opnamen gemaakt. Haal uw vinger van de ontspanknop om de continuopname te stoppen.
56 2 Druk op de { knop. 3 Basisbediening Het functiemenu verschijnt. Fn 200 OK 3 Druk op de vierwegbesturing (2).
57 Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. Transportfunctie Enkelbeeld opname OK 4 OK Selecteer g of r met de vierwegbesturing (45). 3 OK 5 Druk twee keer op de 4 knop. De camera is gereed voor het maken van opnamen. 6 Kijk in de zoeker of het onderwerp zichtbaar is en druk de ontspanknop tot halverwege in. De scherpstelindicatie []] verschijnt in de zoeker wanneer op het onderwerp is scherpgesteld.
58 7 Druk de ontspanknop helemaal in. Bij g: de eerste tien seconden knippert de zelfontspanner-LED langzaam en klinkt er een elektronisch geluidssignaal. Twee seconden voordat de opname wordt gemaakt, begint de LED sneller te knipperen en neemt de frequentie van het geluidssignaal toe. Ongeveer 12 seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, wordt de opname gemaakt. Bij r: Ongeveer twee seconden nadat de ontspanknop helemaal is ingedrukt, wordt de opname gemaakt.
59 Opnamen via de afstandsbediening (Afstandsbediening F: afzonderlijk verkrijgbaar) De ontspanknop kan ook worden bediend via de optionele afstandsbediening. U kunt kiezen uit h (afstandsbediening) en i (drie seconden vertraging) bij opnamen via de afstandsbediening. h De sluiter wordt onmiddellijk ontspannen nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt. i De sluiter wordt ontspannen drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt.
60 3 Druk op de vierwegbesturing (2). Het scherm met opties voor de transportfunctie verschijnt. 3 4 Selecteer h of i met de vierwegbesturing (45). Basisbediening De zelfontspanner-LED knippert, ten teken dat de camera zich in de wachtstand voor de afstandsbediening bevindt. Transportfunctie Afstandsbediening OK 5 OK Druk twee keer op de knop 4. De camera is gereed voor het maken van opnamen. 6 Druk de ontspanknop tot halverwege in. Het autofocussysteem treedt in werking.
61 7 Richt de afstandsbediening op de voorzijde van de camera en druk de ontspanknop van de afstandsbediening in. 5m De afstandsbediening kan gebruikt worden tot een afstand van circa 5 m vanaf de voorzijde van de camera. De sluiter wordt onmiddellijk of circa drie seconden nadat de ontspanknop op de afstandsbediening is ingedrukt ontspannen, afhankelijk van de geselecteerde transportfunctie. Wanneer de opname is gemaakt, brandt het lampje van de zelfontspanner twee seconden en gaat dan weer knipperen.
62 Gebruik van de spiegelvergrendelingsfunctie om bewegingen van de camera te voorkomen Gebruik de spiegelvergrendelingsfunctie wanneer de camera duidelijk beweegt, ook wanneer de draadontspanner (optioneel) of de afstandsbediening (optioneel) wordt gebruikt. Wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt, klapt de spiegel omhoog en wordt na twee seconden de sluiter ontspannen bij het gebruik van de 2 s-zelfontspanner. Deze methode voorkomt bewegingen van de camera.
Foto’s weergeven 63 Opnamen weergeven U kunt opnamen weergeven op de camera. Met de meegeleverde software PENTAX PHOTO Browser 2.1 kunt u opnamen weergeven op een computer. Raadpleeg de “Handleiding PENTAX PHOTO Browser 2.1/ PENTAX PHOTO Laboratory 2.1” voor meer informatie. 3 Druk na het maken van een opname op de Q knop. Basisbediening 1 De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
64 2 Druk op de vierwegbesturing (45). 4 : De vorige opname wordt weergegeven. 5 : De volgende opname wordt weergegeven. Opnamen roteren 3 Basisbediening U kunt opnamen telkens 90° tegen de klok in roteren. Dit maakt het bekijken van verticaal gemaakte opnamen eenvoudiger. 100-0001 100-0001 OK 1 Druk na het maken van een opname op de Q knop. De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor. 2 Druk op de vierwegbesturing (3).
65 3 Druk op de knop 4. De rotatiegegevens van de opname worden bewaard. Vergrote weergave Opnamen 3 1 Druk op de Q knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing (45). De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor. Basisbediening U kunt opnamen tijdens de weergave tot maximaal 12 keer vergroten.
66 2 Draai de e-knop naar rechts (in de richting van y). × ×2 2.0 Bij elke kalibratie wordt de opname vergroot, tot maximaal 12 keer de oorspronkelijke grootte. Draai naar links (in de richting van f) om terug te gaan. Druk nogmaals op de knop 4 om de oorspronkelijke weergave te herstellen. Gebruik tijdens de zoomweergave de vierwegbesturing (2345) om het weergavegebied te wijzigen. 3 Basisbediening De eerste kalibratie op de e-knop is 1,2 keer.
67 1 Druk op de Q knop. 100-0046 De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor. 2 Draai de e-knop naar links (in de richting van f). 3 Basisbediening Er kunnen maximaal negen miniatuuropnamen worden weergegeven. Druk op de vierwegbesturing (2345) om de opname te selecteren. Er verschijnt rechts op het scherm een schuifbalk.
68 Diavoorstelling U kunt alle opgeslagen opnamen op de SD-geheugenkaart na elkaar weergeven. Om de doorlopende weergave te starten, gebruikt u het menuscherm op de LCD-monitor. 3 Basisbediening 1 Druk op de Q knop en selecteer de opname die u het eerst wilt weergeven met de vierwegbesturing (45). 100-0046 De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor. 2 Druk op de { knop. Fn Het functiemenu verschijnt.
69 3 Druk op de vierwegbesturing (5). Het startscherm verschijnt en de diavoorstelling begint. Druk op een willekeurige knop om de diavoorstelling te stoppen. Wanneer u wilt terugkeren naar de opnamefunctie, drukt u op de ontspanknop of de Q knop of schuift u de hoofdschakelaar naar | (voorbeeld) of draait u aan de functiekiezer. Starten 3 Basisbediening Stel de weergavetijd voor de diavoorstelling in het menu [Q Weergeven] in. U kunt de diavoorstelling ook starten vanuit het menu [Q Weergeven]. (blz.
Camera aansluiten op audiovisuele apparatuur 70 Via de videokabel kunt u opnamen weergeven met een tv of andere apparatuur met een video-IN-aansluiting als monitor. Zorg dat zowel de tv als de camera uit staat alvorens de kabel aan te sluiten. 1Het video-uitgangssignaal selecteren (blz. 168) 3 Basisbediening 1 2 3 Sluit de videokabel aan op de USB/video-uitgang van de camera. Sluit het andere uiteinde van de videokabel aan op de video-INaansluiting van de tv. Zet de TV en de camera aan.
Opnamen verwerken met filters 71 U kunt opnamen bewerken met digitale filters. De bewerkte opnamen worden onder een andere naam opgeslagen. • RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt. • Stel digitale filters in via het menu [Q Weergeven]. 3 Basisbediening Digitaal filter 1 B&W Converteren naar zwart-witopname. Sepia Geef uw foto’s een antiek uiterlijk door ze te converteren naar een sepiakleur. Soft Creëer een zachte opname door de gehele opname lichtjes te vervagen.
72 2 Druk op de vierwegbesturing (4). Het scherm voor selectie van het filter verschijnt. Zwart-wit OK 3 Basisbediening 3 Selecteer een opname met de vierwegbesturing (45) 4 Selecteer een filter met de vierwegbesturing (23). OK Selecteer een filter en bekijk de effecten ervan op de opname. Ga naar stap 6 wanneer u [Zwart-wit] of [Sepia] hebt geselecteerd.
Opnamen wissen 73 Eén opname wissen U kunt één opname per keer verwijderen. • Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald. • Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist. 1 100-0046 Druk op de knop i. Het scherm voor het wissen van opnamen verschijnt. 3 Selecteer [Wissen] met de vierwegbesturing (2). 100-0046 Wissen Onderbreken Alle Beelden 4 Druk op de knop 4. De opname wordt gewist.
74 Alle opnamen wissen U kunt alle opgeslagen opnamen in één keer wissen. • Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald. • Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist. 3 1 Druk op de knop Q. 2 Druk twee maal op de knop i. Basisbediening Het scherm voor het wissen van alle opnamen verschijnt. 3 Druk op de vierwegbesturing (2) om [Alles wissen] te selecteren en druk op de 4 knop. Alle opnamen worden verwijderd.
75 Geselecteerde opnamen wissen (uit de weergave met negen opnamen) U kunt verscheidene opnamen tegelijk uit de weergave met negen opnamen wissen. • Gewiste opnamen kunnen niet meer worden teruggehaald. • Beveiligde opnamen kunnen niet worden gewist. • U kunt alleen gelijktijdig bestanden selecteren wanneer deze in dezelfde map staan. 1 Druk op de Q knop. 100-0046 2 3 Basisbediening De laatste opname (die met het hoogste bestandsnummer) wordt weergegeven op de LCD-monitor.
76 3 Druk op de knop i. Boven de opnamen verschijnt 9. 3 4 Basisbediening Kies de te wissen opnamen met de vierwegbesturing (2345) en druk op de 4 knop. De opname wordt geselecteerd en O verschijnt. Druk op de knop { om alle opnamen te selecteren. (De selectie van opnamen kan enige tijd duren, afhankelijk van het aantal opnamen.) 5 Wissen OK Druk op de knop i. Het scherm voor bevestiging van het wissen verschijnt. 6 Selecteer de optie [Kiezen&wissen] met de vierwegbesturing (2).
77 Opnamen beveiligen tegen wissen(Protect) U kunt opnamen beveiligen, zodat ze niet per ongeluk kunnen worden gewist. Zelfs beveiligde opnamen worden gewist wanneer de SD-geheugenkaart wordt geformatteerd. 1 Druk op de Q knop en selecteer een opname met de vierwegbesturing (45). 100-0046 3 2 Basisbediening De laatste opnamen (met het hoogste bestandsnummer) worden het eerst op de LCD-monitor weergegeven. Druk op de Z knop. Het scherm voor beveiliging verschijnt.
78 Alle opnamen beveiligen 1 Druk op de knop Q. 2 Druk twee keer op de Z knop. Het scherm voor beveiliging van alle opnamen verschijnt. 3 Basisbediening 3 Druk op de vierwegbesturing (2) om [Protect] te selecteren en druk op de knop 4. Alle opnamen op de SD-geheugenkaart worden beveiligd. Alle beelden beveiligen Beveiligen Beveiliging opheffen OK OK Om de beveiligingsinstellingen voor alle opnamen te annuleren, selecteert u [Beveiliging opheffen] bij stap 3.
Afdrukservice instellen (DPOF) 79 U kunt conventionele foto-afdrukken bestellen door de SD-geheugenkaart met opgeslagen opnamen naar een zaak die foto’s afdrukt te brengen. Met de DPOF-instellingen (Digital Print Order Format) kunt u het aantal kopieën opgeven en eventueel de datumgegevens laten afdrukken. Op RAW-opnamen kunnen geen DPOF-instellingen worden toegepast. 3 Basisbediening Afzonderlijke opnamen afdrukken Stel voor elke opname de volgende opties in.
80 4 Kies met de vierwegbesturing (45) het aantal kopieën en druk op de vierwegbesturing (3). Het kader gaat naar [Datum]. 5 Gebruik de vierwegbesturing (45) om aan te geven of de datum al (O) dan niet (P) moet worden afgedrukt. 100-0046 O : De datum wordt afgedrukt. P : De datum wordt niet afgedrukt. 3 Kopie Kopieën Datum Fn Basisbediening 6 Alle Beelden 01 OK OK Druk op de knop 4. De DPOF-instelling wordt opgeslagen en de camera keert terug naar de weergavestatus.
81 Instellingen voor alle opnamen 1 Druk op de knop { knop in de weergavestand. Fn Het functiemenu verschijnt. OK Einde 3 Druk op de vierwegbesturing (2). 100-0046 Het DPOF-scherm verschijnt. Kopieën Datum Fn 3 Alle Beelden 00 OK Druk op de { knop. Er verschijnt een scherm waar u voor alle opnamen DPOF-instellingen kunt invoeren.
82 5 Druk op de knop 4. De DPOF-instellingen voor alle opnamen worden opgeslagen en de camera keert terug naar de weergavestand. Het aantal kopieën dat u opgeeft bij de instellingen, geldt voor alle opnamen. Controleer of het aantal correct is alvorens de opnamen af te drukken. Wanneer er instellingen worden opgegeven voor alle opnamen, worden instellingen voor afzonderlijke opnamen geannuleerd.
Afdrukken met PictBridge 83 Met deze functie kunt u opnamen direct vanaf de camera afdrukken, zonder dat u daarvoor een computer nodig hebt (Rechtstreeks afdrukken). Sluit de camera op de PictBridge-compatibele printer aan via de meegeleverde USB-kabel (I-USB17) om rechtstreeks af te drukken. Nadat u de camera op de printer hebt aangesloten selecteert u de opnamen die u wilt afdrukken, het aantal kopieën en of de datum moet worden afgedrukt. Rechtstreeks afdrukken vindt als volgt plaats.
84 Setting Transfer Modes 1 Druk op de 3 knop. Het menu [A Opname] verschijnt. 3 Basisbediening 2 Selecteer met de vierwegbesturing (45) het menu [H Set-up]. Set-up Formatteren Signaal Datum instellen Wereldtijd Nederlands Hulpdisplay Einde 3 Selecteer met de vierwegbesturing (23) [Transfer functie]. 4 Druk op de vierwegbesturing (5). Er verschijnt een keuzemenu.
85 5 6 Selecteer [PictBridge] met de vierwegbesturing (23). Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch. Bestand Sensor reinigen 0 PAL PC PictBridge PC-F Cancel OK OK Druk op de knop 4. 7 Druk op de 3 knop. Camera op de printer aansluiten 1 2 Zet de camera uit. Sluit de camera aan op de PictBridge-compatibele printer via de meegeleverde USB-kabel. Op printers die compatibel zijn met PictBridge, is het PictBridge-logo afgedrukt. 3 Basisbediening De instelling wordt gewijzigd.
86 3 4 Zet de printer aan. Nadat de printer is geïnitialiseerd, zet u de camera aan. Het PictBridge-menu verschijnt. Kies afdrukmodus Print een beeld Print alle beelden DPOF AUTOPRINT OK 3 OK Basisbediening Het PictBridge-menu wordt niet weergegeven wanneer [Transfer functie] is ingesteld op [PC] of [PC-F]. Afzonderlijke opnamen afdrukken 1 Selecteer [Print een beeld] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing (23).
87 4 Kies het aantal kopieën met de vierwegbesturing (23). U kunt maximaal 99 kopieën afdrukken. 5 Gebruik de knop { om te bepalen of de datum al (O) dan niet (P) moet worden afgedrukt. O : De datum wordt afgedrukt. P : De datum wordt niet afgedrukt. 6 Druk op de knop 4. Afdrukken met deze inst? Standaard Papierafm. Std. Papiertype Std. Kwaliteit Std. Randinstelling OK Fn 7 Druk op de { knop. Het scherm voor het wijzigen van de afdrukinstellingen verschijnt. PictBridge Papierafm.
88 10 11 Druk op de knop 4. Herhaal stap 8 t/m 10 om [Papiertype], [Kwaliteit] en [Randinstelling] in te stellen. Na het instellen van elk item wordt het scherm voor het wijzigen van de afdrukinstellingen weergegeven. Wanneer het papierformaat wordt ingesteld op [Std.] (standaard), worden opnamen afgedrukt op basis van de printerinstellingen. Papiertypen met meer E ondersteunen papier van een hogere kwaliteit. Hoe meer E, hoe hoger de afdrukkwaliteit. 3 Basisbediening 12 Druk twee keer op de knop 4.
89 4 Druk op de knop 4. Het bevestigingsscherm voor de afdrukinstellingen verschijnt. 5 Druk op de knop 4 in het bevestigingsvenster voor de afdrukinstellingen. Alle opnamen worden afgedrukt op basis van de gekozen instellingen. Druk op de knop 3 om het afdrukken te annuleren.
90 Opnamen laten afdrukken op basis van DPOF-instellingen 1 2 Selecteer [DPOF AUTOPRINT] in het PictBridge-menu met de vierwegbesturing (23). Druk op de knop 4. Het scherm [Afdrukken met DPOFinstellingen] verschijnt. Gebruik de vierwegbesturing (45) om de opname en afdrukinstellingen te controleren. De afdrukinstellingen worden ingesteld met de afdrukservice (DPOF-instellingen). (blz. 79) 3 Afdrukken met DPOF-instellingen Basisbediening Kopie Kopieën Totaal 1 10 Datum OK 3 Druk op de knop 4.
4 Menu-referentie Beschrijft de functies van de knoppen en menu’s van de L. De knopfuncties gebruiken ............................................................. 92 Het menu gebruiken ........................................................................ 96 Het Fn-menu gebruiken ................................................................. 102 De functiekiezer gebruiken ...........................................................
De knopfuncties gebruiken 92 Opnamestand Hieronder vindt u uitleg van de knoppen tijdens de opname. 1 2 4 Menu-referentie 3 4 10 5 11 6 1 7 12 13 8 14 9 15 Ontspanknop Indrukken om opnamen te maken. (blz. 45) 2 Hoofdschakelaar Bewegen om de camera aan/uit te zetten (blz. 32) en de scherptediepte visueel te controleren (blz. 129). 3 Ontgrendelknop voor het objectief Indrukken om het objectief los te maken. (blz. 38) 4 Scherpstelfunctieknop Schakelen tussen automatisch (blz.
5 Functiekiezer 93 Gebruiken om de opnamefunctie te wijzigen. (blz. 104) 6 K knop Indrukken om de ingebouwde flitser uit te klappen. (blz. 49) 7 3 knop Geeft het menu [A Opname] weer (blz. 98). Druk vervolgens op de vierwegbesturing (5) voor weergave van het menu [Q Weergeven](blz. 98), [H Set-up](blz. 99) en [A Pers. inst.]. (blz. 100) 8 M knop Indrukken om opnamegegevens weer te geven op de LCD-monitor. (blz. 17) 9 Q knop Activeert de weergavefunctie. (blz.
94 Weergave Hieronder vindt u uitleg van de knoppen tijdens de weergave. 1 2 4 Menu-referentie 7 3 4 5 8 9 10 6 1 Ontspanknop Indrukken om over te gaan naar de opnamefunctie. 2 Hoofdschakelaar Bewegen om de camera uit en aan te zetten (blz. 32) 3 3 knop Indrukken om het menu weergave [Q Weergeven] te openen (blz. 98). Druk vervolgens op de vierwegbesturing (45) om de menu’s [H Set-up] (blz. 99), [A Pers. inst.] (blz. 100) en [A Opname] weer te geven (blz. 98).
6 Q knop 95 Indrukken om over te gaan naar de opnamefunctie. 7 Z knop Indrukken om opnamen te beveiligen tegen onbedoelde verwijdering. (blz. 77) 8 4 knop Bevestig de in het menu of het weergavescherm geselecteerde instelling. 9 Vierwegbesturing (2345) Gebruiken om de cursor te verplaatsen of items in menu’s, het functiemenu en het weergavescherm te wijzigen. 10 { knop Indrukken om het functiemenu weer te geven. Druk op de vierwegbesturing (245) om de volgende handeling te kiezen. (blz.
Het menu gebruiken 96 Bediening van het menu In dit gedeelte wordt het gebruik uitgelegd van de menu’s [A Opname], [Q Weergeven], [H Set-up] en [A Pers. inst.]. Het menuscherm weergeven 1 Druk op de knop 3 in de opnamefunctie. Het menu [A Opname] (opnamefunctie) verschijnt op de LCD-monitor. 4 Menu-referentie Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast Einde 2 Druk op de vierwegbesturing (5).
97 Selecteer een menuonderdeel en stel het in. Hierna wordt bij wijze van voorbeeld de procedure uitgelegd voor instelling van het kwaliteitsniveau in het menu [A Opname]. 3 Kies een onderdeel met de vierwegbesturing (23). Opname Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast Einde 4 Druk op de vierwegbesturing (5). Beeldtint Opnamepixels Kwaliteitsniveau Kleurverzadiging Scherpte Contrast Cancel 5 Selecteer een instelling met de vierwegbesturing (23).
98 Onderdelen van menu [A Opname] instellen Instellingen voor de opnamen maakt u in het menu [A Opname]. Onderdeel Functie Bladzijde Beeldtint Stel de kleurtoon van opnamen in. blz. 108 Opnamepixels Stel de opnamegrootte in. blz. 109 Kwaliteitsniveau Stel de opnamekwaliteit in. blz. 110 Kleurverzadiging Stel de kleurverzadiging in. blz. 111 Scherpte Maakt de contouren van een opname scherp of zacht. blz. 111 Contrast Stel het contrast van de opname in. blz.
99 Onderdelen van menu [H Set-up] instellen Maak verschillende instellingen voor de camera in het menu [H Set-up]. Onderdeel Bladzijde Formatteer de SD-geheugenkaart. blz. 162 Signaal Schakel het geluidssignaal in/uit. blz. 163 Datum instellen Stel de datumindeling en de tijd in. blz. 163 Wereldtijd Stel in om de plaatselijke tijd weer te geven wanneer u naar het buitenland reist. blz. 164 Language/ Wijzig van de taal waarin menu’s en berichten worden weergegeven. blz.
100 Onderdelen van menu [A Pers. inst.] instellen Stel in het menu Pers. inst. aangepaste functies in om volledig gebruik te maken van de functionaliteit van de spiegelreflexcamera. In de standaardinstelling wordt het menu Pers. inst. niet gebruikt. Instellingen in het menu [A Pers. inst.] worden geactiveerd wanneer [Instellen], het eerste onderdeel, O (aan) is. Onderdeel Functie Bladzijde Instellen Instellen om het menu Persoonlijke instellingen te gebruiken.
101 Onderdeel Functie Bladzijde Gebruik diafr. ring Instellen om de ontspanknop uit te schakelen wanneer de diafragmaring in een andere positie staat dan s. blz. 180 Ontspant bij opladen Instellen om de sluiter te ontspannen terwijl de ingebouwde flitser nog bezig is met opladen. blz. 147 Momentcontrolescherm Instellen om een histogram weer te geven tijdens de momentcontrole. blz. 170 Inzoomen op weergave Stel de aanvangsvergroting van de zoomweergave in.
102 Het Fn-menu gebruiken 4 Menu-referentie Opnamestand Druk tijdens het maken van een opname op de knop {. Het menu Fn verschijnt. Fn 200 OK Einde Druk op de vierwegbesturing (2345) om een handeling te kiezen. Vierwegbesturing Onderdeel Functie Selecteer Continue opname, Zelfontspanner, Afstandsbediening of Auto Bracketing. Bladzijde blz. 53, blz. 55, blz. 59, blz. 143 2 Transportfunctie 3 Flitsinstelling Wijzig de flitsfunctie. blz.
103 Weergave Druk tijdens de weergave op de knop {. Het menu Fn verschijnt. Fn Druk op de vierwegbesturing (245) om een handeling te kiezen. OK Functie Einde Onderdeel 2 DPOF-instellingen Stel de DPOF-instellingen in. Bladzijde blz. 79 4 Digitaal filter Bewerk opnamen naar zwart-wit of sepiatinten, of voeg verzachtende en versmallingseffecten toe. blz. 71 5 Diavoorstelling Doorlopende weergave van opgeslagen opnamen. blz.
104 De functiekiezer gebruiken 4 Menu-referentie Functie-indicatie U kunt de opnamefunctie wijzigen door een pictogram op de functiekiezer tegenover het indexstreepje te zetten. Onderdeel I (Auto Picture) U (normaal) = (portret) s (landschap) Functie De basisfunctie voor het maken van opnamen Optimaal voor het maken van portretfoto’s. Verdiept het scherpstelbereik, benadrukt kleuren en verzadiging van bomen en lucht en zorgt voor een heldere opname. q (macro) \ (bewegend onderwerp) .
105 Onderdeel Functie Bladzijde e (programma) De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting. blz. 133 b (sluitertijdvoorkeuze) Stel de sluitertijd in om de beweging van bewegende onderwerpen weer te geven. Maak foto’s van snelbewegende onderwerpen die lijken stil te staan of onderwerpen die lijken te bewegen. blz. 134 c (diafragmavoorkeuze) Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen.
106 Memo
5 Functiereferentie Geeft informatie over functies om de gebruikservaring van de L te verbeteren. De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen..................... 108 Scherpstellen ................................................................................. 118 Belichting instellen ........................................................................ 127 Ingebouwde flitser gebruiken ....................................................... 146 Instellingen tijdens de weergave ..................
108 De opnamepixels en het kwaliteitsniveau instellen Beeldtint instellen Stel de basiskleurtint van opnamen in. De standaardinstelling is [F (helder)]. F Helder G Natuurlijk Opnamen worden helderder gemaakt, met een hoog contrast en meer scherpte. Opnamen krijgen een natuurlijke afwerking die geschikt is voor retoucheren. Instellen in [Beeldtint] het menu [A Opname]. (blz.
109 Opnamepixels instellen De opnamepixels kunnen worden ingesteld op P (3008×2008/3008×2000), Q (2400×1600) en R (1536×1024). Hoe meer pixels, hoe groter de opname en hoe groter het bestand. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de instellingen van het kwaliteitsniveau. De standaardinstelling is [P 3008×2000 (JPEG)]. P 3008×2008 (RAW) 3008×2000 (JPEG) Geschikt voor afdrukken op A3-papier Q 2400×1600 Geschikt voor afdrukken op A4-papier. R 1536×1024 Geschikt voor afdrukken op A5-papier.
110 Kwaliteitsniveau instellen U kunt het kwaliteitsniveau van de opname instellen. De bestandsgrootte is ook afhankelijk van de opnamepixels. De standaardinstelling is [C (Best)]. 5 | RAW RAW-gegevens zijn CCD-uitvoergegevens die worden opgeslagen zonder verdere bewerking. Effecten zoals Witbalans, Contrast, Kleurverzadiging en Scherpte worden niet op de opname toegepast, maar deze informatie wordt wel opgeslagen.
111 Kleurverzadiging/Scherpte/Contrast instellen U kunt kiezen uit vijf niveaus voor Kleurverzadiging, Scherpte en Contrast. De standaardinstelling voor alle is [0 (standaard)]. Kleurverzadiging Stel de kleurverzadiging in. Scherpte Maakt de contouren van een opname scherp of zacht. Contrast Stel het contrast van de opname in. Stel [Kleurverzadiging], [Scherpte] en [Contrast] in het menu [A Opname] in. (blz. 98) De instellingen kunnen niet worden gewijzigd in de Picture-functie (blz. 47).
112 Witbalans instellen De kleur van het onderwerp hangt mede af van de lichtbron. Een wit voorwerp heeft bijvoorbeeld bij daglicht een andere schakering wit dan onder een gloeilamp. In camera’s die werken met film, wordt dit aangepast door een andere film te nemen of filters te gebruiken. Bij digitale camera’s wordt de witheid aangepast via de witbalans. De standaardinstelling is [F (auto)]. 5 Instellen om de witbalans automatisch aan te passen.
113 Kleurtemperatuur De kleur van het licht krijgt een blauwachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur hoger wordt en een roodachtige kleurzweem naarmate de kleurtemperatuur lager wordt. De kleurtemperatuur beschrijft deze verandering in lichtkleur in termen van absolute temperatuur (K: Kelvin). Bij deze camera kan de witbalans zodanig worden ingesteld dat u onder een groot aantal verschillende lichtomstandigheden opnamen met natuurlijke kleuren kunt maken.
114 4 Druk op de vierwegbesturing (3) en selecteer [K (handmatig)]. Witbalans Handmatig Instellen 5 Druk op de vierwegbesturing (5). Het berichtenscherm verschijnt. OK OK Handmatig Witbalans Richt op onderwerp Druk op ontspanknop 5 Functiereferentie 6 7 Richt de zoeker op een egaal wit of grijs vel papier onder een lichtbron om de witbalans in te stellen. Druk de ontspanknop helemaal in. Schuif de scherpstelfunctieknop naar \ wanneer de sluiter niet kan worden ontspannen.
115 Gevoeligheid instellen U kunt de gevoeligheid instellen op basis van het omgevingslicht. De gevoeligheid kan worden ingesteld op [AUTO] of binnen een gevoeligheidsbereik dat overeenkomt met ISO 200 tot 3200. De standaardinstelling is [AUTO]. Stel [Gevoeligheid] in het menu Fn in. (blz. 102) Gevoeligheid Auto 200 400 800 1600 3200 OK OK Bij een hogere gevoeligheidsinstelling kunnen opnamen meer ruis vertonen.
116 In de volgende gevallen wordt de gevoeligheid niet aangepast: • De belichting is ingesteld op a (handmatig) of p (tijdopname) • De flitser wordt geactiveerd • Bij Auto Bracket (automatisch belichtingstrapje) • Bij belichtingscorrectie ISO-gevoeligheidswaarschuwing De ISO-gevoeligheidswaarschuwing wordt weergegeven in de zoeker wanneer de ingestelde gevoeligheid wordt overschreden.
117 Kleurgebied instellen U kunt het te gebruiken kleurgebied instellen. De standaardinstelling is [1 (sRGB)]. 1 sRGB 2 AdobeRGB Kleurgebied sRGB ingesteld. Kleurgebied AdobeRGB ingesteld. Stel [Kleurgebied] in het menu [A Pers. inst.] in. (blz. 101) Kleurgebied sRGB AdobeRGB Instellen op sRGB kleurgebied 5 Kleurbereiken voor verschillende invoer-/uitvoerapparaten, zoals digitale camera’s, monitoren en printers kunnen verschillen. Dit kleurbereik wordt de kleurruimte genoemd.
Scherpstellen 118 U kunt op de volgende manieren scherpstellen. = Autofocus De camera stelt scherp wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt. \ Handmatig scherpstellen Stel handmatig scherp. De autofocus gebruiken U kunt kiezen uit twee autofocus-zones: [Breed] en [Spot]. (blz.
119 Wanneer er is scherpgesteld, verschijnt de scherpstelindicatie ] in de zoeker. (Als deze knippert, is er niet scherpgesteld op het onderwerp.) 1Onderwerpen waarop moeilijk automatisch is scherp te stellen (blz. 46) Scherpstelindicatie 5 Functiereferentie • Bij l (scherpstellen één opname) is de scherpstelling vergrendeld terwijl ] brandt (scherpstelvergrendeling). Om scherp te stellen op een ander onderwerp, haalt u eerst uw vinger van de ontspanknop.
120 Stel scherp op het onderwerp met de knop 4 U kunt ook instellen dat er niet wordt scherpgesteld wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, maar pas wanneer u op de knop 4 drukt. Dat is handig wanneer u tijdelijk automatisch wilt scherpstellen terwijl handmatig scherpstellen is ingeschakeld. Stel [3 (Activeren AF)] in [OK knop bij opname] in het menu [A Pers. inst.]. (blz.
121 Het AF-veld instellen U kunt kiezen op welke zone de autofocus scherpstelt. De standaardinstelling is [N (breed)]. N Breed 6 Spot De camera neemt het brede gebied in het midden van het scherm (binnen het AF-veld) als uitgangspunt en stelt scherp op het dichtstbijzijnde voorwerp. De camera verkleint het scherpstelvlak, zodat makkelijker kan worden scherpgesteld op een specifiek onderwerp. Instellen in [AF-vlak] in het menu [A Opname] (blz. 98). Opname Momentcontrole Auto Bracket Autobelicht.
122 De AF-functie instellen U kunt kiezen uit de volgende twee autofocusfuncties. De standaardinstelling is [l (Eén opname)]. l Eén opname k Continu Wanneer de ontspanknop tot halverwege wordt ingedrukt, wordt de scherpstelling in die stand vastgehouden. Er wordt continu scherpgesteld op het onderwerp zolang de ontspanknop tot halverwege ingedrukt wordt gehouden. Stel [Autofocus] in het menu [A Opname] in(blz. 98). Opname 5 Momentcontrole Auto Bracket Autobelicht. AF-veld Autofocus Belichtingscomp.
123 Scherpstelling vastzetten (Scherpstelvergrendeling) Als het onderwerp buiten het bereik van het scherpstelveld valt, kan de camera niet automatisch scherpstellen op het onderwerp. In deze situatie kunt u het scherpstelveld op het onderwerp richten, de scherpstelvergrendeling gebruiken en het onderwerp opnieuw uitkaderen. 1 Kader het onderwerp in de zoeker uit. U kunt de scherpstelling niet vergrendelen wanneer het onderwerp waarop u wilt scherpstellen buiten het bereik van het scherpstelveld valt.
124 4 Houd de ontspanknop tot halverwege ingedrukt en kader het onderwerp opnieuw in. • De scherpstelling is vergrendeld zolang ] brandt. • Als u de zoomring van het objectief draait terwijl de scherpstelvergrendeling actief is, bestaat de kans dat het onderwerp niet meer scherp is. • Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (blz.
125 Handmatig scherpstelling wijzigen (Handmatig scherpstellen) Bij handmatige aanpassing van de scherpstelling kunt u aan de hand van de scherpstelindicatie of het matglas in de zoeker vaststellen of op het onderwerp is scherpgesteld. De scherpstelindicatie gebruiken Met de scherpstelindicatie kunt u de scherpstelling handmatig aanpassen ]. 1 Zet de scherpstelfunctieknop op \. 5 Functiereferentie 2 Kijk door de zoeker, druk de ontspanknop tot halverwege in en draai aan de scherpstelring.
126 • Als er moeilijk op het onderwerp kan worden scherpgesteld (blz. 46) en de scherpstelindicatie niet blijft branden, gebruikt u het matglas in de zoeker. • Het geluidssignaal kan worden uitgeschakeld. (blz. 163) Het matglas in de zoeker gebruiken U kunt handmatig scherpstellen met behulp van het matglas in de zoeker. 1 Zet de scherpstelfunctieknop op \. 5 Functiereferentie 2 Kijk door de zoeker en draai de scherpstelring tot het onderwerp scherp is op het matglas.
Belichting instellen 127 Effect van diafragma en sluitertijd De juiste belichting is een kwestie van de juiste combinatie sluitertijd-diafragma. Er zijn in elke situatie tal van correcte sluitertijd-diafragmacombinaties mogelijk, die telkens weer een ander resultaat opleveren. Effect van sluitertijd De sluitertijd bepaalt de belichtingstijd van de opname, m.a.w. de tijd dat de CCD aan licht wordt blootgesteld. U kunt daarmee de hoeveelheid licht instellen.
128 Effect van diafragma Wijzig de hoeveelheid licht die op de CCD terechtkomt door het diafragma te wijzigen. Het diafragma openen (diafragmawaarde verlagen) Voorwerpen die dichter bij of verder weg zijn dan het onderwerp waarop is scherpgesteld, worden minder scherp. Als u bijvoorbeeld een opname maakt van een bloem tegen een landschapsachtergrond met een grote diafragmaopening, wordt het landschap voor en achter de bloem onscherp, waardoor alleen de bloem wordt geaccentueerd.
129 De scherptediepte controleren Wanneer u scherpstelt op een deel van het onderwerp, is er een gebied waarin voorwerpen dichterbij en verder weg ook scherp zijn. Dit gebied wordt ‘scherptediepte’ genoemd. Wanneer u de functie scherptedieptecontrole gebruikt, kunt u de scherptediepte controleren in de zoeker alvorens een opname te maken. 1 2 Stel scherp op het onderwerp. U kunt de scherptediepte in de zoeker controleren terwijl u de hoofdschakelaar ingedrukt houdt.
130 De lichtmeetmethode selecteren U kunt kiezen welk deel van het matglas wordt gebruikt om het licht te meten en de belichting te bepalen. Bij deze camera hebt u de keus uit meervlaksmeting, lichtmeting met nadruk op het midden en spotmeting. De standaardinstelling is meervlaks lichtmeting [Multi-segment]. L Meervlaksmeting Het matglas wordt verdeeld in 16 delen, elk deel wordt gemeten en de juiste belichting wordt bepaald.
131 AF-punt koppelen aan de automatische belichting tijdens meervlaksmeting Met [Koppelt belicht. + AE] (blz. 100) in het menu [A Pers. inst.] kunt u de belichting koppelen aan het scherpstelpunt tijdens meervlaks lichtmeting. De standaardinstelling is [1 (Uit)]. 1 Uit De belichting wordt onafhankelijk van het scherpstelpunt ingesteld. 2 Aan De belichting wordt ingesteld op basis van het scherpstelpunt.
132 Meettijd instellen Stel de meettijd in bij [Bedrijftijd lichtmtr] in het menu [A Pers. inst.] (blz. 100). De standaardinstelling is [1 (10 sec)]. 1 10sec Meettijd is ingesteld op 10 seconden. 2 3s Meettijd is ingesteld op 3 seconden. 3 30sec Meettijd is ingesteld op 30 seconden. De belichtingsfunctie wijzigen Naast de Picture-functies heeft deze camera vijf belichtingsfuncties. Gebruik de functiekiezer (blz. 104) om de belichtingsfunctie te wijzigen.
133 Gebruik van de functie e (Programma) De sluitertijd en de diafragmawaarde worden automatisch ingesteld voor het maken van opnamen met de juiste belichting. Wijzig de belichting als volgt. 1 2 Zet de functiekiezer op e. Draai aan de e-knop terwijl u de knop mc indrukt en wijzig de belichting. 5 Functiereferentie De belichtingscorrectie wordt weergegeven in de zoeker en op het LCD. De sluitertijd en diafragmawaarde worden ook weergegeven terwijl u de belichting wijzigt.
134 Gebruik van de b (sluitertijdvoorkeuze) Stel de sluitertijd in om opnamen te maken van bewegende onderwerpen. Wanneer u de sluitertijd korter instelt, kunt u opnamen maken van bewegende onderwerpen alsof deze stilstaan. Wanneer u de sluitertijd langer instelt, maakt u levendige opnamen. Op basis van de sluitertijd wordt de diafragmawaarde automatisch ingesteld op de juiste belichting. 1 Effect van diafragma en sluitertijd (blz. 127) 1 5 Functiereferentie 2 Zet de functiekiezer op b.
135 • Draai aan de e-knop terwijl u op de knop mc drukt en wijzig de belichtingscorrectiewaarde. (blz. 141) • Stel de sluitertijd in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in. Stel [Bel.inst.stappen] in het menu [A Pers. inst.] in. (blz. 142) • Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op [AUTO] in het menu Fn. (blz.
136 Gebruik van de c (diafragmavoorkeuze) Stel het diafragma in wanneer u de scherptediepte wilt aanpassen. De scherptediepte is groter (voorgrond en achtergrond zijn duidelijker) wanneer het diafragma op een hoge waarde wordt ingesteld. De scherptediepte is kleiner (voorgrond en achtergrond zijn vager) wanneer het diafragma op een lagere waarde wordt ingesteld. Aan de hand van de diafragmawaarde wordt de sluitertijd automatisch op de juiste belichting ingesteld. 1 Effect van diafragma en sluitertijd (blz.
137 • Draai aan de e-knop terwijl u op de knop mc drukt en wijzig de belichtingscorrectiewaarde. (blz. 141) • Stel de diafragmawaarde in stappen van 1/2 LW of 1/3 LW in. Stel [Bel.inst.stappen] in het menu [A Pers. inst.] in. (blz. 142) • Wanneer de juiste belichting niet kan worden ingesteld op basis van de geselecteerde criteria, kunt u de gevoeligheid automatisch aanpassen. Stel [Gevoeligheid] in op [AUTO] in het menu Fn. (blz.
138 Gebruik van a (Handmatige belichting) U kunt de sluitertijd en de diafragmawaarde instellen. Dit is een geschikte belichtingsfunctie wanneer u diverse opnamen met dezelfde combinatie van sluitertijd en diafragma wilt maken of met opzet onderbelichte (donkerder) of overbelichte (lichtere) foto’s wilt maken. 1 Effect van diafragma en sluitertijd (blz. 127) 1 5 2 Functiereferentie 3 Zet de functiekiezer op a. Draai aan de e-knop om de sluitertijd te wijzigen.
De sluitertijd en de diafragmawaarde worden in de zoeker en het LCD weergegeven. De waarde van sluitertijd en diafragma die wordt aangepast, is onderstreept in de zoeker. Terwijl u de sluitertijd of diafragmawaarde wijzigt, wordt het verschil met de juiste belichting (LW-waarde) in de rechter benedenhoek van de zoeker weergegeven. De juiste belichting is ingesteld wanneer [0.0] verschijnt.
140 De knop L Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch ingesteld op de juiste belichting wanneer u drukt op de knop L in de functie a (handmatig). U kunt kiezen uit de volgende drie aanpassingsmethoden bij [AE-L knop op M opn.] in het menu [A Pers. inst.]. 1 Programmalijn Het diafragma en de sluitertijd worden automatisch aangepast. 2 Sluitertijd inst Het diafragma wordt vergrendeld en de sluitertijd wordt automatisch aangepast.
141 De belichting instellen Hiermee kunt met opzet overbelichte (lichte) of onderbelichte (donkere) opnamen maken. U kunt de LW-correctie instellen tussen –2 tot +2 (LW) in stappen van 1/2 LW of 1/3LW. Stel [Bel.inst.stappen] in het menu [A Pers. inst.] in. (blz. 142) 1 Stel de correctie in via de e-knop terwijl u de knop mc indrukt. mc knop 5 Controleer de correctiewaarde in de zoeker Tijdens de correctie wordt m weergegeven.
142 Instellingstrappen voor de belichting wijzigen Stel de belichtingstrappen in [Bel.inst.stappen] in het menu [A Pers. inst.] in op stappen van 1/2 LW of 1/3 LW. Bel.inst.stappen 1/2 EV Stap 1/3 EV Stap Bel.inst.stappen ingesteld op 1/2 EV Belichting bepalen alvorens een opname te maken (Belichtingsgeheugen) 5 Het belichtingsgeheugen is een functie die de belichting vasthoudt zoals die is vóór het maken van de opname.
143 Wijzigen van belichting en opname (Auto Bracket) U kunt continuopnamen maken met een verschillende belichting wanneer de ontspanknop wordt ingedrukt. De eerste opname wordt belicht zonder correctie, de tweede wordt onderbelicht (negatieve correctie) en de derde wordt overbelicht (positieve correctie). Normale belichting 1 Onderbelichting Druk op de knop { in de opnamefunctie. Overbelichting Fn 5 200 OK 2 Einde Druk op de vierwegbesturing (2).
144 4 Druk twee keer op de 4 knop. De opname is klaar en er wordt ] weergegeven op het LCD. 5 Druk de ontspanknop tot halverwege in. Wanneer er is scherpgesteld, wordt de scherpstelindicatie ] in de zoeker weergegeven. 6 Druk de ontspanknop helemaal in. Er worden achtereenvolgens drie opnamen gemaakt, de eerste zonder correctie, de tweede met een negatieve correctie en de derde met een positieve correctie.
145 Automatisch belichtingstrapje instellen Wijzig de opnamevolgorde en stappen van het automatisch belichtingstrapje. Bracketng aantal (trapinterval) 1/2LW ±0,5, ±1,0, ±1,5, ±2,0 1/3LW ±0,3, ±0,7, ±1,0, ±1,3, ±1,7, ±2,0 Opnames maken 0 ´ – ´ +, – ´ 0 ´ +, + ´ 0 ´ – * Stel de interval van de trappen in [Bel.inst.stappen] in het menu [A Pers. inst.] in. (blz. 142) Instellen in [Auto Bracket] het menu [A Opname]. (blz. 98) Auto Bracket Bracketng aantal Opnames maken 0.
146 Ingebouwde flitser gebruiken Flitsopbrengst corrigeren U kunt de flits instellen in een bereik van –2,0 tot +1,0. De flitscorrectiewaarden zijn als volgt bij 1/3 LW en 1/2 LW. Trapinterval Flitscorrectie 1/2LW ––2,0, –1,5, –1,0, –0,5, 0,0, +0,5, +1,0 1/3LW ––2,0, –1,7, –1,3, –1,0, –0,7, –0,3, 0,0, +0,3, +0,7, +1,0 * Stel de interval van de trappen in [Bel.inst.stappen] in het menu [A Pers. inst.] in. (blz. 142) Instellen in [Belichtingscomp.] in het menu [A Opname]. (blz.
147 Opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen U kunt opnamen maken terwijl de flitser nog wordt opgeladen. Stel [2 (Aan)] in bij [Ontspant bij opladen] in het menu [A Pers. inst.] (blz. 101). U kunt standaard geen opnamen maken terwijl de flitser nog bezig is met opladen.
148 Lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken U kunt lange-sluitertijdsynchronisatie gebruiken wanneer u portretopnamen maakt met een zonsondergang op de achtergrond. Zowel het portret als de achtergrond worden prachtig vastgelegd. • Een lange-sluitertijdsynchronisatie verlengt de sluitertijd. Gebruik een statief om camerabeweging te voorkomen. De opname wordt ook onscherp wanneer het onderwerp beweegt. • Lange-sluitertijdsynchronisatie is ook mogelijk met een externe flitser.
149 Afstand en diafragma bij gebruik van de ingebouwde flitser Wanneer u opnamen maakt met de flitser, moeten richtgetal, diafragma en afstand op elkaar zijn afgestemd. Bereken de opnamecondities en pas deze aan wanneer de flitser onjuist is ingesteld. Richtgetal van ingebouwde flitser Gevoeligheid Richtgetal ingebouwde flitser ISO200 15.
150 Berekenen van de diafragmawaarde op basis van opnameafstand Met de volgende formule berekent u de diafragmawaarde voor de opnameafstand. Gebruikte diafragmawaarde F = richtgetal ÷ opnameafstand Bij een gevoeligheid van [ISO200] en een opnameafstand van 5,2 m is de diafragmawaarde: F = 15.6 ÷ 5.2 = 3 Wanneer de uitkomst (in bovenstaand voorbeeld 3) niet beschikbaar is als diafragmawaarde, wordt meestal het dichtstbijzijnde lagere getal (in bovenstaand voorbeeld 2,8) gebruikt.
151 Compatibiliteit objectieven DA, D FA, FA J, FA en F met de ingebouwde flitser Hieronder vindt u de compatibiliteit van de ingebouwde flitser bij het gebruik van objectieven DA, D FA, FA J, FA en F met de L zonder zonnekap. Ja : beschikbaar # : beschikbaar afhankelijk van andere factoren No : niet-beschikbaar vanwege vignettering De volgende waarden zijn geldig zonder gebruik van een zonnekap. Type objectief Compatibiliteit F Fish-eye 17-28 mm F3.5-4.
152 Type objectief 5 Compatibiliteit FA*24 mm F2AL (IF) Ja FA28 mm F2.8AL Ja FA31 mm F1.8AL Limited Ja FA35 mm F2AL Ja DA40 mm F2.8 Limited Ja FA43 mm F1.9 Limited Ja FA50 mm F1.4 Ja FA50 mm F1.7 Ja FA77 mm F1.8 Limited Ja FA*85 mm F1.4 (IF) Ja FA135 mm F2.8 (IF) Ja FA*200 mm F2.8ED (IF) Ja FA*300 Nee mm F2.8ED (IF) Functiereferentie FA*300 mm F4.5ED (IF) Ja FA*400 mm F5.6ED (IF) Ja FA*600 mm F4ED (IF) Nee D FA Macro 50 mm F2.8 Ja D FA Macro 100 mm F2.
153 Gebruik van een externe flitser (optioneel) De optionele externe flitser AF360FGZ ondersteunt een aantal flitsfuncties, zoals automatisch P-DDL-flitsen, flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie en draadloos flitsen. Zie het onderstaande schema voor details.
154 Weergave op het LCD van de AF360FGZ De AF360FGZ converteert automatisch het verschil in beeldhoek tussen kleinbeeld (35 mm) en het formaat van de L op basis van de brandpuntsafstand van het gebruikte objectief (bij gebruik van een DA-, D FA-, FA J-, FA- of F-objectief). De conversie-indicatie wordt weergegeven en de formaatindicatie verdwijnt wanneer de timer van de belichtingsmeting van de L aan is.
155 Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie Met de AF360FGZ kunt u de flitser activeren om een opname te maken met een sluitertijd die korter is dan 1/180 s. Flitsen met korte-sluitertijdsynchronisatie kan ook worden gebruikt met de flitser aangesloten op de camera of bij draadloos flitsen. De AF360FGZ op de camera aansluiten en gebruiken 1 2 3 4 Verwijder de flitsschoenbeschermer en bevestig de AF360FGZ. Draai aan de functiekiezer en zet de belichtingsfunctie op a. Zet de AF360FGZ aan.
156 Draadloos flitsen 1 2 3 4 5 6 Stel de AF360FGZ op de gewenste plaats op. Zet de aan/uit-knop van de AF360FGZ op [WIRELESS] (draadloos). Stel de functie voor draadloze slave-bediening van de AF360FGZ in op S (Slave). Draai aan de functiekiezer en stel de belichtingsfunctie in op e, b, c of a. Zet de aan/uit-knop van de AF360FGZ op de camera op [WIRELESS]. Zet de draadloze functie van de AF360FGZ op de camera op a (Master) of A (Control).
157 Anti rode ogen Net als bij de ingebouwde flitser is ook voor een externe flitser anti rode ogen beschikbaar. Voor sommige flitsers is deze functie mogelijk niet beschikbaar en er kunnen beperkingen gelden voor de gebruiksomstandigheden. Zie het schema op blz. 153. • De functie voor anti rode ogen werkt ook wanneer alleen een externe flitser wordt gebruikt. (blz.
158 Diverse flitsers tegelijk gebruiken U kunt twee of meer externe AF360FGZ flitsers tegelijk gebruiken of twee of meer externe AF360FGZ flitsers gebruiken in combinatie met de ingebouwde flitser. Sluit de flitsers zoals hieronder afgebeeld aan: sluit een flitsschoenadapter F (optioneel) aan op de externe flitser en de flitsschoenadapter F (optioneel) en verbind deze met verlengsnoer F5P (optioneel) aan de flitsschoenadapter F op de andere externe flitser.
159 Flitsen met contrastregelingssynchronisatie U kunt dubbel flitsen (met contrastregelingssynchronisatie) door de twee of meer AF360FGZ flitsers te combineren of de AF360FGZ te gebruiken in combinatie met de ingebouwde flitser. De contrastregeling is gebaseerd op het verschil in de afgegeven lichthoeveelheid van de twee flitsers. • Combineer geen accessoires met een afwijkend aantal contacten zoals een flitshandgreep, omdat hierdoor storingen kunnen optreden.
160 Instellingen tijdens de weergave Weergavefunctie wijzigen Stel in welke informatie tijdens de weergave moet worden getoond De camera schakelt tussen de opties voor weergave wanneer u op de knop M drukt. Alleen beelden Alleen opnamen worden weergegeven. Beelden+grafieken Opnamen en histogram worden weergegeven. Beeld+Detail info De opnamegegevens worden weergegeven, samen met een kleine afbeelding van de opname in de linker bovenhoek.
Stel [Helderheid] in het menu [Q Playback] in. (blz. 98) 161 Helderheid Uit Momentcontrole Momentctr+Weergeven Cancel OK OK Weergave-interval diavoorstelling instellen U kunt alle opnamen op de SD-geheugenkaart achter elkaar weergeven. (blz. 68) Zet de weergave-interval op [3 sec], [5 sec], [10 sec] of [30 sec]. De standaardinstelling is [3 sec]. Stel [Diavoorstelling] in het menu [Q Weergeven] in (blz. 98).
Camera-instellingen 162 SD-geheugenkaart formatteren Formatteer een nieuwe SD-geheugenkaart in de camera voordat u de kaart in gebruik neemt. Bij formattering worden alle gegevens van de SD-geheugenkaart verwijderd. • Open de klep voor de SD-geheugenkaart niet bij het formatteren van een SDgeheugenkaart. De kaart kan daardoor beschadigd raken en onbruikbaar worden. • Let op: bij formatteren worden ook beveiligde opnamen gewist.
163 Het geluidssignaal in- en uitschakelen U kunt het geluidssignaal van de camera in of uitschakelen. De standaardinstelling is aan [Aan]. Instellen in [Signaal] in het menu [H Set-up]. (blz. 99) Set-up Formatteren Signaal Datum instellen Wereldtijd Nederlands Hulpdisplay Einde Datum/tijd en weergavestijl wijzigen Datum instellen DD weergave DD/MM/JJ 24h Datum 01 / 01 / 2005 Tijd 00 : 00 Cancel OK OK 5 Functiereferentie U kunt de datum- en tijdinstellingen wijzigen.
164 Wereldtijd instellen De datum en tijd die u selecteert in [Initial Settings] (blz. 33) zijn de datum en tijd van uw huidige locatie. Door de wereldtijd in te stellen, kunt u de lokale datum en tijd weergeven op de LCD-monitor wanneer u in het buitenland bent. 1 Selecteer [Wereldtijd] in het menu [H Set-up]. (blz. 99) 2 Druk op de vierwegbesturing (5). Het scherm [Wereldtijd] verschijnt.
165 7 Selecteer met de vierwegbesturing (45) de plaats van bestemming. Bestemmingstijd Het huidige tijdstip, de plaats en het tijdsverschil van de gekozen stad verschijnt. Londen Zomertijd Cancel OK OK -1:00 23:25 8 Selecteer [Zomertijd] met de vierwegbesturing (3). 9 Selecteer O (aan) of P (uit) met de vierwegbesturing (45). Selecteer O (Aan) als de stad van bestemming de zomertijd hanteert. 10 Druk op de knop 4. 5 Wereldtijd Londen Amsterdam 23:25 11 Druk twee keer op de knop 3.
166 Lijst met steden voor wereldtijd Plaats Regio Noord-Amerika Honolulu Anchorage Vancouver 5 Functiereferentie Europa Jeddah Teheran Dubai Los Angeles Karachi Calgary Kaboel Denver Male Chicago Delhi Miami Colombo Toronto Kathmandu New York Dacca Oost-Azië Yangon Mexico-Stad Bangkok Lima Kuala Lumpur Santiago Vientiane Carácas Singapore Buenos Aires Phnom Penh Sao Paulo Ho Chi Minh-Stad Rio de Janeiro Jakarta Madrid Hongkong Londen Peking Parijs Shanghai Amsterdam
167 Weergavetaal instellen U kunt de taal wijzigen waarin de menu’s, foutberichten, enz. worden weergegeven. Stel [Language/ ] in het menu [H Set-up] in. (blz. 99) U kunt kiezen uit elf talen: Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans, Zweeds, Nederlands, Russisch, Koreaans, Chinees [traditioneel/vereenvoudigd] en Japans. 1De weergavetaal instellen (blz.
168 De helderheid van de LCD-monitor aanpassen U kunt de helderheid van de LCD-monitor aanpassen. Wijzig de instellingen wanneer de LCD-monitor moeilijk leesbaar is. Instellen in [Helderheid] in het menu [H Set-up]. (blz. 99) Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch.
169 Automatisch uitschakelen instellen U kunt de camera zo instellen dat deze automatisch uitschakelt wanneer deze een bepaalde tijd niet gebruikt is. Selecteer [1 min], [3 min], [5 min], [10 min], [30 min] of uit [Uit]. De standaardinstelling is [1 min]. Instellen in [Auto Uitsch.] in het menu [H Set-up]. (blz. 99) Set-up Helderheid Videosignaal Transfer functie Auto Uitsch.
170 Momentcontrole instellen Weergavetijd instellen Selecteer [1 sec], [3 sec], [5 sec] of uit [Uit]. De standaardinstelling is [1 sec]. Instellen in [Momentcontrole] het menu [A Opname]. (blz. 98) Opname Momentcontrole Auto Bracket Autobelicht. AF-veld Autofocus Belichtingscomp. 1 sec 3 sec 5 sec Uit AF.S 0.0 Cancel 5 OK OK Weergave van het histogram tijdens de momentcontrole Functiereferentie Instellen om een histogram weer te geven tijdens de momentcontrole.
Standaardinstellingen herstellen 171 Menu Opname/Weergeven/Set-up herstellen Instellingen in het menu [A Opname], [Q Weergeven] en [H Set-up] worden hersteld naar de standaardinstellingen. De instellingen voor Datum instellen, Language/ , Videosignaal en Wereldtijd worden echter niet hersteld. 1 2 3 Selecteer [Reset] in het menu [H Set-up]. Druk op de vierwegbesturing (5) om het scherm [Reset] op te roepen. Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing (2).
172 Menu Pers. inst. herstellen De instellingen in het menu [A Pers. inst.] worden hersteld naar de standaardinstellingen. De instellingen in de menu’s [A Opname], [Q Weergeven] en [H Set-up] worden niet hersteld. 1 2 3 Selecteer [Reset] in het menu [A Pers. inst.]. Druk op de vierwegbesturing (5) om het scherm Reset pers. inst. op te roepen. Selecteer [Reset] met de vierwegbesturing (2). Reset pers.inst. Van pers. Inst.
6 Bijlage Standaardinstellingen ................................................................... 174 Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties ... 178 Opmerkingen bij [gebruik van een diafragmaring] ..................... 180 De CCD schoonmaken .................................................................. 181 Optionele accessoires ................................................................... 183 Foutberichten ...................................................................
Standaardinstellingen 174 In onderstaande tabel staan de fabrieksinstellingen. Gegevens in de tabel. Laatste geheugeninstelling Ja Nee : De actieve instelling (laatste geheugen) wordt bewaard wanneer de camera wordt uitgezet. : De instelling gaat terug naar de standaardwaarde als de camera wordt uitgezet. Reset instelling Ja Nee : De instelling gaat terug naar de standaard instelling met de reset-functie (blz. 171). : De instelling wordt bewaard, zelfs als de camera wordt gereset.
175 Menu [H Set-up] Onderdeel Formatteren Signaal Datum instellen Wereldtijdinstelling Standaardinstelling Laatste geheugeninstelling Reset instelling Bladzijde — — — blz. 162 O (aan) Ja Ja blz. 163 Gelijk aan standaardinstelling Ja Nee blz.
176 Menu [A Pers. inst.] Standaardinstelling Laatste geheugeninstelling Reset instelling Bladzijde P (uit) Ja Ja blz. 100 Aan Ja Ja blz. 140 Stappen van 1/2 LW Ja Ja blz. 142 AUTO ISO correctie ISO 200-400 Ja Ja blz. 115 Waarsch. ISO inst. Uit Ja Ja blz. 116 blz. 131 Onderdeel Instellingen Ruisonderdrukking Bel.inst.stappen Koppelt belicht. + AF Uit Ja Ja Bedrijftijd lichtmtr 10sec Ja Ja blz. 132 AE-L met AF lock Uit Ja Ja blz.
177 Fn-menu Onderdeel Transportstand Flitsinstelling Witbalans Standaardinstelling Laatste geheugeninstelling Reset instelling Bladzijde 9 (enkelbeeldopnamen) Nee *1 Ja blz. 53, blz. 55, blz. 59, blz. 143 B (automatisch) Ja Ja blz. 49 F (automatisch) Ja Ja blz. 112 ISO-gevoeligheid AUTO Ja Ja blz. 115 DPOF-instellingen — Ja Nee blz. 79 Digitaal filter Diavoorstelling Zwart-wit 3s Ja *2 Ja Ja blz. 71 Ja blz.
178 Beschikbare functies bij verschillende objectiefcombinaties Compatibele objectieven Bij deze camera kunnen alleen DA en FA J objectieven en D FA/FA/F/A objectieven met een positie s op de diafragmaring worden gebruikt. Zie “Opmerkingen bij [gebruik van een diafragmaring]” (blz. 180) voor andere objectieven en D FA/FA/F/A objectieven met diafragmaring ingesteld op een andere positie dan s.
Objectieven en vattingen 179 FA-objectieven met een vaste brandpuntsafstand (objectieven zonder zoom) en DA, D FA, FA, FA J en F objectieven hebben de KAF-vatting. Van de FA-zoomobjectieven hebben de objectieven met power zoom de KAF2-vatting. Objectieven zonder power zoom hebben de KAF-vatting. Raadpleeg de handleiding bij het objectief voor verdere gegevens. Deze camera beschikt niet over een power zoom-functie.
180 Opmerkingen bij [gebruik van een diafragmaring] Diafragmaring gebruiken Wanneer [Gebruik diafr. ring] is ingesteld op [2 (toegestaan)] in het menu [A Pers. inst.] (blz. 101), kan de sluiter ontspannen worden, zelfs wanneer de diafragmaring van het D FA, FA, F of A objectief niet op de positie s staat of wanneer er een objectief zonder positie s wordt bevestigd. De functies zijn dan echter beperkt, zoals in onderstaande tabel weergegeven.
De CCD schoonmaken 181 Wanneer de CCD vuil of stoffig wordt, kunnen er schaduwen ontstaan in de opname bij witte achtergronden of andere opnameomstandigheden. Dit wijst erop dat de CCD moet worden schoongemaakt. Neem contact op met het servicecentrum van PENTAX voor professionele reiniging, aangezien de CCD een precisie-onderdeel is. • Gebruik nooit een spuitbus. • Maak de CCD niet schoon wanneer de belichtingsfunctie is ingesteld op p (tijdopname).
182 6 Druk op de knop 4. De spiegel wordt vastgezet in de opgeklapte stand. 7 Reinig de CCD. Gebruik een blaasbalgje zonder kwastje om vuil en stof van de CCD te verwijderen. Bij gebruik van een blaaskwastje kan het kwastje krassen veroorzaken op de CCD. Veeg de CCD nooit af met een doek. 8 9 6 Zet de camera uit. Bevestig het objectief nadat de spiegel weer op zijn uitgangspositie is gezet.
Optionele accessoires 183 Voor deze camera zijn verschillende speciale accessoires verkrijgbaar. Neem contact op met onze verkoopafdeling voor nadere informatie over toebehoren. Netvoedingsadapter D-AC10 Deze netvoedingsadapter voorziet de camera van stroom via een stopcontact. Draadontspanner CS-205 Dit is een draadontspanner waarmee de ontspanknop op afstand kan worden bediend. De lengte van het snoer is 0,5 m. Afstandsbediening F U kunt opnamen maken binnen 5 m vanaf de voorzijde van de camera.
184 Schoenklem CL-10 voor afstandsbediening Klem voor gebruik van de AF360FGZ als draadloze slave-flitser. Flitsschoenadapter FG Verlengsnoer F5P Schoenadapter F Gebruik de adapters en snoeren om de externe flitser op afstand van de camera te gebruiken. Voor de zoeker Zoekerloep FB Zoekeraccessoire waarmee het centrale gebied van de zoeker wordt vergroot. Hoekzoeker A Accessoire waarmee het zoekerbeeld onder een hoek kan worden bekeken. Klikt in met stappen van 90°.
185 Cameratas Cameratas O-CC34 Overige Onderstaande accessoires zijn gelijk aan de bij de camera geleverde accessoires.
186 Foutberichten Foutbericht Beschrijving Geheugenkaart vol De SD-geheugenkaart is vol en er kunnen geen opnamen meer worden opgeslagen. Plaats een nieuwe SDgeheugenkaart of verwijder niet-benodigde opnamen. (blz. 29, blz. 73) Mogelijk kunt u de opname opslaan door het kwaliteitsniveau of de opnamepixels te wijzigen. (blz. 109, blz. 110) Geen opname Er zijn geen opnamen opgeslagen op de SD-geheugenkaart.
187 Foutbericht RAW-opnamen worden niet ondersteund Geen beeld om te filteren Beschrijving RAW-opnamen kunnen niet via het digitale filter worden verwerkt. Wanneer een digitaal filter wordt ingeschakeld vanuit het menu [Q Weergeven], verschijnt deze melding wanneer alle opgeslagen opnamen RAW-bestanden zijn of opnamen die zijn gemaakt met een ander soort camera.
188 Problemen oplossen We adviseren u te controleren of u het probleem aan de hand van de volgende tabel kunt oplossen voordat u contact opneemt met een servicecentrum. Probleem Camera gaat niet aan De sluiter ontspant niet Oorzaak Batterijen niet geplaatst. Controleer of de batterijen zijn geplaatst. Is dat niet het geval, plaats de batterijen dan. Batterijen zijn niet juist geplaatst. Controleer of batterijen correct zijn geplaatst.
189 Probleem Oorzaak Het belichtingsgeheugen werkt niet Het belichtingsgeheugen is niet beschikbaar wanneer a (handmatige belichting) of p (tijdopname) is ingesteld. Gebruik het belichtingsgeheugen bij een andere instelling dan a (handmatig) of p (tijdopname) Wanneer de flitser is ingesteld op [Auto ontladen] of [Auto + anti rode ogen], gaat de flitser niet af wanneer het onderwerp licht is. Zet de flitser op [Manual ontladen] of [Manual + anti rode ogen]. (blz.
190 Belangrijkste technische gegevens Digitale spiegelreflexcamera met DDL-autofocus, automatische belichting en ingebouwde, uitklapbare P-DDL-flitser Type Effectief aantal pixels 6,10 megapixels Sensor Totaal aantal pixels 6,31 megapixels, interline / interlace scan CCD met filter voor primaire kleuren Opnamepixels P (RAW: 3008×2008/JPEG: 3008×2000 pixels), Q (2400×1600 pixels), R (1536×1024 pixels) Gevoeligheid Auto, handmatig (200/400/800/1600/3200: standaardgevoeligheid) Bestandsindelingen R
191 Zoeker Pentaspiegelzoeker, Natural-Bright-Matte II matglas, beeldveld: 95%; vergroting 0,85× (met 50 mm f/1.4-objectief op ∞), zoekerdioptrie: –2,5m-1 tot +1,5m-1.
192 PictBridge Compatibele printer Afdrukfuncties PictBridge-compatibele printer Eén opname afdrukken, alle opnamen afdrukken, DPOF AUTOPRINT Afmetingen en gewicht 125 mm × 92.5 mm × 67 mm (b x h x d) 470 g (alleen body, zonder batterijen) Accessoires Flitsschoenbeschermer FK, oogschelp FL, zoekerkapje ME, bodydop, USB-kabel IUSB17, videokabel I-VC28, software (cd-rom) S-SW34, draagriem O-ST10, vier AA alkalinebatterijen, handleiding (dit boekje) en handleiding bij PENTAX PHOTO Browser 2.
Verklarende woordenlijst 193 AdobeRGB Kleurruimte aanbevolen door Adobe Systems, Inc. voor commercieel afdrukken. Breder bereik van kleurreproductie dan sRGB. Dekt het grootste kleurbereik zodat kleuren die alleen beschikbaar zijn tijdens afdrukken niet verloren gaan wanneer opnamen op een computer worden bewerkt. Wanneer opnamen worden geopend in niet-compatibele software, lijken de kleuren lichter. Auto Bracket Voor het automatisch wijzigen van de opname-instellingen.
194 Exif (exchangeable image file format voor digitale fotocamera‘s) Standaard voor bestandsindelingen op digitale camera’s, vastgelegd door de JEITA (Japan Electronics and Information Technology Industries Association). Gevoeligheid De hoeveelheid licht. Met een hoge gevoeligheid kunnen opnamen zelfs op donkere plaatsen worden gemaakt met een korte sluitertijd, waardoor camerabewegingen worden verminderd. Opnamen met een hoge gevoeligheid zijn echter vatbaarder voor ruis.
Opnamepixels 195 Drukt de grootte van de opname uit in het aantal pixels. Hoe hoger het aantal pixels waaruit de opname is opgebouwd, des te groter de opname wordt. RAW-gegevens Onbewerkte opnamegegevens vanuit de CCD. RAW-gegevens zijn nog niet intern door de camera verwerkt. Na het fotograferen moeten per opname individuele instellingen worden gekozen zoals witbalans, contrast, kleurtoon en scherpte. RAW-gegevens zijn 12 bits gegevens met 16 keer zoveel informatie als 8 bits JPEG- en TIFF-gegevens.
196 6 Memo Bijlage
Memo 197
198 Index [A Opname] menu .................... 98; 174 [Q Weergeven] menu ............... 98, 174 [H Set-up] menu ......................... 99, 175 [A Pers. inst.] menu .................. 100, 176 I Auto Picture ......................... 43, 47 U Normaal ......................................... 47 = Portret ............................................. 47 s Landschap ...................................... 47 q Macro .............................................. 47 \ Bewegend onderwerp ...................
contrastregelingssynchronisatie ........ 159 Flitser .......................................... 49, 146 Flitser (Witbalans) ............................. 112 K (Flitser uitklappen) knop ............ 93 { button ...................................... 93, 95 { knop ......................................... 93, 95 Fn-menu ............................................ 102 Formatteren ...................................... 162 Foutbericht ........................................ 186 Functiekiezer ................
200 6 R RAW .................................................. 110 Rechtstreeks afdrukken ...................... 83 Resterende opslagcapaciteit opnamen ............................................. 27 Roteren ............................................... 64 Ruisonderdrukking ............................ 140 Bijlage S Schaduw (Witbalans) ........................ 112 Schermaanwijzingen ......................... 167 Scherpstelfunctieknop ......................... 92 Scherpstelindicatie ..................
MEMO 201 6 Bijlage
202 GARANTIEBEPALINGEN Alle PENTAX-camera’s die via de erkende kanalen door de officiële importeur zijn ingevoerd en via de erkende handel worden gekocht, zijn tegen materiaal- en/of fabricagefouten gegarandeerd voor een tijdsduur van twaalf maanden na aankoopdatum.
• Deze garantiebepalingen zijn niet van invloed op de wettelijke rechten van de klant. • De plaatselijke garantiebepalingen van PENTAX-distributeurs in sommige landen kunnen afwijken van deze garantiebepalingen. Wij adviseren u daarom kennis te nemen van de garantiekaart die u hebt ontvangen bij uw product ten tijde van de aankoop, of contact op te nemen met de PENTAX-distributeur in uw land voor meer informatie en voor een kopie van de garantiebepalingen.
204 6 MEMO Bijlage
MEMO 205 6 Bijlage
PENTAX Corporation De fabrikant behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande berichtgeving wijzigingen in specificaties, ontwerp en beschikbaarheid aan te brengen. AP011305/NL Copyright © PENTAX Corporation 2005 FOM 01.07.2005 Printed in Germany SLR Digitale Camera Handleiding Handleiding 2-36-9, Maeno-cho, Itabashi-ku, Tokyo 174-8639, JAPAN (http://www.pentax.co.jp/) PENTAX Europe GmbH Julius-Vosseler-Strasse, 104, 22527 Hamburg, (European Headquarters) GERMANY (HQ - http://www.pentaxeurope.