Operation Manual
165
8
Bijlage
Niet scherpgesteld
op onderwerp
Onderwerp waarop moeilijk
kan worden scherpgesteld
Onderwerpen waarop moeilijk automatisch kan
worden scherpgesteld: objecten met weinig
contrast (blauwe lucht, witte muren, enz.),
donkere objecten, objecten met subtiele
patronen, snel bewegende objecten,
landschappen door een raam of net, enz.
Stel scherp op een ander voorwerp op dezelfde
afstand (houd de ontspanknop tot halverwege
ingedrukt), richt opnieuw op het onderwerp en
druk de ontspanknop helemaal in. U kunt ook
de handmatige scherpstelfunctie gebruiken.
Onderwerp bevindt zich niet
in scherpstelveld
Plaats onderwerp in scherpstelkader
(scherpstelveld) in midden van LCD-monitor.
Als het onderwerp buiten het scherpstelveld valt,
richt u de camera op het onderwerp en
vergrendelt u de scherpstelling (houd de
ontspanknop tot halverwege ingedrukt). Kader
het beeld vervolgens opnieuw uit en druk de
ontspanknop helemaal in.
Onderwerp is te dichtbij Stel de scherpstelfunctie in op q of r. (blz.85)
Stel de scherpstelfunctie in
op q of r
Normale opnamen worden niet scherp
weergegeven als de scherpstelfunctie is
ingesteld op q of r.
Flitser gaat niet af Flitsfunctie is uitgeschakeld Stel de flitsfunctie in op automatisch of b.
(blz.84)
De opnamefunctie is
ingesteld op C,
serieopnamen of Super
Macro
Bij deze functies werkt de flitser niet.
Probleem Oorzaak Oplossing










