Operation Manual
128
5
Opnamen bewerken en afdrukken
Opnamen bewerken
Door de grootte van een geselecteerde opname te wijzigen kunt u het
bestand verkleinen. U kunt deze functie gebruiken om opnamen te
blijven maken wanneer de SD-geheugenkaart of het interne geheugen
vol is, door de opnamen te verkleinen en de oorspronkelijke opnamen te
overschrijven. Zo maakt u ruimte vrij op de kaart of in het geheugen.
1
Activeer de stand Q en kies met de vierwegbesturing
(45) de opname waarvan u het formaat wilt wijzigen.
2
Druk op de vierwegbesturing (3).
Het weergavepalet verschijnt.
3
Selecteer n (Formaat wijzigen)
met de vierwegbesturing
(2345).
4
Druk op de 4-knop.
Het scherm voor keuze van de grootte verschijnt.
5
Selecteer [Resolutie].
Kies de grootte met de vierwegbesturing
(45).
De opnamegrootte wijzigen (Formaat wijzigen)
• U kunt de grootte van foto's met een opnameresolutie van M, foto's
gemaakt met I (16-beelds opname), panoramafoto's en films niet
wijzigen.
• Het is niet mogelijk een hogere resolutie of een hogere kwaliteit te
selecteren dan die van de oorspronkelijke opname.
OK
O KO K
OK
MENU
S topS top
Stop
Wijzigt opgenomen pixels
en kwaliteitsniveau om het
bestand te verkleinen
F ormaa t w i jzige n
Formaat wijzigen
OK
OK
O K
OK
Resolutie
Stop
S top
Stop
MENU
7
M










