Operation Manual

147
9
Bijlage
De kans bestaat dat de camera soms niet naar behoren werkt vanwege statische elektriciteit.
Als dit het geval is, neem de batterijen dan uit en plaats ze weer terug. Als de camera wordt
ingeschakeld en correct werkt, betekent dit dat er geen sprake is van een storing. U kunt
de camera normaal gebruiken.
Niet scherpgesteld
op onderwerp
Er kan moeilijk
op het onderwerp
worden scherpgesteld
met de autofocus
Stel scherp op een ander object op dezelfde
afstand (houd de ontspanknop tot halverwege
ingedrukt), richt opnieuw op het onderwerp
en druk de ontspanknop helemaal in (blz.37).
U kunt ook de handmatige scherpstelfunctie
gebruiken. (blz.69)
Onderwerp bevindt zich
niet in scherpstelveld
Plaats onderwerp in scherpstelkader in midden
van LCD-monitor. Als het onderwerp buiten
het scherpstelveld valt, richt u de camera op
het onderwerp en vergrendelt de scherpstelling
(houd de ontspanknop tot halverwege
ingedrukt). Kader het beeld vervolgens
opnieuw uit en druk de ontspanknop
helemaal in.
Onderwerp is te dichtbij Stel scherpstelinstelling in op q. (blz.68)
Scherpstelinstelling
is ingesteld op q
Normale opnamen worden niet scherp
weergegeven als de scherpstelinstelling
is ingesteld op q.
Flitser gaat niet af
Flitsfunctie is ingesteld
op a (flitser uit)
Zet op Auto of b (Flitser aan). (blz.70)
Transportstand
is ingesteld op 1
Scherpstelinstelling
is ingesteld op s
Opnamefunctie
is ingesteld op C of y
Bij deze functies werkt de flitser niet.
USB/AV-
aansluiting met
computer werkt niet
correct
USB/AV-aansluitfunctie
is ingesteld op [PictBridge]
Wijzig de USB/AV-aansluitfunctie in [PC].
(blz.134)
USB/AV-
aansluiting met
printer werkt niet
correct
USB/AV-aansluitfunctie
is ingesteld op [PC]
Wijzig de USB/AV-aansluitfunctie in
[PictBridge]. (blz.115)
Probleem Oorzaak Oplossing