Operation Manual
Table Of Contents
- Veilig gebruik van de camera
- Aandachtspunten tijdens het gebruik
- Inhoudsopgave
- Indeling van de handleiding
- De inhoud van het pakket controleren
- Naam en functie van onderdelen
- Functie-instellingen wijzigen
- Voorbereidingen
- Opnamen maken
- Foto’s maken
- Werken met de opnamefuncties
- De opnamestand selecteren met de functiekiezer
- Diverse opnamestanden
- De opnamestanden instellen
- De flitsinstelling selecteren
- De transportstand selecteren
- De scherpstelstand selecteren
- De autofocusinstellingen selecteren
- De belichting instellen
- De bestandsindeling van opnamen instellen
- Witbalans instellen
- De stand p-opname selecteren
- De helderheid compenseren (Inst, D-range)
- Het ND-filter instellen
- Objectiefvervorming corrigeren (Vervormingscorrectie)
- Shake Reduction instellen
- De functie Gezichtsdetectie instellen
- Knipperdetectie instellen
- Momentcontrole instellen
- De afwerking (beeldtint) van de opname instellen (Aangepaste opn.)
- De functie Datumafdruk instellen
- Video-opnamen maken
- De instellingen opslaan (Geheugen)
- Opnamen weergeven en wissen
- Opnamen bewerken en afdrukken
- Instellingen
- Camera-instellingen
- Items in het menu Instelling
- Het geheugen formatteren
- De geluidsinstellingen wijzigen
- De datum en tijd wijzigen
- De wereldtijd instellen
- De tekstgrootte van het menu instellen
- De weergavetaal wijzigen
- De naamgeving van mappen wijzigen
- De naamgeving van bestanden wijzigen
- De copyrightinformatie instellen
- Het videosignaal wijzigen
- Het HDMI-uitgangssignaal wijzigen
- Eye-Fi-communicatie instellen
- De helderheid en kleurtint van het scherm wijzigen
- De batterijbesparingsfunctie gebruiken
- Automatisch uitschakelen instellen
- Het scherm van de opnamestand instellen (Beeldopties LCD)
- Instellen welk menutabblad eerst wordt weergegeven
- Het Opstart scherm wijzigen
- Corrigeren van defecte pixels in de beeldsensor (Pixeluitlijning)
- Snelkeuze instellen
- De klokweergave instellen
- Standaardinstellingen herstellen (Reset)
- Camera-instellingen
- Aansluiten op een computer
- Bijlage

229
7
Bijlage
Er is niet
scherpgesteld op
het onderwerp.
Er kan moeilijk op het
onderwerp worden
scherpgesteld.
Vergrendel de scherpstelling op een
voorwerp dat zich op dezelfde afstand
bevindt als het onderwerp (door de
ontspanknop tot halverwege in te
drukken), richt de camera op het
onderwerp en druk de ontspanknop
helemaal in (p.58). U kunt de
scherpstelling ook handmatig instellen
(p.97).
Het onderwerp bevindt
zich niet in
scherpstelveld.
Zoek het gewenste onderwerp in het
scherpstelkader (AF-veld) in het midden
van het scherm. Als dit problematisch is,
vergrendel dan eerst de scherpstelling op
het gewenste onderwerp
(scherpstelvergrendeling) en beweeg
daarna de camera om de gewenste
beeldinkadering te bereiken. Of gebruik
de stand Z (Selecteren) en maak een
opname met het AF-veld ingesteld op het
onderwerp waarop u wilt scherpstellen
(p.100).
De flitser gaat
niet af.
De flitser is niet
uitgeklapt.
Klap de flitser omhoog.
De flitsinstelling is
ingesteld op a.
Instellen op C (Auto) of b (Flitser aan)
(p.90).
De transportstand is
ingesteld op j, A, C
of l.
De scherpstelfunctie
(Focusinst.) is
ingesteld op s.
De opnamestand is
ingesteld op S, c, C
of d.
In deze standen gaat de flitser niet af.
De flitser kan niet
worden ingesteld.
De flitser is niet
uitgeklapt.
Klap de flitser omhoog.
Zo nu en dan veroorzaakt statische elektriciteit camerastoring. Haal in
dat geval de batterijen uit de camera en plaats ze opnieuw. Als de
camera daarna correct functioneert, is de normale toestand hersteld en
kunt u de camera weer gebruiken.
Probleem Oorzaak Oplossing










