Operation Manual

103
Opnamefuncties
4
Voor elke belichtingsfunctie kunt u de functies instellen voor wanneer de
e-knop aan de voor/achterzijde of de knop | wordt gebruikt. Stel dit in bij
[Instelling e-knoppen] in het menu [A Opnamemodus 5]. (p.283) U kunt de
functies van de e-knop aan de voor/achterzijde en de knop | controleren door
de bedieningsaanwijzingen te bekijken die op de monitor worden weergegeven
wanneer u de camera inschakelt of aan de functiekiezer draait. (p.31)
Programmalijn
Bij [Programmalijn] in het menu [A Opnamemodus 3] kunt u kiezen
tussen de volgende programmalijnen. Wanneer [eLINE] wordt
geselecteerd voor de instelling van de knop | in de stand e/K
of stand L/a (p.283), dan wordt de belichting geregeld
in overeenstemming met de ingestelde programmalijn.
Instelling Kenmerken
j
Auto De camera bepaalt de juiste instellingen.
k
Normaal
Basisprogramma voor automatische
belichting. (standaardinstelling)
l
Hogesnelheidvoork.
Programma voor automatische belichting
waarbij korte sluitertijden prioriteit krijgen.
m
Scherptediepte groot
Programma voor automatische belichting
waarbij het diafragma zover mogelijk
gesloten wordt voor maximale
scherptediepte.
n
Scherptediepte klein
Programma voor automatische belichting
waarbij het diafragma zover mogelijk
geopend wordt voor minimale
scherptediepte.
o
MTF-voorkeuze
Programma voor automatische belichting
waarbij de beste diafragmawaarden voor
het gekoppelde objectief prioriteit krijgen
als een DA-, DA L-, D FA-, FA J- of
FA-objectief wordt gebruikt.
K-5 II_DUT.book Page 103 Wednesday, February 20, 2013 9:59 AM