PJlSSJlR VA•O
Breiboek lnhoud: Uitpakken en monteren van de machine 2 Montage 8 Modelbreien 12 Patroon breien 17 Luspatronen 17 Patronen met weefeffekt aan de achterzijde 19 Ajour patronen - gaatjes patronen 19 Weef patronen 20 Jacquard 21 lntarsia Pullover breien 22 23 Watte doen als ••• 24
Uitpakken ,"Jlereerst controleren of de verpakking en de machine niet beschadigd zijn. lndien, tegen alle verwachting, uw machine bij het transport beschadigd zou zijn, dan moet u onmiddellijk de schade aan de Spoorwegen of de transporteur bekend maken. Wij raden u aan deze verpakking te bewaren zodat u uw Passap machine correct kunt inpakken bij een eventuele terugzending. Spoorwegen en transporteur nemen geen verantwoordelijkheid voor onvoldoende verpakte toestellen.
Uitpakken De grote zak met toebehoren bevat: II I II II II 11 II 1 getande patroonkam B/C II II II II 8 II c II II [] II II II II [] 3 1 getande patroonkam D/E 4 vaste kammen met fijne tanden --- D [] [] II [] II II : II II II II [] 1 Het kleine zakje bevat: l cl 3 tongnaalden 1 hulpnaald met haakje en tongnaald 2 houders voor de deknaalden ca:: WlllIL 6 deknaalden 1 getande patroonkam A I 10 rn to lliilli\j 10 cmwm to l!ii!iili A [] [] [] [] [] []
Monteren van de machine Aan de onderkant van de rail die zich achter aan het naaldenbed bevindt, is er een geleiderrail in plastiek. Plaats de bevestigingsrail van de toerenteller in de geleiderrail door de toerenteller goed naar voren te kantelen. Vervolgens laat u hem naar achteren overhellen totdat hij zich vastzet. Plaats het naaldenbed op de rand van een tafel, lichtjes achterover hellend. Bevestig haar met de twee klemmen op de rand van de tafel.
Monteren van de machine 1 De vaste kammen De breimachine is uitgerust met 2 vaste kammen die verwisselbaar zijn en elk uit 4 stukken bestaan. De vaste kam met fijne tanden met een tussen afstand van 5 mm, wordt gebruikt voor dunne, fijne wolsoorten (100 gram = ongeveer 500-200 rn). De vaste kam met groffe tanden met een tussen afstand van 10 mm wordt gebruikt voor dikke wolsoorten (100 gram= 200-100 m). Het verwisselen van de vaste kammen Haal het slot er af door dit naar de kant te schuiven.
Opstellen van de machine Naaldoog 1...-C l Voetvan de naald .... l 2 De naald Bij het breien met de fijne vaste kam zijn er 207 naalden in gebruik. Bij het breien met de groffe vaste kam zijn er 103 naalden in gebruik. ,-----r--~~+===1----A ---_L~~±===:r-B 3 Het slot (slede) A. De voornaamste handel Hij heeft 2 standen: Stand naar achteren: breien Stand naar voren: instellen 6 De stand van de naalden In ruststand: De voet van de naald raakt aan de achterste geleiderrail.
Opstellen van de machine B. Steekgrootte Zij kan ingesteld worden van 1tot12. Zij is afhankelijk van de dikte van het garen en van het soort breiwerk dat u wenst te maken (hard of zacht). Het overzicht hieronder geeft u enkele globale aanwijzigingen die gelden voor een gladde draad zonder knoopjes. De steekgrootte voor de fantasie garens is in de regel groter.
Opzetten Het opzetten voor jersey Het is in het begin eenvoudiger om de machine te gebruiken met de groffe kammen, want dan ziet u beter wat er gebeurt en het gaat vlugger. Voor een eerste proef, gebruikt u het beste een glad de draad met een metrage van 100 g I I I I 110 I I I I I I I I I o I I I I I lo I I I I I I I ongeveer 160-180 meter. I I I I I I = 110 I I Kijk naar de nummering op de voorste glijrail.
Opzetten Houdt de opzetkam met de haken tegen de machine. (Een gedeelte volstaat voor uw proefbreiwerk.) Plaats het midden van de opzetkam op het midden van het breiwerk. Haak de opzetkam vast: iedere haak moet een lus pakken, die daar ontstaat of waar een naald in ruststand is. Zet het eind van de losse draad vast links in de draadklem van de opzetkam. Het rechter uiteinde van de draad moet voor de kam langs lopen. Druk nu de hoofdschakelaar naar achteren in de breistand.
Opzetten Om te gewennen aan uw breimachine, raden wij u aan 10 toeren te breien. Zet de toerenteller op 0 door het kleine handeltje naar rechts te trekken. Zet de steekgrootte op 5 en brei nag 10 toeren. Verplaats de opzetkam geleideleik aan Opdat het breiwerk zo regelmatig mogelijk naar beneden wordt getrokken, dient u de kam na 50 toeren naar boven te verplaatsen en vervolgens telkens als hij uw knieen raakt. Tilde kam uit de lussen.
Opzetten Opzetten met omgeslagen draad Zet alle naalden waarmee u wilt breien in de voorste werkstand. Wikkel de draad rond de naalden in tegengestelde richting van de wijzers van de klok en beginnend aan de linker kant. Haak de opzetkam in de steken tussen de naalden. Controleer: alle tongen van de naalden zijn open en de lussen bevinden zich achter de tongen. Leg de draad in de geopend koppen van de naalden en brei. Opzetten met kettingsteek Zet alle naalden waarmee u wilt breien in de wachtstand.
Modelbreien Een steek meerderen aan de kant Aan de kant van de slede een lege naald in de voorste werkstand zetten. Wikkel de draad rondom deze naald alvorens de draad in de geopende koppen van de lege naalden te brengen. Meerdere steken Meerderen Plaats net gewenste aantal naalden in de wachtstand. Wikkel de draad vanaf het breiwerk om deze naalden. Belangrijk: Wikkel de draad om de naalden aan de rechterkant tegen de richting van de wijzers van de klok in.
'. Modelbreien Een steek minderen Haak het oog van de hulpnaald over de 2de naald van af de kant en druk de naald naar achteren. Laat de steek over de hulpnaald glijden, trek deze omhoog om de steek over te brengen in de kop van de naald. Haak het oog van de hulpnaald over de eerste naald vanaf de kant. Druk de hulpnaald naar achteren om de steek over te brengen hulpnaald. Maak de hulpnaald los en breng het oog van de hulpnaald over op de kop van de ernaast gelegen naald.
Modelbreien Een steek minderen met een 3-ogige hulpnaald Hang de vierde steek vanaf de kant over in de kop van de naald. Bevestig 3 hulpnaalden in de houder. (Laat er een leeg als u de vaste kammen met groffe tanden gebruikt). Breng de laatste 3 steken over op de hulpnaalden en verplaats ze een steek naar het midden. Zet de naalden met de steken in de voorste werkstand. Zet de lege naalden in de ruststand.
r Modelbreien De wachtstand van de naalden De naalden staan in de wachtstand als ze helemaal naar voren zijn geschoven. In deze stand bevinden zich de steken op de schacht van de naald, zonder dat ze telkens meegebreid worden. Men gebruikt de wachtstand in de volgende gevallen: Meerderen en minderen met verkorte toeren (Als u een hiel of een muts breit.) Negen keer iedere tweede toer een steek minderen. Negen keer iedere tweede toer een steek meerderen.
Modelbreien Zoom Opzetten zoals beschreven op bladz. 8 + 9 met een contrasterende hulpdraad. Dit kan elke gewenste draad zijn, die echter van dezelfde dikte moet zijn als waarmee u wilt breien. Ongeveer 6 toeren breien, waarvan de laatste met de hoofdschakelaar in de stand «opzetten». Breng elke derde steek over op de naast gelegen naald. Zet de naalden met de steken in de voorste werkstand, de lege naalden in de ruststand.
Patronen breien Luspatronen Zet alle naalden, die de lussen moeten breien, in de ruststand. Brei evenveel toeren als u lussen wilt breien. Hoofdregel: Hoe dikker de wol is, des te minder lussen kan men breien. Tekening voor luspatroon: 1 open vierkant = 1 naald in voorste werkstand 1 kruisje = 1 naald in ruststand 1 horizontale rij kruisjes = 1 toer breien (Beginnen met de eerste rij helemaal beneden.) Opgelet: Nooit een luspatroon breien met een steeklengte kleiner dan 4. Breien met de fijne vaste kam.
Patronen breien Luspatronen met naalden in ruststand Voor deze patronen zijn enkele naalden in de ruststand gesteld. In de tekening zijn ze weergegeven door een ononderbroken vertikale streep. Als u jersey heeft gebreid, hang dan de overeenkomstige steken over op de naastliggende naald. Breien met de fijne vaste kam. I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I I >e I )C I I I )C I I I I I I I I Breien met de fijne vaste kam.
Patronen breien Averechtse weefeffekten Het patroon komt tot stand door middel van spandraden. De steek wordt overgebracht in de kop van de naald op de plaats waar de spandraad moet tevoorschijn komen. (Als er veel spandraden zijn in het patroon dat u wilt breien, raden wij u het vol gen de aan: Zet de hoofdschakelaar op stand «opzetten» en de naalden waarmee u breit in de voorste werkstand.
Patronen breien Patronen met weefeffekt U krijgt het beste resultaat als u een zeer fijne wol gebruikt om te breien en een beetje dikkere wol als spandraden. Op de plaats waar de spandraad moet warden vastgezet, dient u de naalden in de wachtstand te zetten (minstens 1 op de 4 naalden). Leg de draad boven op de naalden in wachtstand en onder de naalden in de voorste werkstand. Zet nu de naalden, die zich in de wachtstand bevonden, in de voorste werkstand.
Patroon breien Jacquard Doe de gekleurde wol voor de versiering in de koppen van de naalden, die een kleur zullen breien. Druk deze naalden terug, totdat de tongen van deze naalden sluiten. Doe de basiskleur wol in de naalden, die nag geopend zijn gebleven. Brei een toer. Op deze wijze kunt u oak met meer dan 2 kleuren breien.
Patroon breien lntarsia/effekten U kunt intarsia breien in een aantal gewenste kleuren. Als een kleur zich meerdere keren herhaald in dezelfde toer, gebruik dan het gelijke aantal bollen wol dat deze kleur voorkomt. r 22 Plaats de verschillende kleuren in de koppen van de betreffende naalden. Verzeker u er van dat de tongen geopend zijn en dater telkens een draad is in een naaldkop.
Een pullover breien 200 gram wol, metrage 100 g = 150 m. Breien met de groffe vaste kam. De pullover is voor een kind van ongeveer 5 of 6 jaar. a: E .------------~ o >-----c----- o .- "'1" De rug en voorpand a: Eo B <.O 0) I'- (") a: E 0 C\J Opzetten 1. Om de andere naald in de voorste werkstand zetten op een breedte van 52 naalden. Opzetten met de contrasterende draad zoals beschreven op bldz. 8-9. 2. 5 toeren breien in contrasterend garen. 52 34cm = A () CX) 34 = 34 cm De zoom 3.
Watte doen als ... Blokkeren van het slot tijdens het breien Draai de beide schroeven los, die aan de voorkant onder het slot zitten en die de metalenplaat met de borstels vasthouden. Verwijder deze plaat. Til het slot op en kantel het naar achteren om het uit de geleiderrail te kunnen nemen . Zet de naalden zo dat er in iedere geopende naald een steek hangt. \ 11tr~.a err:: A~lll~ ~ :1-'1\Hlla.
.