Operation Manual
51
lndien
wordt
gebreid met een
andere
slotinstelling
dan
N
,
moe
ten
,
nadat de eerste toer is
gebreid
,
aan de kant van het slot nog 2
extra naalden in werkstand
warden
geschoven
.
Deze methode kan alleen
warden
toegepast bij
breiwerk,
dat
wordt
gebreid met
1:1
indeling
of
R
/
R
of
bij een zodanige andere
indeling
van de naalden, dat zich na de
eerste
toer
tussen de beide bedden
op alle naalden een zigzag aanslag
vormt
.
-Aan
de
tegenovergestelde
kant van het slot het ge-
wenste aantal naalden in
werkstand schuiven.
Verder breien
.
Meerderen
van
meer
dan een
steek
tegelijl<
bij dubbelbeds breiwerl<
- Die naald, die
U
als uitgangspunt neemt, van
een
merkteken
voorzien.
(Bv. de 20e naald vanaf de kant)
De naald van een merkteken voorzien doet
U
als
volgt: wanneer
U
zon
der naaldgidsen
breit
(bv.
tricot)
,
schuift
U
op de plaats van de naald
die moet
warden gemerkt
de
betreffende naaldgids uit
de
naaldgidsrail.
Wanneer
U
echter
breit
met de
naaldgidsen
,
dan
kunt
U
de voet van de
betreffende naaldgids merken met een beetje nagellak.
-Aan
de
kant
1
naald in werkstand
-Alie steken tussen de kant van het breiwerk
en
de gemerkte
naald op
een
dekkam nemen,
en een naald naar
buiten
verhangen.
- Nu
van
de steek ernaast de lus van de vorige toer nemen
en
deze
als
steek op de leeg gekomen naald hangen.
Bij deze methode van meerderen
wordt
het
breiwerk
bij iedere meer
dering aan de kant in feite steeds
1
steek breder.
Deze soort van
meerdering wordt
vooral
gebruikt
bij
bv
.
figuurnaden.
1
steek meerderen
in
het midden
van
het
breiwerl<










