Operation Manual
25
Op het voorbed de lege naalden in
werkstand
schui
ven, zodat
tegenover
iedere naald op het
achterbed
,
een lege naald in
werkstand
staat op het voorbed.
De steken van achter overhangen op de lege naalden
voor, zoals beschreven bij
proefstuk
1
(biz. 22, 23).
Wanneer
er geen steken meer op het achterste bed
hangen nog even
controleren
of alle lege naalden bui
ten
werking
zijn.
Steken overhangen
naartricot
Boordje in
1:1
indeling
- Slot ongewijzigde instelling
- Toerenteller op nul
-
12
toeren breien
Deel
A
-Slot
!I._
N
- Steekgrootte
3:Y4
Een toer breien
Hiermede
is
de opzet klaar en
kunt
U
beginnen met
het breien van deel
A
,
het
boordje
.
-Slot
ex
ex
- Steekgrootte
2:Y4
Twee toeren breien
N
-Slot -
N
- Steekgrootte
1
Y2
Een toer breien
Deze opzet
wordt
meestal
gebruikt
bij het breien van
boorden.
Opzet met rond
(confectieopzet)
- Slinger boven
Nu moeten de naalden zodanig
worden
ingedeeld,
dat tegenover een in
werking
zijnde naald een naald
ligt
die buiten
werking
is
.
Zie schema.
Denk ook om de naaldregel (biz.
12)
.
- Kantklemmen op de buitenste naalden plaatsen
op de gesloten
tong
.
- Oranje afstrijkers
- Toerenteller op nul
- Eerste draadschuitje in het slot brengen
- 94 naalden
in
1:1
indeling in werkstand
d
.
w.
z
.
voor iedere 2e naald in
werkstand,
totaal 47
achter iedere 2e
naa
l
d in
werkstand,
totaal 47
lnstelling
van
Uw machine:
een
eenvoudige pullover,
maar
U
kunt Uw proefstuk
ook gebruiken als
rugpand voor
het
pullovertje
van
een
ca
.
3 jaar oud
me
i
sje
(lichaamslengte
98 cm).
A
B
c
D
Wanneer
U
de aanbevolen wol
gebruikt
en onze aan
wijzingen nauwkeurig opvolgt,
heeft
U
aan het eind
niet alleen de
belangrijkste werkwijzen
geleerd
voor
2e
proefwerl<: boord breien, recht breien,
meerderen
en
minderen










