Operation Manual
Êr zijn
speciale
ponskaarten
vervaardigd voor de
PASSAP
COLOR. Daar-
bij worden
dan 3 of
4 verschillende
kleuren
in 1
(één)
toer ver-
werkt.
Zezijn
aangeduid met
lilf{Í|lrft?Í{fl
Kleuren wisselen na
elke
2e
toer in
de
volgorde zoals
op elke
kaart
speciaal is aangegeven.
Slinger
beneden, oranje afstrijkers
,?
Volgorde
van
de
kleuren:
lste + 2e
loer
groen
3e
* 4e
toer rood
5e
+
6e toer
geel
Let
u erop,
dat u de
kleuren
altijd
in
dezelfde volgorde
wisselt,
anders
ontstaan er
fouten.
Opgefet, bij deze
kaarten ziin
er,
waarbij het
patroon
onderbroken
kan worden
en ook
waarbij het
patroon
niet onderbroken
kan worden.
Alleen met
de
kaarten die bij de aanduiding
van
de
letter G nog
een
pijl
hebben staan kunnen enkelvoudige
motieven
gebreid
worden.
Bij deze
kaarten moet
altijd
wanneer
er
met
de basiskleur
gebreid
wordt,
de
linker
pijltoets
op
het voorslot ingedrukt worden.
De twee
of drie
andere kleuren worden echter
volgens schema zonder
pijltoets
gebreid.
Ter
ondersteuning
verschijnt, wanneer de twee toeren
met
pijltoets ge-
breid
moeten worden, in het rechter venster
van
de
kaartlezer
een
pijl.
Verder
breien
na het enkelvoudige
motief
Wanneer
de achtergrond
voor
en
na het motief
hetzelfde moet zijn
als
naast het motief, moet
het kleuren wisselen in hetzelfde
ritme voortgezet
worclen.
Handelen
als
volgt:
Voor alle naaldgidsen
in rust,
slot
BX+-
2
toeren basiskleur,
2 toeren eerste
inbreikleur inbreien.
Slot
BX
0.
2 Toeren tweede
inbreikleur,
bij
4 kleuren
patroon,
2 toeren derde in-
breikleur breien.
Herhalen.
Hoe
u
te werk
gaat
bij
patroon
onderbreking,
zie blz.
68.
67










