Operation Manual

Table Of Contents
Het eerste gebruik 7
Gebruik de AR.Drone 2.0 niet bij slecht weer (regen, harde wind, sneeuw) of als de zichtbaarheid
onvoldoende is ('s nachts). Hoewel de automatische piloot door wind veroorzaakte turbulentie
compenseert, kunt u de AR.Drone 2.0 beter niet gebruiken bij windsnelheden boven 15 km/u.
Opmerking: Denk eraan dat de windkracht die u voelt op de plaats waar u de AR.Drone 2.0
bestuurt heel anders kan zijn dan de windkracht op de plaats waar de AR.Drone 2.0 zich bevindt.
Dit kan een verklaring zijn voor ongewenste richtingveranderingen.
Verbinding
De smartphone aansluiten op de AR.Drone 2.0
1. Verwijder de romp en plaats de batterij in de AR.Drone
2.0. Controleer of de batterij vastzit en sluit hem aan op
de AR.Drone 2.0.
2. Wacht tot de motoren starten.
3. Laat de smartphone zoeken naar beschikbare Wi-Fi®-
netwerken. Als u een iPhone hebt, selecteert u
Instellingen > Wi-Fi. Als u een Androidtelefoon hebt,
selecteert u Instellingen > Draadloze netwerken > Wi-Fi.
4. Selecteer het netwerk ardrone2.
5. Wacht tot uw smartphone verbinding gemaakt heeft met het wifi-netwerk van de AR.Drone 2.0.
De verbinding wordt meestal aangegeven met een wifi-logo op het scherm van de smartphone.
6. Start de toepassing. AR.FreeFlight 2.0.
Het welkomstscherm verschijnt. U bent verbonden.
Opmerking: Wanneer de verbinding tussen uw smartphone en de AR.Drone 2.0 tot stand is gebracht
zijn de twee apparaten automatisch gekoppeld: alleen de smartphone waarmee u zojuist verbinding
hebt gemaakt kan met de AR.Drone 2.0 gebruikt worden. Zie wanneer u de AR.Drone 2.0 met een
tweede smartphone wilt gebruiken de paragraaf De AR.Drone 2.0 met meerdere smartphones