Operating Instructions

32
Menu’s
Voor installateur
Menu
Standaard instelling
Instellingsopties / Weergave
5.5
W.tapwatercapaciteit
Voor het selecteren van de
verwarmingscapaciteit van de tank
naar variabel of standaard. Met
de variabele capaciteit wordt de
tank snel opgewarmd en houd de
temperatuur van de tank op een
ef ciënte stand. Met de standaard
capaciteit wordt de tank met de
nominale capaciteit opgewarmd.
Variabel
Standaard
Variabel
5.6
Aansluiting buffertank
Voor de aansluiting van de tank op
het systeem en als JA is gekozen
om T temperatuur in te stellen.
Nee
Ja
5 °C
Stel
T in voor
buffertank
5.7
Bodemplaat-verw.
Voor het selecteren of de optionele
onderplaat-verwarming wel of niet
is aangesloten.
* Type A - De onderplaat-
verwarming wordt
alleen tijdens
het ontdooien
ingeschakeld.
* Type B - De onderplaat-
verwarming wordt
ingeschakeld als de
omgevingstemperatuur
buiten 5 °C of lager is.
Nee
Ja
A
Stel type onderplaat-
verwarming in*.
5.8
Alternatieve buitensensor
Voor het selecteren van een
alternatieve buitensensor.
Nee
5.9
Bivalente aansluiting
Voor het selecteren om de
bivalente aansluiting in of uit te
schakelen.
Nee
Ja
Voor het selecteren van het
automatische besturingsschema
of het besturingsschema invoer
gereed voor SG of de slimme
regeling.
- Deze selectie wordt alleen
weergegeven als de optionele
printplaataansluiting op ja is
ingesteld.
Auto
Smart
Gereed voor SG
Auto