Operating Instructions
33
Menu
Standaard instelling
Instellingsopties / Weergave
5.6
W.tapwatercapaciteit
Voor het selecteren van de
verwarmingscapaciteit van de tank
naar variabel of standaard. Met
de variabele capaciteit wordt de
tank snel opgewarmd en houd de
temperatuur van de tank op een
effi ciënte stand. Met de standaard
capaciteit wordt de tank met de
nominale capaciteit opgewarmd.
Variabel
Standaard
Variabel
5.7
Aansluiting buffertank
Voor de aansluiting van de tank op
het systeem en als JA is gekozen
om T temperatuur in te stellen.
Nee
Ja
5 °C
Stel
T in voor
buffertank
5.8
Tankverwarming
Voor keuze van externe of interne
tankverwarming en als Extern is
geselecteerd, het instellen van
een timer om de verwarming in te
schakelen.
* Deze optie is beschikbaar
als aansluiting tankunit is
geselecteerd (JA).
Intern
Tankverwarming
Bevest.
10:34am,Ma
Extern
Intern
Select
Extern
1:30
Instelling tijd voor
tankverwarming
AAN.
Tankverwarming
Tankverwarming: Tijd AAN
Bereik: (0:20~3:00)
Stap: ±0:05
Select Bevest.
10:34am,Ma
1:30
5.9
Bodemplaat-verw.
Voor het selecteren of de optionele
onderplaat-verwarming wel of niet
is aangesloten.
* Type A - De onderplaat-
verwarming wordt
alleen tijdens
het ontdooien
ingeschakeld.
* Type B - De onderplaat-
verwarming wordt
ingeschakeld als de
omgevingstemperatuur
buiten 5 °C of lager is.
Nee
Ja
A
Stel type onderplaat-
verwarming in*.
5.10
Alternatieve buitensensor
Voor het selecteren van een
alternatieve buitensensor.
Nee










