Operating Instructions
33
Menu
Standaard instelling
Instellingsopties / Weergave
5.5
W.tapwatercapaciteit
Voor het selecteren van de
verwarmingscapaciteit van de tank
naar variabel of standaard. Met
de variabele capaciteit wordt de
tank snel opgewarmd en houd de
temperatuur van de tank op een
effi ciënte stand. Met de standaard
capaciteit wordt de tank met de
nominale capaciteit opgewarmd.
Variabel
Standaard
Variabel
5.6
Bodemplaat-verw.
Voor het selecteren of de optionele
onderplaat-verwarming wel of niet
is aangesloten.
* Type A - De onderplaat-
verwarming wordt
alleen tijdens
het ontdooien
ingeschakeld.
* Type B - De onderplaat-
verwarming wordt
ingeschakeld als de
omgevingstemperatuur
buiten 5 °C of lager is.
Nee
Ja
A
Stel type onderplaat-
verwarming in*.
5.7
Alternatieve buitensensor
Voor het selecteren van een
alternatieve buitensensor.
Nee
5.8
Externe schakeling
Nee
5.9
Externe foutmelding
Nee
5.10
Vraagsturing
Nee
5.11
Gereed voor SG
Nee
Ja
120 %
Capaciteit (1) & (2) of
warmtapwater (in %),
verwarming (in %) en
koeling ( in °C)
5.12
Externe compressor schakeling
Nee










