Operation Manual
157
Appendix
De batterij
laadt niet op.
De batterij is niet
aangesloten op de
telefoon.
Zorg dat de batterij aangesloten is
op de telefoon alvorens te
beginnen met opladen.
De batterij werd op
de telefoon
aangesloten nadat
de
wisselstroomadapter
werd aangesloten.
De batterij
laadt niet op.
De temperatuur van
de batterij
overschrijdt het
temperatuurbereik
bij het opladen (te
warm of te koud).
Gebruik de batterij bij
kamertemperatuur.
De display ziet
er wazig uit.
Her niveau van de
Helderheid is laag.
Controleer de Helderheid
instelling (zie blz. 103).
Er kan niet
worden
gebeld.
Toetsenblokkering
aan.
Zet Toetsenblokkering uit.
Uitgaande
gesprekken zijn
geblokkeerd.
Schakel Blokkeren van uitgaande
gesprekken uit.
Vaste nummers is
geactiveerd zodat
alleen de nummers
in Contacten
kunnen worden
gebeld.
Schakel Vaste nummers uit.
De telefoon is niet
aangemeld op een
netwerk.
Zorg dat u binnen het bereik van
een netwerk bent en gebruik de
telefoon nadat deze daarop is
aangemeld.
Probleem Oorzaak Oplossing










