Operation Manual

113
Instellingen
Koppelen aan andere apparaten
Alvorens u informatie kunt overdragen tussen twee Bluetooth-
apparaten, moeten deze elkaar vinden en moet er een verbinding
worden gemaakt. Dit wordt 'apparaatkoppeling' genoemd.
Zorg ervoor dat het apparaat waaraan u wilt koppelen ingeschakeld
is en dat de Bluetooth-instelling daarvan is geactiveerd.
d Hoofdmenu > Instellingen > Aansluitbaarheid > Bluetooth >
Gekopp. Apparaten
1. "Apparaat nog niet gekoppeld. Apparaat toevoegen?" 7
[5] (Ok)
De telefoon begint te zoeken naar apparaten en informeert u als deze
het andere apparaat heeft gevonden.
2. [192] om het gewenste apparaat te selecteren
3. [5] (Opties) 7 Selecteer Gepaard toestel
4. Voer de Sleutel in, indien daar om wordt gevraagd 7 [5] (Ok)
Wellicht moet u Sleutels invoeren aan beide zijdes van de
verbindingsapparaten
5. "Wilt u het toestel vertrouwd maken?" 7 [5] (Ja)
N.B.: De Sleutel kan bestaan uit 1 tot 16 cijfers, m.u.v. daar waar in de
instructies van het verbindingsapparaat (normaal gesproken een headset) is
aangegeven dat 4-cijferige sleutel wordt gespecificeerd.
Door het apparaat 'vertrouwd' te maken bij stap 5, kunnen toekomstige
verbindingen worden gemaakt zonder dat dit wordt opgemerkt. Hierdoor is
het mogelijk dat vertrouwde apparaten toegang hebben tot uw Telefoonboek
en datamappen zonder verzoek. Het wordt aanbevolen om uitsluitend uw
eigen apparaten 'vertrouwd' te maken om te voorkomen dat u hier om wordt
verzocht ieder keer als een gesprek binnenkomt.