Operating Instructions

3. Voorbereiding
8
3.3 Functieschermen
Door te tikken op een functieknop op het home-scherm wordt
het bijbehorende functiescherm weergegeven.
Indeling en beschikbare functies variëren afhankelijk van het
scherm; de volgende omschrijving geldt voor de meeste
schermen.
Voorbeeld: “
Gesprek
”-scherm
A
Schermtitel
B
Menu
Hiermee kunt u de gewenste functie of informatie
selecteren. Het momenteel geselecteerde item wordt
gemarkeerd.
C
Home-knop
Geeft het home-scherm weer.
D
Tabbladen
Hiermee kunt u het type weergegeven informatie
selecteren. Het momenteel geselecteerde item wordt
gemarkeerd.
E
Informatiegebied
Hiermee kunt u een specifiek item selecteren.
F
Navigatieknoppen
Weergegeven in geval van meerdere pagina’s met items.
Tik op
<
voor het weergeven van de vorige pagina, en
op
>
voor het weergeven van de volgende pagina.
G
Pagina-indicatoren
Weergegeven in geval van meerdere pagina’s met items.
De huidige pagina wordt gemarkeerd.
H
Bedieningsknoppen
Hiermee kunt u diverse bewerkingen uitvoeren.
3.4 Statuspictogrammen
Statusbalkpictogrammen
Overige statuspictogrammen
*1
Gesprek
”- en
Bericht
”-schermen
Deze pictogrammen worden alleen weergegeven op de
"primaire" kamermonitor. Ze worden niet weergegeven op
een "sub"-kamermonitor.
Alarm
”-scherm
Dit pictogram wordt weergegeven op de kamermonitor die
is verbonden met het apparaat dat werd geactiveerd.
3.5 Primaire vs. sub-kamermonitors
Als er meerdere kamermonitors zijn geïnstalleerd in de
woning, is een kamermonitor de "primaire" kamermonitor en
de andere zijn "sub"-kamermonitors. Dit wordt vastgesteld op
het moment van systeemconfiguratie en kan niet worden
gewijzigd door bewoners.
Bepaalde statuspictogrammen en meldingen worden alleen
weergegeven op de primaire kamermonitor.
D
E
F
G
C
H
B
A
F
Geeft aan dat de kamermonitor is verbonden
met het netwerk.
Geeft aan dat de kamermonitor niet is
verbonden met het netwerk. Neem contact op
met personeel van de instelling.
Geeft aan dat de kamermonitor geen oproepen
kan maken of ontvangen. Neem contact op met
personeel van de instelling.
Geeft aan dat de kamermonitor in de modus
"niet storen" staat.
Geeft aan dat het geheugen van de
kamermonitor vol is. Verwijder onnodige
gegevens, zoals onnodige video of beelden.
Scherm Camerabeelden
Weergegeven in de rechter bovenhoek wanneer
camerabeelden worden opgenomen.
*1
Gesprek
”-, “
Bericht
”-,
Alarm
”-schermen
Weergegeven wanneer er geen informatie is om
weer te geven.
Gesprek
”-scherm
Weergegeven naast nieuwe items in het
oproeplogboek.
*1
Gesprek
”-scherm
Weergegeven naast nieuwe items in het
oproeplogboek waarvoor videoberichten zijn
opgenomen.
Alarm
”-, “
Bericht
”-schermen
Weergegeven naast nieuwe items in het
alarmlogboek en berichtenlijst.
MN1000EX_QRG_nl.book Page 8 Monday, January 15, 2018 4:44 PM