Operating instructions
Woordenlijst
98
ID Een programmeerbaar adres van 20 cijfers dat uw toestel identificeert.
Informatiecode Een code die intern wordt gegenereerd door uw faxtoestel en die verwijst naar
een specifieke werkingsfout of een machinedefekt.
Internetaanbieder (ook
"ISP" = Internet Service
Provider)
Een onderneming die u toegang tot het internet biedt, meestal tegen betaling.
IP-adres Een uniek nummer dat wordt gebruikt om apparatuur en gastcomputers op
het internet te identificeren.
ITU-T (International
Telecommunication Union-
Telecommunication)
Dit organisme heeft 4 groepen industriële standaarden ontwikkeld die de
facsimile compatibiliteit verzekeren.
ITU-Testblad No. Een standaard document waarmee men de verzendingssnelheden en de
mogelijkheden van faxtoestellen kan vergelijken in de industrie.
Karakter ID Een geprogrammeerde eigenaarscode waarbij max. 16 alfanumerieke
karakters uw faxtoestel identificeren.
Karaktertoetsen De toetsen die gebruikt worden om letters en symbolen in te voeren voor de
verschillende programmatiefunkties.
Kiezen met de hoorn op de
haak
De kiesmethode waarbij u een telefoonnummer direct kiest, en waarbij u de
hoorn op de haak of de handset in het frame heeft gelaten.
Kiezen met de hoorn van
de haak
De kiesmethode waarbij u een telefoonnummer direct kiest, en waarbij u de
hoorn van de haak of de handset uit het frame heeft genomen.
Kopregel Een regel met gegevens die door het verzendende toestel wordt verzonden,
en die door het ontvangende toestel bovenaan iedere pagina wordt afgedrukt.
Deze regel beschrijft het verzendende toestel, en geeft informatie over de
verzending, zoals datum en tijd.
LCD Liquid Crystal Display. De displayzone op uw toestel.
Lijst met faxparameters Deze lijst bevat de basisinstelling voor faxparameters die u in het toestel heeft
geprogrammeerd.
Wachtstand van de lijn U kunt de lijn in wachtsand plaatsen door op de toets HOLD te drukken op uw
bedieningspaneel. Terwijl de lijn in wachtstand staat, zal de andere persoon
een muziekje te horen krijgen. Om het gesprek te hervatten, neemt u de
hoorn van de haak.
Logboek Een rapport dat wordt afgedrukt door uw toestel, en dat een overzicht geeft
van de laatste 32 transacties (zowel verzendingen als ontvangsten).
Manuele ontvangst Een mode die de tussenkomst van de gebruiker vereist om een
binnenkomend document te ontvangen.
Modem Een toestel dat signalen van uw fax converteert in signalen die via
telefoonlijnen kunnen uitgezonden worden.
NAME (NAAM) De naam van uw bedrijf, of uw naam, die u geprogrammeerd heeft (25
alfanumerieke karaketers max.)
Ontvangst vanop afstand Een functie waarmee u het faxtoestel kunt activeren om faxberichten van een
externe telefoon te ontvangen. U kunt een binnenkomende oproep vanaf een
externe telefoon doorzenden naar het faxtoestel door op een
druktoetstelefoon de [ ]-toets tweemaal in te drukken, of op een telefoon met
een draaischijf "99" te draaien.










