Operating instructions
48
De modus Printer
U kunt dit toestel als een printer gebruiken. Voer de onderstaande procedure uit om het toestel in te stellen
voor het afdrukken. Koop, om kleurenafdrukken te kunnen maken, een kleureninktpatroon bij de leverancier
van het faxtoestel of een zaak voor kantoorartikelen.
(See note1) (See note2)
1
Plaats de spanningsschakelaar op het toestel en op de PC op "UIT".
2
Verwijder het deksel van de parallelle poort van het toestel.
3
Steek het 36-pins Centronics mannetje van de kabel op de parallelle poort van het faxtoestel.
4
Steek het DB-25 mannetje van de kabel op de parallelle poort op de PC.
5
Plaats de spanningsschakelaar op het toestel en de PC op "AAN", en selecteer de oude
inktpatroon of een nieuwe.
6
om het toestel in de modus Printer te plaatsen.
7
Installeer het stuurprogramma voor de printer op de PC, en raadpleeg de korte handleiding.
PRINTER MODE
PRINTER
■
Wanneer u de zwarte inktpatroon heeft
vervangen door een kleureninktpatroon, bewaar
de vervangen inktpatroon dan in de
patroonhouder, zoals weergegeven.
■ Druk op het lipje dat de patroon vasthoudt, om
de inktpatroon te verwijderen.
1. Wanneer het toestel in de modus Printer staat, kunt u geen documenten ontvangen. (De bel
van het toestel gaat over bij inkomende oproepen.) Druk op [PRINTER] om het toestel terug
te plaatsen naar de modus FAX. U kunt dan weer faxberichten ontvangen.
2. Wanneer de PC 10 minuten geen documenten afdrukt, wordt het automatisch weer
overgeschakeld van de modus Printer naar de modus Fax.
OPMERKING










