Operating instructions

35
Eerste kennismaking
met uw toestel
Opmerking
3. Om de helderheid van de tekens op de display in te stellen drukt u op
, , en vervolgens op of totdat de gewenste helderheid wordt
verkregen.
Instellingsmodus
1 = Gebruikersparameters (Zie blz. 104)
• Datum & tijd
• Logo
• Karakter ID
• ID-nummer (faxnummer)
2 = Adresboek
(snelkiesnummers/verkorte kiesnummers)
(Zie opmerking 1) (Zie blz. 94)
3 = Programmeertoetsen (Zie blz. 58)
4 = Faxparameters (Zie blz. 106)
8 = Onderhoud = Toner-bestelformulier/Tonervervanging/ (Zie blz. 28)
Helderheid van de display (Zie opmerking 3)
Selectiemodus (zie opmerking 2)
1 = Communicatieverslag = UIT/AAN/INC (Zie blz. 120)
2* = Ontvangstbevestiging internetfax = UIT/AAN *
3 = Voorblad = UIT/AAN (Zie blz. 64)
5 = Geheugenontvangst = UIT/AAN/AFDRUK
6* = Bestandstype en -naam = TIFF/PDF *
9 = Geheugenverzending = UIT/AAN (Zie blz. 38, 42)
(*2 en 6 alleen voor de internetfax-/e-mailfunctie)
Werken met bestanden
1 = Bestandenlijst (afdrukken/bekijken) (Zie blz. 76)
2 = Aanvangstijd/bestemming wijzigen (Zie blz. 78)
3 = Bestand wissen (Zie blz. 78)
4 = Bestand afdrukken (Zie blz. 80)
5 = Document toevoegen (Zie blz. 80)
6 = Onvolledig bestand opnieuw proberen (Zie blz. 82)
8
7
9
FUNCTION
7 8
SET
6
SET