Operating instructions

140
Aanhangsel
Verklarende woordenlijst
ITU-T beeld nr. 1 Een industriële norm die vergelijking van verzendsnelheid en capaciteiten van de
faxtoestellen mogelijk maakt.
Kopregel
Een regel informatie die door het verzendtoestel wordt meegestuurd en door het ontvang-
toestel boven elke bladzijde wordt afgedrukt. Hij geeft aan van waar de fax komt, naast
andere gegevens zoals datum en uur van verzending.
LCD Liquid Crystal Display. Display met vloeibare kristallen waarop uw toestel allerlei gegevens
weergeeft.
Letter-ID Een geprogrammeerde codenaam van maximum 16 alfanumerieke tekens die dienst doen
als "identiteitskaart" van uw toestel.
LOGO De geprogrammeerde bedrijfs- of identificatienaam van maximaal 25 alfanumerieke tekens.
Manuele ontvangst Een modus waarbij de gebruiker moet tussenkomen om een binnenkomend document te
ontvangen.
Meervoudige logo's U kunt voor verzending één van 25 voorgeprogrammeerde logo's selecteren.
Modem Toestel dat signalen van uw toestel omzet in signalen die via een telefoonlijn kunnen worden
overgebracht.
Multi-station verzending De mogelijkheid om eenzelfde reeks documenten naar een geprogrammeerd aantal
plaatsen te verzenden.
Naam van de
bestemming
Alfanumerieke identificatie die voor elk telefoonnummer of e-mailadres in de automatische
nummerkiezer geprogrammeerd kan worden.
Naamtoetsenlijst De lijst met de namen van in het toestel geprogrammeerde bestemmingen.
Nummerkeuze met het
adresboek
De mogelijkheid om volledige telefoonnummers of e-mailadressen met een enkele
toetsaanslag te kiezen.
Nummerkeuze via
doorzoeken van het
adresboek
De mogelijkheid om volledige telefoonnummers of e-mailadressen te kiezen door naar een
in het adresboek opgenomen bestemming te zoeken.
Nummerkeuze met
faxgedeelte
Rechtstreekse keuze van telefoonnummers vanop het faxgedeelte, dus met de
telefoonhoorn ingehaakt.
Nummerkeuze met
telefoongedeelte
Rechtstreekse keuze van telefoonnummers vanop het telefoongedeelte, nadat men de
hoorn heeft afgehaakt.
Ontvangstwachtwoord Een wachtwoord met 4 cijfers dat vóór de ontvangst van een document wordt vereist om in
te voeren.
Oorspronkelijke
verzendingsstation
In een relaisnetwerk is dit het station waar het oorspronkelijke document vandaan komt.
Opgeslagen documenten Documenten die werden ingescand en nu in het geheugen van uw toestel zijn opgeslagen.
Oproepfase
Uitwisseling van een aantal controlesignalen tussen zender en ontvanger. Deze signalen
bepalen de omstandigheden waarin communicatie kan plaatsvinden.
Overlappende afdruk
Documenten die te lang zijn kunnen verkleind worden om automatisch afgedrukt te worden
op twee pagina's met een overlappende strook van ong. 13 mm.
Panasonic Super-
afvlakking
Elektronische beeldverbeteraar die welbepaalde patronen creëert om de afdrukkwaliteit te
verbeteren.