Operating instructions
113
Programmering van
uw toestel
Opmerking
1. De standaardinstellingen en de huidige instellingen worden afgedrukt op de lijst met
faxparameters. Om een lijst met faxparameters af te drukken, zie blz. 126.
2. De inhoud van de faxparameters kan verschillen naar gelang van de voorschriften of
technische gegevens in ieder land.
3. "Aan" kan worden geselecteerd wanneer de SMTP-server of de POP-server deze
functionaliteit ondersteund.
169 DHCP CLIENT 1 Uit Kiezen of de machine automatisch alle
netwerkgegevens (zoals IP-adres, subnetmasker, IP-
adres van de standaard gateway, enz.) van de DHCP-
server moet ontvangen.
Opmerking: Als deze parameter wordt gewijzigd,
wordt de machine automatisch opnieuw
opgestart.
2Aan
170 SMTP AUT
(Zie opmerking 3)
1 Uit Bij verzending naar de SMTP-server worden
gebruikersnaam en wachtwoord gebruikt voor
authenticatie. Door "Aan" te kiezen kunt u een
gebruiksnaam en wachtwoord instellen.
2Aan
171 POP VOOR SMTP
(Zie opmerking 3)
1 Uit Bij verzending naar de SMTP-server worden de POP-
gebruikersnaam en het POP-wachtwoord gebruikt
voor authenticatie.
2Aan
172 DIRECT IFAX ZND. 1 Uit Kiezen of bij het invoeren van adresboekregistraties
gevraagd wordt of de bestemming die wordt ingevoerd
internetfaxberichten rechtstreeks en zonder
tussenkomst van een mailserver ontvangt.
2Aan
173 AFLEVERBERICHT
(standaard)
1 Uit Instellen van de standaardwaarde of er wordt gevraagd
om een bevestiging van leveringsverwering (MDN) om
bij de verzending van e-mail/internetfaxbericht aan te
geven dat het e-mail-/internetfaxbericht is afgeleverd.
Deze instelling wordt de standaardwaarde voor de
selectiemodusfunctie (F8-2).
2Aan
174 APOP
(Zie opmerking 3)
1 Uit Deze parameter maakt het mogelijk om tijdens het
inloggen in bij de POP-server het POP-wachtwoord te
versleutelen.
2Aan
177 XMT BESTAND SOORT 1 TIFF Kiezen of het document bij de scan-naar-email functie
naar de TIFF-F indeling of naar de PDF indeling, en bij
verzending naar een internetfax naar de TIFF-F
indeling moet worden geconverteerd.
De standaard instelling is "PDF" omdat de PDF
indeling de huidige norm voor het uitwisselen van
documenten tussen computers (scan-naar-email) is.
De PDF en de JPEG indelingen kunnen echter niet
worden gebruikt voor het verzenden van
internetfaxberichten (van internetfax naar internetfax)
omdat deze bestandsindelingen niet door de huidige
generatie internetfaxtoestellen worden ondersteund.
Daarom moet bij verzending naar een
internetfaxtoestel de TIFF-F indeling worden gebruikt.
(Deze instelling kan tijdelijk worden gewijzigd bij
verzending van een internetfaxbericht met
selectiemodusfunctie (F8-6) "XMT BESTANDSOORT/
NAAM")
2PDF
Nr. Parameter Instellings
nr.
Instelling Commentaar










