Operating instructions

108
Programmering van uw toestel
Fax Parameters
Faxparametertabel
Nr. Parameter Instellings
nr.
Instelling Commentaar
001 CONTRAST 1 Meest
Lichter
Standaardwaarde voor CONTRAST instellen.
2 Lichter
3Normaal
4 Donkerder
5 Meest
Donker
002 RESOLUTIE 1 Standaard Standaardpositie voor RESOLUTIE instellen.
2Fijn
3S-Fijn
4 600 dpi
5 Fotostand
(Fijn)
6 Fotostand
(S-Fijn)
7 Fotostand
(600 dpi)
004 STEMPEL 1 Uit Standaardwaarde voor STEMPEL instellen.
Om de stempelfunctie te kiezen wanneer het
document in het geheugen is opgeslagen (zie
faxparameternr. 28).
2Aan
005 GEHEUGEN 1 Uit Standaardwaarde voor GEHEUGEN instellen.
2Aan
006 KIESMETHODE 1 Pulskiezen Kiesmethode kiezen.
2 Toonkiezen
007 AFDRUK KOPTEKST 1 Binnen
Dokument
Afdrukpostitie van de kopregel kiezen.
Binnen Dokument : binnen de grenzen van de
afdrukbare zone.
Buiten Dokument : buiten de grenzen van de
afdrukbare zone.
Geen Afdruk : kopregel wordt weggelaten.
2Buiten
Dokument
3 Geen Afdruk
008 VORM KOPTEKST 1 Logo ID Nr. Formaat van de kopregel kiezen.
2 Van Naar
009 AFDR. ONTVANGTIJD 1 Uit Kiezen of het toestel al dan niet de ontvangstdatum en
het tijdstip, de ID van de correspondent, het
verkleiningspercentage en nummer van pagina’s
afdrukt onderaan elk ontvangen document.
2Aan
010 TOON TOETS/ZOEMER 1 Uit Instellen van de pieptoon van het toetsenpaneel
sound.
2Zacht
3Hard
012 ZENDJOURNAAL 1 Uit Standaardwaarde kiezen voor het afdrukken van een
verzendingsverslag:
Uit : geen afdruk
Altijd : altijd een verzendingsverslag
Incompleet : alleen een afdruk wanneer
communicatie mislukt is.
2 Altijd
3 Incompleet
013 AUT.JOURNAAL AFDR 1 Uit Kiezen of het toestel het activiteitsverslag na 200
transacties automatisch afdrukt.
2Aan