Operating instructions

Documenten ontvangen
70
Als tijdens de ontvangst het afdrukpapier of de toner op geraakt of het afdrukpapier vastloopt, begint het
toestel het document automatisch te ontvangen in zijn beelddatageheugen. De aldus opgeslagen
documenten worden automatisch afgedrukt na vervanging van het tonerpatroon of aanvulling van het papier
(zie opmerking 1 en 2).
Het afdrukmechanisme van de UF-5100/6100 stapelt inkomende documenten in omgekeerde volgorde.
De afdrukcollationeringsmodus van de UF-580/590 stapelt ontvangen documenten in de correcte volgorde.
Als deze modus actief is, worden alle documenten eerst opgeslagen in het geheugen en vervolgens
afgedrukt in de correcte volgorde. De vereisten voor een actieve afdrukcollationeringsmodus zijn: 1)
faxparameter nr. 65 AFDRUK IN VOLGORDE ingesteld op "Actief" en 2) voldoende beschikbaar geheugen.
Het toestel zal in omgekeerde volgorde afdrukken (niet-collationeringsmodus) als niet voldaan werd aan
een van bovenstaande voorwaarden.
Opmerking
1. Indien de capaciteit van het geheugen wordt overschreden, beëindigt het toestel de ontvangst
en wordt de lijn vrijgemaakt.
2. Als u de functie geheugenontvangst wil uitschakelen, moet u parameter nr. 22 instellen op
“Niet actief”. (zie blz. 37)
Tijdelijke ontvangst via het geheugen
1
Wanneer het toestel de geheugenontvangst beëindigt
terwijl er nog steeds geen afdrukpapier of toner is,
verschijnt een informatiecode op het display.
GEEN AFDRUKPAPIER
FOUTCODE=010
TONER IS OP
FOUTCODE=041
2
Breng afdrukpapier aan (zie blz. 18) of vervang het
tonerpatroon (zie blz. 16).
Het toestel begint automatisch het in het geheugen
opgeslagen document af te drukken.
* AFDRUKKEN *
UIT GEHEUGEN
Afdrukcollationeringsmodus
Verzendingsvolgorde van de
documenten
Stapelvolgorde van de documenten
3
2
1
Stapelen in correcte volgorde
(Collationeringsmodus)
3
2
1
Stapelen in omgekeerde volgorde
(Niet-collationeringsmodus)
1
2
3