Operating instructions
Individuele aanpassingen
36
Tabel met faxparameters
Nr. Parameter
Nr.
instelling
instelling Commentaar
01 CONTRAST 1 Normaal De standaardwaarde instellen van de toets CONTRAST.
2Lichter
3Donkerer
02 RESOLUTIE 1 Standaard Standaardwaarde voor de resolutie instellen.
2 Fijn
3S-Fijn
4
Fotostand
(Fijn)
5
Fotostand
(S-Fijn)
04 STEMPEL 1 Uit Standaardwaarde van de STAMP (stempel) toets instellen.
Om de stempelfunctie te kiezen wanneer het document in
het geheugen is opgeslagen (zie faxparameter nr. 28).
2Aan
05 GEHEUGEN 1 Uit Instellen van de beginpositie voor verzenden/kopiƫren
vanuit het geheugen. (Deze instelling kan tijdelijk worden
gewijzigd met F8-9 (GEHEUGEN XMT))
2Aan
06 KIESMETHODE 1 Pulskiezen Kiesmethode selecteren.
2 Toonkiezen
07 AFDRUK KOPTEKST
1
Binnen
dokument
Afdrukpostitie van de kopregel kiezen.
Binnen dokument: binnen de grenzen van de afdrukbare
zone.
Buiten dokument : buiten de grenzen van de afdrukbare
zone.
Geen afdruk : kopregel wordt weggelaten.
2
Buiten
dokument
3 Geen afdruk
08 VORM KOPTEKST
AFDR.
1 Logo id nr. Keuze van de inhoud van de kopregel.
2 Van to
09 AFDRUK
ONTVANGTIJD
1 Uit Kiezen of het toestel al dan niet de ontvangstdatum en het
tijdstip, de ID van de correspondent en het
verkleiningspercentage afdrukt onderaan elk ontvangen
blad.
2Aan
10 TOON TOETS/
ZOEMER
1 Uit Regeling van het volume van het toets/zoemergeluid.
2 Zacht
3Hard
12 ZENDJOURNAAL 1 Uit Standaardwaarde kiezen voor het afdrukken van een
verzendingsverslag:
Uit : geen afdruk
Altijd : altijd een verzendingsverslag
Alleen inc. : alleen een afdruk wanneer communicatie
mislukt is
2Altijd
3 Alleen inc.
13 AUT. JOURNAAL
AFDR
1 Uit Kiezen of het toestel het activiteitsverslag na 32
transacties automatisch afdrukt of niet.
2Aan
17 ONTVANGSTMODE 1 Telefoon Ontvangstmodus instellen.
2Fax
3 Fax/Telefoon
4 Beantwoorper










