Operating instructions
Verklarende woordenlijst
148
Gebruikerparameter Geprogrammeerde parameter die informatie levert aan andere toestellen. B.v. logo, letter-ID,
datum en uur.
Gegroepeerde
nummervorming
Mogelijkheid om meer dan één telefoonnummer in één programma onder te brengen, zodat
u ze met de druk op slechts één knop allemaal achter elkaar kunt opbellen.
Geheugenverzending De documenten worden eerst ingelezen in het geheugen en pas daarna over de telefoonlijn
doorgestuurd.
Gereserveerde
verzending
Mogelijkheid om een telefoonnummer te programmeren zodat de verzending erheen reeds
wordt gereserveerd terwijl uw toestel nog een andere functie verricht.
Halftone Een scanningtechniek die grijswaarden tussen zwart en wit onderscheidt. Uw toestel kan bij
deze techniek maximum 64 grijswaarden onderscheiden.
ID Een programmeerbaar “adres” van maximum 20 cijfers waarmee uw toestel wordt
aangeduid.
Indexblad Een lijst met de namen van de bestemmingen die in uw toestel geprogrammeerd zijn.
Individueel
verzendingsverslag
Verslag dat door het verzendtoestel wordt afgedrukt en waarin gegevens staan over de
laatste documentverrichting.
Informatiecode Code die intern wordt gegenereerd door uw faxtoestel en die een welbepaalde
bedieningsfout of toestelpanne weergeeft.
ITU-T International Telecommunication Union - Telecommunication.
ITU-T Beeld Nr.1 Een standaarddocument waarmee verzendingssnelheden en de mogelijkheden van
faxtoestellen kunnen worden vergeleken.
Keuze uit logo’s De gebruiker kan één van de 25 vooraf ingestelde LOGO’s kiezen vóór een verzending.
Kiezen vanuit een
directory
Laat u toe een volledig telefoonnummer te kiezen door naar de namen te zoeken die
ingevoerd werden in de snelkiesnummers of de verkorte kiesnummers.
Kopregel Een regel informatie die door het verzendtoestel wordt meegestuurd en door het
ontvangtoestel boven elke bladzijde wordt afgedrukt. Hij geeft aan van waar de fax komt,
naast andere gegevens zoals datum en uur van verzending.
LCD Liquid Crystal Display. Display met vloeibare kristallen waarop het toestel allerlei gegevens
weergeeft.
Letter-ID Een geprogrammeerde codenaam van maximum 16 alfanumerieke tekens die dienst doen
als “identiteitskaart” van uw faxtoestel.
Lettertoetsen Met deze toetsen voert u letters en symbolen in voor allerlei programmeerfuncties.
Logo Uw geprogrammeerde bedrijfsnaam of identificatie van maximum 25 alfanumerieke tekens.
Manuele ontvangst Werkstand waarbij tussenkomst van de gebruiker vereist is om een document te kunnen
ontvangen.
Modem Toestel dat signalen van uw faxtoestel omzet in signalen die via een telefoonlijn kunnen
worden overgebracht.
Multi-Station
Transmission
Mogelijkheid om dezelfde reeks documenten naar een geprogrammeerd aantal
bestemmingen te sturen.
Netwerk-adres Individueel 4-cijferig getal, toegewezen aan een snelkiestoets/verkort nummer, ter
identificatie van een bestemming binnen een relais-netwerk.
Netwerk-wachtwoord 4-cijferig wachtwoord, toegewezen aan een netwerk-adres om te beletten dat onbevoegden
binnendringen in een relais-toestel.
Nummervorming met
faxgdeelte
Rechtstreekse vorming van telefoonnummers vanop het faxgedeelte, dus met de
telefoonhoorn ingehaakt.
Nummervorming met
telefoongedeelte
Rechtstreekse vorming van telefoonnummers vanop het telefoongedeelte, nadat men de
hoorn heeft afgehaakt.
Ontvangstwachtwoord 4-cijferig wachtwoord dat wordt gecontroleerd alvorens een document wordt “binnengelaten”.
Opgeslagen documenten Documenten die werden ingelezen en zich nu in het geheugen van uw toestel bevinden.
Oproepfase Uitwisseling van een aantal controlesignalen tussen zender en ontvanger. Deze signalen
bepalen de omstandigheden waarin communicatie kan plaatsvinden.










