Operating instructions
Bedieningspaneel
13
Eerste
Kennismaking
met uw Faxtoestel
- Druk op deze toets om de
telecommunicatie, een invoerbewerking
of een geluidssignaal te annuleren.
- Hiermee maakt u kopieén en stelt
u bewerkingen in. (Zie blz. 71)
- Gebruik deze toets om ingevoerde
nummers of tekens te verbeteren.
Dient voor het volgende:
- Functie starten of kiezen.
- Een stationnaam opzoeken.
(Zie blz. 50 en 55)
- Instellen van luidspreker- en belvolume.
(Zie blz. 25)
- De cursor verplaatsen tijdens het invoeren van
nummers en lettertekens.
- Zoeken naar toestelnaam bij kiezen vanuit
index.
- Bevestiging ingevoerd toestel bij communicatie
met meerdere toestellen.
- Bevestiging huidige communicatiemodi (bijv.
paginanummer, ID, gekozen telefoonnummer,
bestandsnummer) als het toestel on-line is.
Snelkiestoetsen (01-28)
- Voor snelle nummerkeuze. (Zie blz. 49 en 53)
Programmeertoetsen (P1-P4)
- Om lange nummerkeuzeprocedures of cijfers voor gegroepeerde nummerkeuze op te slaan.
(Zie blz. 77 tot 82)
Lettertekentoetsen
- De snelkiestoetsen en de programmeertoetsen dienen ook om letters en symbolen in te voeren
bij het intikken van uw LOGO, letter-ID en toestelnaam.
- Dient om een spatie in te lassen bij het intikken van uw LOGO, letter-ID en toestelnaam.
- Dient om te kiezen tussen de bovenste en de onderste tekenreeks.
- Dient om een symbool in te voeren voor uw LOGO, letter-ID en toestelnaam.
Selecteer de symbolen met of .










