Quick Start Guide

INPUT
MENU
VOL
ENTER /
+
/
-
/
13
Kiezen van het ingangssignaal
Opmerkingen:
U kunt het signaal ook kiezen door op de toets INPUT op het apparaat
te drukken.
• De ingangsaansluiting kan niet geselecteerd worden als er geen
aansluitingenkaart in de SLOT(sleuf) is aangebracht.
Stel in overeenkomstig de signalen van de bron die op de COMPONENT/
RGB IN aansluitingen is aangesloten.
• Bij een scherm met twee beelden is het niet mogelijk om dezelfde
ingangsmodus voor het hoofdbeeld en het subbeeld te kiezen.
Nabeelden (ingebrande schimmen) kunnen zichtbaar blijven als u lang
achtereen een stilstaand beeld op het scherm laat staan. De functie die
het scherm ietwat donkerder maakt wordt ingeschakeld ter bescherming
tegen ingebrande nabeelden, maar dit is niet de perfecte oplossing voor
het nabeeldprobleem.
Selecteer de ingangssignalen die aangesloten moeten worden door installatie van de los verkrijgbare
aansluitingenkaart.
Druk op deze toets om het ingangssignaal te kiezen dat moet
worden afgespeeld vanaf de apparatuur die op het plasmascherm
is aangesloten.
Bij het herhaald indrukken van de toets verandert het
ingangssignaal als volgt:
INPUT2 PC
INPUT3INPUT1
Druk op de selectieknoppen voor de invoerstand INPUT “1”,
“2”, “3” of “PC” om de invoerstand te selecteren.
Deze knop wordt gebruikt om direct naar de stand INPUT te
schakelen.
Deze knoppen kunnen alleen de geïnstalleerde sleuf
weergeven.
Als u op een knop drukt waarvan de sleuf niet is geïnstalleerd,
wordt het huidige ingangssignaal automatisch weergegeven.
Wanneer er een dubbele ingangsaansluitingenkaart is
aangebracht, wordt er A of B aangegeven, afhankelijk van het
gekozen ingangssignaal. (bijv. INPUT1A, INPUT1B)