Operating instructions

16
Afstandsbediening
Basisbediening
Standby (Aan / Uit) toets
Het plasmascherm dient eerst bij het stopcontact en de
netspanningsschakelaar ingeschakeld te worden. (zie pagina 12)
Druk op ON om het plasmascherm in te schakelen vanaf de stand-
by stand. Druk op OFF om het
plasmascherm uit te schakelen naar
de stand-by stand.
SET UP toets (zie pagina 21)
SOUND toets (zie pagina 32)
Knoppen DIRECTE INVOER
Druk op de selectieknoppen voor de
invoerstand INPUT “1”, “2”, “3” of “PC” om de
invoerstand te selecteren. (zie pagina 14).
Deze knop wordt gebruikt om direct naar de
stand INPUT te schakelen.
Volumeafstelling
Druk op de Volume Omhoog “+” of Omlaag
“–” toets om het volumeniveau van het
geluid te verhogen of te verlagen.
Kanaalafstemming
Deze knop kan niet voor dit model
worden gebruikt.
OFF TIMER toets
Het plasmascherm kan worden
voorgeprogrammeerd voor het
overschakelen naar standby na een
bepaalde tijdsperiode. De instelling verandert
naar 30 minuten, 60 minuten, 90 minuten en
0 minuten (Uit timer geannuleerd), telkens
wanneer op de toets gedrukt wordt.
30 60
0
90
Wanneer er drie minuten resteren, zal
“Off timer 3” gaan knipperen. Bij een
netspanningsonderbreking zal de instelling
van de Uit timer komen te vervallen.
Vergrendeling afstandsbedienings-ID
(
zie pagina
44)
Digitale Zoom (zie pagina 20)
Multischermtoetsen
(zie pagina 18)
Status toets
Druk op de “Status” toets om de huidige
status van het systeem op het scherm
te laten verschijnen.
1
Ingangsaanduiding
2
Aspect modus (zie pagina 17)
Bediening NANODRIFT Saver (zie
pagina 38)
3
Uit timer
De Uit timer indicator zal alleen op
het scherm verschijnen wanneer de
Uit timer is ingesteld.
4
Klokweergave (zie pagina 56)
R toets (zie pagina 21)
Druk op de R toets om terug te keren naar het vorige menuscherm.
POSITION toetsen
ACTION toets
Druk op deze toets om selecties en
instellingen vast te leggen.
De knop POS. /SIZE
(zie pagina 23)
PICTURE toets
(zie pagina 26)
INPUT toets
Druk hierop om achter elkaar de
INPUT1, INPUT2, INPUT3 en PC
ingang SLEUVEN te selecteren.
(zie pagina 14)
Wanneer er een dubbele
ingangsaansluitingenkaart is aangebracht,
wordt er A of B aangegeven, afhankelijk
van het gekozen ingangssignaal. (bijv.
INPUT1A, INPUT1B)
N toets
(zie pagina 25, 26, 27, 33)
SURROUND toets
Bij het meermalen indrukken van de
SURROUND toets wordt de surroundfunctie
beurtelings in- en uitgeschakeld.
De surroundfunctie levert een bijzonder
realistisch geluid. U kunt volledig door
geluid omgeven worden, net alsof u zich in
een bioscoop of concertzaal bevindt.
On
Surround
Aan (On) Uit (Off)
Geluidsdemping Aan / Uit
Druk op deze toets om het geluid te
dempen. Druk nogmaals op de toets om
het oorspronkelijke geluid te herstellen.
Bij het uitschakelen van het apparaat
of als de volume-instelling wordt
gewijzigd, komt de dempingsfunctie
automatisch te vervallen.
Cijfertoetsen (zie pagina 44)
ASPECT toets
Druk op deze toets voor het oproepen van
het ASPECT instelmenu. (zie pagina 17)
Off timer 90
1
2
3
4
10:00
PC
4:3
NANODRIFT