Operating Instructions

26
Beeldinstellingen
Opmerkingen:
“Colour” en “Hue” kunnen niet worden
afgesteld bij een “RGB/PC” en “Digital”
ingangssignaal.
U kunt het niveau van iedere functie
(Contrast, Brightness, Colour, Hue en
Sharpness) voor ieder “Beeldfunctie”
instellen.
De “Hue” instelling kan alleen voor
NTSC signalen worden bijgeregeld bij
een “AV (S Video)” ingangssignaal.
Er is weinig verandering als de
helderheid van een helder beeld
wordt verhoogd of de helderheid van
een donker beeld wordt verzwakt.
Geavanceerde instellingen (Advanced settings)
Als u tijdens weergave van het “Advanced settings” menu op de N toets van de afstandsbediening drukt of tijdens “Normalise”
op de ACTION ( ) toets, zullen alle afstellingen op de standaardinstellingen worden teruggesteld.
Handige tip ( /
Normalise
Normaliseren)
Menu-
onderdeel
Effect Instelling
Contrast
Minder Meer
Voor het instellen van het
contrast overeenkomstig de
lichtomstandigheden in de kamer.
Brightness
Donkerder
Lichter
Voor een meer duidelijke
weergave van donkere beelden
zoals avond- of nachtscènes.
Colour
Minder Meer
Voor het versterken of
verzwakken van de kleuren.
Hue
Roodachtig Groenachtig
Voor het instellen van een mooie
huidskleur.
Sharpness
Minder Meer
Voor het instellen van de
beeldscherpte.
Menu-onderdeel Effect Bijzonderheden
Black extension
(zwart-schakering)
Minder Meer
Voor het instellen van de schakering van de donkere schaduwen in het
beeld.
Input level
(ingangsniveau)
Minder Meer
Voor het instellen van de gebieden die erg helder zijn en moeilijk te zien.
(Deze instelling kan niet gemaakt worden bij een Digital ingangssignaal.)
Gamma
Minder Meer
S Curve 2.0 2.2 2.5
AGC
Minder On
Voor het automatisch verhogen van de helderheid van een donker
signaal.
W/B High R
Minder
Meer
Voor het instellen van de witbalans voor de lichtrode gebieden.
W/B High G
Minder
Meer
Voor het instellen van de witbalans voor de lichtgroene gebieden.
W/B High B
Minder
Meer
Voor het instellen van de witbalans voor de lichtblauwe gebieden.
W/B Low R
Minder
Meer
Voor het instellen van de witbalans voor de donkerrode gebieden.
W/B Low G
Minder
Meer
Voor het instellen van de witbalans voor de donkergroene gebieden.
W/B Low B
Minder Meer
Voor het instellen van de witbalans voor de donkerblauwe gebieden.
Opmerkingen:
Voer de “W/B” instelling als volgt uit:
1. Stel de witbalans voor de heldere gebieden af met de
“W/B High R”, “W/B High G”
en “W/B High B” functies.
2. Stel de witbalans voor de donkere gebieden af met de
“W/B High R”, “W/B High G”
en “W/B Low B” functies.
3. Herhaal de stappen 1 en 2.
De instellingen in de stappen 1 en 2 beïnvloeden elkaar wederzijds. Herhaal de stappen beurtelings om de juiste
instellingen te maken.
De instellingen worden voor iedere ingangssignaalfunctie afzonderlijk in het geheugen vastgelegd.
Gebruik de waarden van het instelbereik als referentie.