Operating instructions

- 17 -
1 Haal de stekker van het netsnoer uit het stopcontact.
2 Verbind dit toestel met een breedband router, enz., met gebruik
van een LAN-kabel.
3 Sluit het netsnoer op dit toestel aan en schakel het toestel in.
Als de verbinding gemaakt is, gaat het netwerk-controlelampje (blauw)
branden.
Gebruik rechte LAN-kabels van categorie 5 of hoger (STP) als u een
aansluiting op randapparatuur tot stand brengt.
De LAN-kabel moet aan- of afgesloten worden terwijl het netsnoer afgesloten
is.
Het toestel kan beschadigd raken als u een andere kabel dan een LAN-kabel
in de LAN-aansluiting steekt.
Als de LAN-kabel afgesloten wordt, zullen de netwerk gerelateerde instellingen
(l 18) geïnitialiseerd worden. Voer de instellingen in dat geval opnieuw uit.
Als een LAN-kabel aangesloten is, zal de Wi-Fi-functie uitgeschakeld zijn.
Het stroomverbruik zal afnemen wanneer het toestel ingeschakeld is of op
de stand-by-modus staat.
Gebruik van een LAN-kabel
Breedband router, etc.
bijv.,
LAN-kabel
(niet bijgeleverd)