Operating Instructions
Table Of Contents
Vóór het gebruik
7
Opladen
De oplaadbare batterij (geïnstalleerd op het toestel) is aanvankelijk niet opgeladen. Laad de batterij op voordat
u het toestel in gebruik neemt.
• Het werkingslampje (R) brandt (rood) tijdens het opladen en gaat uit als het opladen klaar is.
A USB-oplaadkabel (bijgeleverd)
B USB-netadapter, enz.
∫ Oplaadtijd
Opmerking:
• Als een USB-netadapter, enz., gebruikt wordt, sluit dan eerst de USB-kabel aan en steek die dan in het stopcontact.
• Opladen zou niet uitgevoerd kunnen worden of zou kunnen stoppen als de computer zich in stand-by of sleep-modus
bevindt of daarop geschakeld staat.
• Geen andere USB-oplaadkabels gebruiken dan de bijgeleverde kabels. Als u dat wel doet, kan dit een slechte
werking veroorzaken.
• De interne oplaadbare batterij kan verslechteren als hij lange tijd niet gebruikt wordt, laad hem dus iedere 6 maanden
een keer op.
• Het volume wordt lager als u het toestel gebruikt met aangesloten USB-kabel.
∫ Batterijniveau-notificatie
• Als het batterijniveau afgenomen is tot 20 %, knippert het werkingslampje (R) (rood) en klinkt een werktoon.
• Als u op de [ ]-knop drukt en die ingedrukt houdt terwijl het toestel ingeschakeld is, kunt u de overgebleven
batterijlading zien aan de hand van de werkingslampjes.
Ong. 4,0 uur
• Als een USB-netadapter (optioneel) gebruikt wordt die in staat is tot stroomtoevoer van een uitgangsstroom van
1500 mA op 5 V DC
• Omgevingstemperatuur 25 oC/Als een volledig lege batterij geladen wordt
Overgebleven batterijlading Werkingslampje (L) Werkingslampje (R)
71 % tot 100 % Brandt (blauw) Brandt (blauw)
21 % tot 70 % Brandt (blauw) Uit
6 % tot 20 % Brandt (rood) Uit
5 % of minder Knippert (rood) Uit
USB










