Operating Instructions

Vóór het gebruik
11
Het toestel dragen
Draag het toestel door het op uw schouders rond uw nek te plaatsen en het
zorgvuldig in positie te brengen.
Het toestel en de zender draadloos met elkaar verbinden
Voordat u het toestel inschakelt, verbind u de zender en een apparaat met elkaar met de USB-kabel. (Het
werkingslampje van de zender knippert (cyaan) om deze status aan te geven)
Houd de [Í]-knop ongeveer 2 seconden ingedrukt tot het werkingslampje (R) knippert
(cyaan).
De draadloze verbinding tussen dit toestel en de zender gaat van start.
Als de draadloze verbinding tot stand gebracht is, bevinden het toestel en de zender zich in de volgende status:
*1 Als “Lighting Settings” in de app voor gebruik met Windows op “OFF” gezet zijn, gaan de lampjes na ongeveer 3
seconden uit.
*2 Knippert (rood) als het batterijniveau tot 20 % daalt.
Het toestel uitschakelen
Druk op de [Í]-knop gedurende ongeveer 2 seconden tot het werkingslampje (L) 3 keer knippert.
Het werkingslampje (L) gaat uit en de stroom van het toestel wordt uitgeschakeld.
Opmerking:
Als het toestel en de zender niet draadloos verbinding maken, probeer ze dan opnieuw te koppelen. (l 14)
Het geluid is vervormd, draai het volume lager.
Als er een excessief ingangssignaal is, kan de werking van dit toestel automatisch stoppen en kan ten behoeve van
de veiligheid de stroom uitgeschakeld worden.
Als er een draadloze verbinding is en er gedurende 5 minuten of langer geen geluid is, wordt dit toestel automatisch
uitgeschakeld. (Auto off-functie)
De auto off-functie werkt in sommige gevallen mogelijk niet als er ruis is van andere apparaten.
De instellingen voor de auto off-functie kunnen veranderd worden in de app voor gebruik met Windows. (
l 14)
(Standaardinstelling: aan)
Schakel het toestel in
Dit toestel Werkingslampje (L) Brandt (cyaan)
*1
Werkingslampje (R) Brandt (cyaan)
*1*2
Zender Werkingslampje Brandt (cyaan)