Operating Instructions

- 17 -
Sluit geen LAN-kabel aan. Door dat te doen zal de Wi-Fi-functie worden
uitgeschakeld.
1 Schakel het toestel in.
Ga over naar de volgende stap nadat het controlelampje van het netwerk
van blauw en rood knipperen naar blauw knipperen overgegaan is.
Het blauw knipperen start na ongeveer 60 seconden. Als het blauw knipperen
niet van start gaat, stel dan opnieuw de fabrieksinstellingen in. (
l
30)
2 Raak [-WPS] op het toestel aan en houd het aangeraakt.
Het netwerk-controlelampje (blauw) knippert sneller.
3 Druk op de draadloze router op de WPS-knop.
Als de verbinding gemaakt is, gaat het netwerk-controlelampje (blauw) branden.
Gebruik van de WPS-PIN-code
Na stap 2
1 Raak [-WPS] aan en blijf het aangeraakt houden.
Het netwerk-controlelampje (blauw) knippert nog sneller.
2 Voer de PIN-code “64428147” in de draadloze router in.
Als de verbinding gemaakt is, gaat het netwerk-controlelampje (blauw) branden.
Als u de instelling halverwege annuleert door aanraking van [Í/I], zal het
toestel even tijd nodig hebben om uitgeschakeld te worden.
Het (amber) modus-controlelampje knippert tot het toestel uitgeschakeld is.
Gaat het toestel eenmaal de WPS PIN-codemodus binnen, dan kunt u de instelling
niet uitvoeren met gebruik van de WPS-knop. Om de WPS-knop te gebruiken,
schakelt u het toestel uit en weer in en voert u opnieuw de netwerkinstellingen uit.
Zie voor details de instructies van de Draadloze router.
Gebruik van WPS (Wi-Fi Protected Setup™)
Een compatibele draadloze router kan de
WPS-identificatieteken hebben.
bijv.,