Operating Instructions

18
Onderhoud
Werking
Verwarmingsprestaties
Deze airconditioner onttrekt warmte aan de buitenlucht om te kunnen verwarmen; daarom
zullen de verwarmingsprestaties afnemen naarmate de buitentemperatuur lager wordt.
- Als er niet voldoende verwarmd kan worden, moet u een aanvullend verwarmingsapparaat
gebruiken.
Ontdooien
Dit toestel kan beginnen met ontdooien om ijs dat zich gevormd heeft in de buitenunit te
laten smelten.
1. Het ontdooien begint: De ventilator van de binnenunit stopt (of gaat zeer langzaam
draaien).
- “
” (STANDBY) verschijnt.
2. Na een paar minuten begint het toestel weer te verwarmen: De ventilator van de
binnenunit blijft stilstaan (of zeer langzaam draaien) tot de spiraal van de warmtewisselaar
binnen voldoende is opgewarmd.
- “ ” (STANDBY) verschijnt.
3. Het ontdooien is voltooid: De ventilator van de binnenunit begint te draaien.
- “
” (STANDBY) verdwijnt.
‘DRY’ ontvochtigingsstand
Wanneer de temperatuur in de ruimte het ingestelde niveau bereikt, zal de buitenunit
automatisch aan- en afslaan.
Wanneer de temperatuur in de ruimte hoogstwaarschijnlijk het ingestelde niveau zal
bereiken, wordt de ventilator automatisch op ‘‘breeze’’ (matige windsterkte) gezet.
Als de stroom uitvalt terwijl de unit in bedrijf is
Het toestel zal automatisch doorgaan met de ingestelde handeling. Dezelfde
bedieningsinstellingen van voor de stroomstoring zullen worden gebruikt.