Operating Instructions

14
De volgende symptomen geven niet een defect aan.
Symptoom Oorzaak
Het systeem is niet ingeschakeld of reageert
niet op de afstandsbediening onmiddellijk na de
inschakeling.
*Wacht een ogenblik (5min/15sec) nadat het
systeem is ingeschakeld.
Bij de eerste inschakeling van nieuwe producten na de
installatie, heeft het systeem ongeveer 5 minuten nodig voor
het "Automatisch confi guratieproces van het systeem".
Bij de volgende ingebruikname kunt u de unit inschakelen
met de aan-/uitschakelaar. Dan heeft het systeem 15
seconden nodig voor de "Programma-initialisatie".
Het apparaat begint pas na enkele minuten
vertraging nadat het opnieuw is opgestart.
De vertraging dient ter bescherming van de compressor van
de unit.
De binnenventilator stopt af en toe wanneer de
ventilatorsnelheid is ingesteld op automatisch.
Zo verdrijft u de omgevingsgeur.
De binnenventilator stopt af en toe tijdens
verwarmen.
Onbedoeld koelen voorkomen.
De ruimte heeft een vreemde geur.
Dit is mogelijk een geur van vochtigheid die afkomstig is van
de muur, het tapijt, meubels of kleding.
Krakend geluid tijdens bedrijf.
Wijzigingen in temperatuur zorgen ervoor dat de unit uitzet
en krimpt.
Tijdens werking klinkt er geluid van stromend water.
Stromend koelmiddel in het apparaat.
Er komt damp uit de binnenunit.
Tijdens het koelen, kan de uitgeblazen koude lucht tot
waterdamp condenseren.
Er komt water of stoom uit de buitenunit.
Tijdens het koelen treedt er condensatie op koude leidingen
op en het gecondenseerde water kan van de buitenunit
druipen.
Tijdens het verwarmen smelt in de ontdooiingscycli de
bevriezing die op de buitenunit is gevormd en deze wordt als
water of stoom afgevoerd.
Verkleuring van kunststof onderdelen.
Verkleuring is afhankelijk van het materiaaltype van de
kunststof onderdelen. Het wordt versneld bij blootstelling aan
warmte, zonlicht, uv-straling of omgevingsfactoren.
Controleer het volgende voordat u een onderhoudsmonteur belt.
Symptoom Controleer
De stand HEAT/COOL (VERWARMEN/KOELEN)
werkt niet goed.
Stel de temperatuur correct in.
Sluit alle deuren en ramen.
Verwijder elke obstructie bij de lucht in- en uitlaatopingen.
Luidruchtig tijdens werking.
Controleer of de unit is geinstalleerd op een helling.
Het apparaat werkt niet.
Controleer of de stroomonderbreker ontkoppeld is.
Controleer of de timers zijn ingesteld.
Problemen oplossen