Operating Instructions

8
Veiligheidsmaatregelen
2-4. Aanwezigheid van een brandblusser
Als er werk aan de koelapparatuur of bijbehorende
onderdelen moet worden uitgevoerd waarbij warmte
vrijkomt, moet er direct geschikt brandblusmateriaal
beschikbaar zijn.
Er moet een poeder- of CO
2
-brandblusser aanwezig zijn
in het gebied waar gevuld wordt.
2-5. Geen ontstekingsbronnen
Iemand die werk uitvoert aan een koelsysteem waarbij
leidingwerk betrokken is dat brandbaar koelmiddel
bevat of heeft bevat, mag niet op een zodanige manier
ontstekingsbronnen gebruiken dat dit kan leiden tot
risico's op brand of explosie. Bij het uitvoeren van zulke
werkzaamheden mag niet gerookt worden.
Alle mogelijke ontstekingsbronnen, inclusief roken,
moeten voldoende ver weg blijven van de plaats van
installatie, reparatie of verwijdering zolang er brandbaar
koelmiddel kan ontsnappen naar de omliggende ruimte.
Voordat het werk plaatsvindt, moet de ruimte rond de
apparatuur worden onderzocht om zeker te zijn dat er
geen brandgevaar of ontstekingsrisico's zijn.
Er moeten "Niet roken"-borden worden geplaatst.
2-6. Geventileerde ruimte
Zorg ervoor dat het gebied in de open lucht is of dat het
voldoende geventileerd wordt voordat u het systeem
openmaakt of werk uitvoert waarbij warmte vrijkomt.
Tijdens de periode dat het werk wordt uitgevoerd, moet
voortdurend in zekere mate geventileerd worden.
De ventilatie moet eventueel vrijgekomen koelmiddel
veilig verspreiden en bij voorkeur het naar buiten
afvoeren in de buitenlucht.
2-7. Controles van de koelapparatuur
Als elektrische onderdelen worden uitgewisseld, moeten
deze geschikt zijn voor hun doel en de juiste specifi catie
hebben.
De onderhoudsrichtlijnen van de fabrikant moeten te allen
tijde worden opgevolgd.
Bij twijfel kunt u contact opnemen met de technische
dienst van de fabrikant voor hulp.
De volgende controles moeten worden uitgevoerd bij
installaties die brandbare koelmiddelen gebruiken.
-
De werkelijke hoeveelheid koelmiddel moet in
overeenstemming zijn met de afmetingen van de
ruimte waarin de onderdelen die koelmiddel bevatten
zijn gemonteerd.
-
De ventilatieapparatuur en uitlaten werken afdoende
en zijn niet geblokkeerd.
-
Als een indirect koelcircuit wordt toegepast, moet
het secundaire circuit worden gecontroleerd op de
aanwezigheid van koelmiddel.
-
Markeringen op de apparatuur moeten zichtbaar en
leesbaar blijven. Markeringen en aanduidingen die
onleesbaar zijn moeten worden gecorrigeerd.
-
Koelleidingen of onderdelen moeten op een plaats
worden geïnstalleerd waar het onwaarschijnlijk
is dat deze worden blootgesteld aan stoff en die
onderdelen die koelmiddel bevatten corroderen,
tenzij die onderdelen zijn gemaakt van materialen die
corrosiebestendig zijn of goed worden beschermd
tegen corrosie.