Operating instructions
NEDERLANDS
8
RQT5139
Zie bladzijde ˙ in de andere bedieningshandleiding
voor een afbeelding van de onderstaande beschrijving.
Tape Programma Sensor (TPS)
TPS spoort het begin van een muziekstuk op en zet dan de
weergave voort vanaf dat punt.
Tijdens weergave
Druk op [ D REW–TUNE/9] (achter-
waarts) of [ d TUNE/9–FF] (voor-
waarts).
Bij elke druk op de toets vermeerdert het aantal
muziekstukken dat zal worden overgeslagen (maximaal 9).
a Aantal muziekstukken dat zal worden overgeslagen
b Huidig muziekstuk
c Aantal keer dat de toets wordt ingedrukt
d Weergave vanaf dit punt
In de volgende gevallen zal TPS mogelijk niet juist werken:
• Indien het interval tussen twee muziekstukken korter is
dan 4 seconden.
• Indien er ruis is opgenomen tussen de muziekstukken.
• Indien er middenin de muziekstukken stille passages
voorkomen.
TPS stopt indien u op het andere deck begint met
weergeven, terugspoelen of snel vooruitspoelen.
Omschakelen van de decks
Druk op [DECK 1/2].
Het nu gekozen deck wordt op het display aangegeven.
e Nu gekozen deck
• Het apparaat kiest automatisch het deck waarin een cas-
sette wordt geplaatst.
• De bediening op het nu gekozen deck stopt wanneer een
bediening op het andere deck wordt gestart.
Kiezen van de bandomkeerfunctie
Alleen met de afstandsbediening
Druk op [REV MODE].
Bij elke druk op deze toets:
→ A : Bovenkant en onderkant worden weergegeven en
daarna stopt de band.
↓
Å : Doorlopende weergave totdat [ s ] wordt ingedrukt.
↓
a : Slechts één kant wordt weergegeven.
Om twee banden achtereenvolgens weer te geven
1 Druk op [REV MODE] zodat “ Å ” op het display
verschijnt.
2 Druk op [ t ] om de weergave te starten.
De weergave wordt voortgezet totdat [ s ] wordt ingedrukt.
U kunt ook [DECK 1/2] indrukken om de band die u het
eerst wilt weergeven te kiezen.
Cassettebanden
Zie bladzijde ƒ in de andere bedieningshandleiding
voor een afbeelding van de onderstaande beschrijving.
Voor het weergeven van banden kunt u zowel deck 1
als deck 2 gebruiken. In dit voorbeeld wordt deck 1
gebruikt.
Voorbereiding: (bij gebruik op batterijen) Druk op [ w ].
Druk op [ s TAPE/CD] om de TAPE functie
te kiezen.
(Bij gebruik op netstroom wordt het apparaat
ingeschakeld.)
a Verschijnt op het display wanneer er geen
cassetteband is geplaatst.
Druk op [ o DECK 1] om het deksel te
openen en plaats een cassette erin.
De weergave begint vanaf de kant die naar boven is
gekeerd.
b Blootgestelde band
c Schuif de cassette in de geleiders.
Sluit het deksel met de hand.
(Wanneer het deksel wordt gesloten, verandert de
weergaverichting automatisch naar “ c ”.)
Druk op [ t 3 ] om de weergave te
starten.
d Gekozen deck
e Bandteller
f Weergaverichting
c: Naar boven gekeerde kant wordt weergegeven.
C: Naar onder gekeerde kant wordt weergegeven.
Druk op [–,+ VOLUME] om het volume in
te stellen.
Om de weergave te stoppen
Druk op [ s TAPE/CD].
Eén-toets weergave (Bij gebruik op netstroom)
Druk op [ t 3 ] terwijl er een cassette is geplaatst.
Het apparaat wordt dan automatisch ingeschakeld en de
weergave begint.
Om de weergaverichting te veranderen
Druk tijdens weergave op [ t 3 ].
Bij elke druk op deze toets:
c Z C
Snel vooruitspoelen en terugspoelen
In de stopstand
Druk op [ D REW–TUNE/9] (terugspoelen) of
[ d TUNE/9–FF] (vooruitspoelen).
Bruikbare cassettebanden en
voorzorgsmaatregelen
Dit apparaat kan normal, high en metal position banden
weergeven. Het deck herkent de bandsoort automatisch.
• Banden die langer zijn dan 100 minuten, zijn dun en
kunnen makkelijk breken of vastlopen in het mechanisme.
• Loshangende band kan in het mechanisme vastlopen. Trek
de band zonodig strak alvorens deze weer te geven.
• Eindeloze banden kunnen in de bewegende onderdelen
van het deck vastlopen indien zij niet juist worden gebruikt.
Gebruik banden die geschikt zijn voor het automatische
bandomkeermechanisme van dit apparaat.










