Gebruiksaanwijzing voor geavanceerde kenmerken Digitale Camera Model Nr. DMC-FT2 Gelieve deze gebruiksaanwijzing volledig door te lezen alvorens dit apparaat in gebruik te nemen.
Inhoud Voor Gebruik Beknopte gebruiksaanwijzingen................5 (Belangrijk) Over de waterbestendige/ stofbestendige en antischokprestatie van het toestel...........................................7 Onderhoud en waterbestendigheid ...........8 • Het gebruik van het toestel onder water .................................................11 • Oorzaken van het binnendringen van water ..........................................11 • Zorg voor het toestel na het gebruik ervan onder water...........................
• [NACHTPORTRET] ..........................78 • [NACHTL. SCHAP] ...........................78 • [VOEDSEL] .......................................79 • [PARTY] ............................................79 • [KAARSLICHT] .................................79 • [BABY1]/[BABY2] ..............................80 • [HUISDIER] .......................................81 • [ZONSONDERG.] .............................81 • [H. GEVOELIGH.] .............................81 • [HI-SPEED BURST] ..........................
Aansluiten op andere apparatuur Beelden terugspelen op een TV-scherm.............................................153 • Opnamen terugspelen met de AV-kabel (bijgeleverd) ....................153 • Opnamen terugspelen op een TV met een slot voor een SD-geheugenkaart..........................154 • Afspelen op de TV met de HDMI-aansluiting ............................154 Opslaan van de opgenomen stilstaande beelden en bewegende beelden..............................160 • Kopieer het afspeelbeeld m.b.v.
Voor Gebruik Het is absoluut noodzakelijk om “(Belangrijk) Over de waterbestendige/stofbestendige en antischokprestatie van het toestel” (P7) en “Onderhoud en waterbestendigheid” (P8) te lezen voordat u dit toestel onder water gebruikt, om verkeerd gebruik te voorkomen waardoor water het toestel kan binnendringen. Voor Gebruik Beknopte gebruiksaanwijzingen Dit is een beknopt overzicht van hoe u opnamen opneemt en terugspeelt met het toestel.
Voor Gebruik Zet het toestel aan om opnamen te maken. 1 Druk de ontspanknop in om opnamen te maken. (P45) Speel de opnamen terug af. 1 Druk op [(]. 2 Kies de opname die u wil bekijken.
Voor Gebruik Voor Gebruik (Belangrijk) Over de waterbestendige/stofbestendige en antischokprestatie van het toestel • Tref de volgende voorzorgsmaatregelen en vermijd het dit toestel te gebruiken in situaties waarin het aan een hoge waterdruk blootgesteld wordt. De waterdicht/stofvrij klassering van dit toestel komt overeen met de klassen “IPX8” en “IP6X”.
Voor Gebruik Voor Gebruik Onderhoud en waterbestendigheid ∫ Om te voorkomen dat water in het toestel terechtkomt, moeten de volgende punten vóór het gebruik in acht genomen worden. ∫ Controleer of er genoeg resterende batterijstroom of geheugen op de kaart overblijft. ∫ Open of sluit het kaart-/batterijdeksel, of het deksel van de aansluitpunten, niet op plaatsen met zand en stof, nabij water of met natte handen. ∫ Bij aankoop staat de [LOCK] schakelaar op de vergrendelde stand.
Voor Gebruik Als er een vreemd deeltje op zit, verwijder dit dan met het bijgesloten borsteltje. I: Borsteltje (bijgeleverd) • Als onbekende deeltjes zoals pluisjes, haar, zand, enz. op de omringende zone zitten, kan binnen enkele seconden water naar binnen sijpelen en storingen veroorzaken.
Voor Gebruik 1:Sluit het kaart-/batterijdeksel, en het deksel van de aansluitpunten met ontgrendelde [LOCK] schakelaar door op de deksels te drukken tot u de klik hoort. • Om te voorkomen dat water het toestel binnendringt, dient u ervoor te zorgen dat onbekende deeltjes, als vloeistof, zand, haar of stof, enz., niet in het toestel terechtkomen. • Als het deksel gesloten wordt terwijl de [LOCK] schakelaar vergrendeld is, kan schade of lekkage veroorzaakt worden.
Voor Gebruik Het gebruik van het toestel onder water • Gebruik het toestel onderwater tot 10 m diepte, watertemperatuur van 0 oC tot 40 oC, en niet langer dan 60 minuten achter elkaar. • Als er water of vuil op het toestel zit, gebruikt het dan pas nadat u het afgeveegd heeft met een droge zachte doek en nadat het toestel opgedroogd is in een goed geventileerde ruimte. • Open de kaart/batterijklep of de uiteindebescherming niet. • Geen stoten bezorgen aan het toestel onder water.
Voor Gebruik Zorg voor het toestel na het gebruik ervan onder water 1 2 3 4 Met gesloten kaart-/batterijdeksel en deksel van de aansluitpunten: het toestel spoelen met water of, indien het in zeewater gebruikt werd, het toestel gedurende 10 minuten of korter in een ondiepe bak met vers water dompelen. • Als het siliconen hoesje op het toestel aangebracht was, spoel het toestel dan pas nadat het hoesje verwijderd is.
Voor Gebruik ∫ Dit toestel heeft een ontwerp dat voor de waterafvoer bestemd is Dit toestel heeft een ontwerp dat voor de waterafvoer bestemd is en het water wordt afgevoerd in openingen in de [OFF/ON]-toets en de zoomhendel, enz., van het toestel. Als gevolg hiervan kunnen bellen naar buiten komen wanneer u het toestel in water dompelt maar dit wijst niet op een storing.
Voor Gebruik Standaard accessoires Controleer of alle accessoires aanwezig zijn voordat u het toestel gebruikt. • De bijgeleverde accessoires zijn niet waterdicht (met uitzondering van de handriem/het siliconen hoesje). • Hou het borsteltje buiten het bereik van kinderen om inslikken ervan te voorkomen. • De lader wordt in het siliconen hoesje bewaard. • De accessoires en de vorm ervan kunnen verschillen, afhankelijk van het land of het gebied waar u de camera hebt gekocht.
Voor Gebruik Namen van de onderdelen 1 2 3 Flits (P62) Zelfontspannerlampje (P69)/ AF-assistentielamp (P121)/ LED-lamp (P123) Lens (P177, 178) 4 5 6 7 8 9 10 LCD-monitor (P60, 172) Bewegend beeldknop (P42) [MENU/SET] knop (P29) [DISPLAY] knop (P60) [Q.
Voor Gebruik 12 Speaker (P134) 13 Microfoon (P89, 120) 14 Zoomhendeltje (P52) 12 13 14 bijv.: Gebruikobject (Tele) om het object dichterbij te laten lijken Leg uw vinger op de zoomhendel en druk op de [T] 15 16 15 Toestel [OFF/ON]-knop (P29) 16 Sluiterknop (P45) 17 Lusje voor handdraagriem (P17) • Zorg ervoor de handriem te bevestigen wanneer u het toestel gebruikt om ervoor te zorgen dat u deze niet zal laten vallen.
Voorbereiding Voorbereiding Bevestigen van de handriem Steek de handriem in het handlusje voor de draagriem op het toestel. • Als de handriem te los is, kan deze blijven haken als het deksel van de aansluitpunten geopend of gesloten wordt. Aangezien zo schade of lekkage kan ontstaan, dient u te controleren of het koord stevig vastgemaakt is en niet aan het deksel van de aansluitpunten kan blijven haken. Steek uw hand erdoor volgens de richting van de pijl en stel vervolgens de lengte goed af.
Voorbereiding Voorbereiding Bevestigen van het siliconen hoesje Er wordt geadviseerd om het siliconen hoesje aan te brengen om de onopzettelijke opening van het kaart-/batterijdeksel of van het deksel van de aansluitpunten te voorkomen als het toestel in de bergen of nabij water gebruikt wordt. • Controleer of het toestel uit staat. • Breng het hoesje aan op een plaats waar geen zand of stof aanwezig is. Breng het siliconen hoesje stevig op het toestel aan.
Voorbereiding Voorbereiding Opladen van de Batterij ∫ Over batterijen die u kunt gebruiken met dit apparaat Het is opgemerkt dat er nep batterijpakketten die zeer op het echte product lijken in omloop gebracht worden op bepaalde markten. Niet alle batterijpakketten van dit soort zijn op gepaste wijze beschermd met interne bescherming om te voldoen aan de eisen van geschikte veiligheidstandaards. Er is een mogelijkheid dat deze batterijpakketten tot brand of explosie kunnen leiden.
Voorbereiding plug-in-type Steek de stekker van de oplader in het stopcontact. • Sluit de lader af van het stopcontact en verwijder de batterij als het laden geheel klaar is. • De AC-kabel gaat niet helemaal in de AC-aansluiting. Er blijft een stukje over zoals op de afbeelding. 90 inlaattype ∫ Over het [CHARGE] lampje Het [CHARGE] lampje wordt ingeschakeld: Het [CHARGE] lampje A is ingeschakeld en het laden gaat van start.
Voorbereiding ∫ Oplaadtijd Oplaadtijd Ongeveer 130 min • De aangegeven oplaadtijd is voor wanneer de batterij geheel leeg is geraakt. De oplaadtijd kan variëren afhankelijk van hoe de batterij gebruikt is. De oplaadtijd voor de batterij in hete/koude omgevingen of een batterij die lange tijd niet gebruikt is zou langer kunnen zijn dan anders. Oplaadtijd en aantal mogelijke beelden met het optionele batterijpakket zijn dezelfde als hierboven.
Voorbereiding Uitvoertijd en aantal te maken beelden bij benadering ∫ Stilstaande beelden opnemen Aantal beelden Ongeveer 360 opnamen opnametijd Ongeveer 180 min Volgens CIPA-standaard in normale beeldfunctie Opnamevoorwaarden volgens CIPA-standaard • CIPA is een afkorting van [Camera & Imaging Products Association]. • Temperatuur: 23 oC/Vochtigheid: 50% wanneer de LCD-monitor aan staat. • Met een Panasonic SD-geheugenkaart (32 MB). • De geleverde batterij gebruiken.
Voorbereiding ∫ Terugspelen Terugspeeltijd Ongeveer 300 min Aantekening • De uitvoertijden en aantal te maken beelden zullen verschillen afhankelijk van de omgeving en de gebruiksaanwijzing. In de volgende gevallen worden de gebruikstijden bijvoorbeeld korter en wordt het aantal te maken beelden verminderd. – Koude klimaten of bij lage temperaturen¢ – Wanneer u [AUTO POWER LCD] of [SPANNING LCD] (P36) gebruikt. – Wanneer operaties zoals flits en zoom herhaaldelijk gebruikt worden.
Voorbereiding Een kaart (optioneel) of batterij in het toestel doen • Controleer of het toestel uit staat. • Ga na dat er geen vreemde deeltjes zijn. (P8) • We raden een kaart van Panasonic aan. 1:Verschuif de [LOCK] schakelaar B en ontgrendel de sluiting. 2:Verschuif de vrijgavehendel A en open het kaart-/batterijdeksel. • Altijd echte Panasonic batterijen gebruiken. • Als u andere batterijen gebruikt, garanderen wij de kwaliteit van dit product niet.
Voorbereiding Aantekening • Haal de batterij uit het toestel na gebruik. De batterij opslaan in de batterijhouder (bijgeleverd). • De batterij niet verwijderen zolang de LCD-monitor nog aan is aangezien de instellingen op het toestel niet goed opgeslagen zouden kunnen worden. • De geleverde batterij is alleen bedoeld voor dit toestel. Gebruik de batterij niet voor andere apparatuur. • Een volle batterij raakt leeg als u deze lang niet gebruikt.
Voorbereiding ∫ De AC-adapter en een meervoudige conversieadapter i.p.v. de batterij verbinden De netadapter (optioneel) kan alleen gebruikt worden met de aangeduide Panasonic multi-conversieadapter (optioneel). De netadapter (optioneel) kan niet autonoom gebruikt worden. Lees ook de instructies voor het gebruik van de multi-conversieadapter (optioneel) inzake de aansluiting. 1 2 3 4 Verschuif de [LOCK] schakelaar en ontgrendel de sluiting. Verschuif de vrijgavehendel.
Voorbereiding Over het ingebouwde geheugen/de kaart De volgende operaties kunnen uitgevoerd worden m.b.v. dit apparaat. • Wanneer er geen kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen worden in het ingebouwde geheugen en teruggespeeld worden. • Wanneer er wel een kaart inzit: Kunnen beelden opgenomen worden op de kaart en teruggespeeld worden. • Clipboardbeelden (P124) worden opgeslagen op het ingebouwde geheugen zelfs als de kaart erin zit.
Voorbereiding Kaart De volgende kaarten die overeenstemmen met de SD-videostandaard kunnen gebruikt worden met dit toestel. (Deze kaarten worden aangeduid als kaart in de tekst.) Type kaart dat gebruikt kan worden met dit toestel SD-geheugenkaart (8 MB tot 2 GB) SDHC-geheugenkaart (4 GB tot 32 GB) SDXC-geheugenkaart (48 GB tot 64 GB) Opmerkingen • SDHC-geheugenkaarten en SDXC-geheugenkaarten kunnen alleen gebruikt worden in apparatuur die compatibel is met the respectievelijke formaten ervan.
Voorbereiding De datum en de tijd instellen (Klokinstelling) • De klok is niet ingesteld wanneer het toestel vervoerd wordt. Druk op de [OFF/ON] knop. A [MENU/SET] knop B Cursorknoppen • Als het taalselectiescherm niet wordt afgebeeld, overgaan op stap 4. Op [MENU/SET] drukken. Druk op 3/4 om de taal te selecteren en druk op [MENU/SET]. • [VOORZORGSMAATR.] wordt weergegeven. Controleer of dit zo is zodat de waterbestendige werking gehandhaafd blijft.
Voorbereiding Op 2/1 drukken om de items (jaar, maand, dag, uur, minuut, displayvolgorde afbeelden of formaat tijddisplay) te selecteren en dan op 3/4 drukken om in te stellen. : : A: De tijd in uw woongebied B: De tijd in uw reisbestemmingsgebied (P104) ‚: Annuleren zonder de klok in te stellen. • Selecteer ofwel [24 UURS] of [AM/PM] voor het formaat van de tijddisplay. • AM/PM wordt afgebeeld wanneer [AM/PM] geselecteerd is.
Voorbereiding Menu instellen Het toestel wordt geleverd met menu’s die u de mogelijkheid bieden instellingen te maken voor het maken van beelden en deze terug te spelen precies zoals u wilt en menu’s die u de mogelijkheid bieden meer plezier te hebben met het toestel en deze met groter gemak te gebruiken. In het bijzonder, bevat het [SET-UP] menu belangrijke instellingen met betrekking tot de klok en de stroom van het toestel.
Voorbereiding Menuonderdelen instellen Deze sectie beschrijft hoe de instellingen van de normale beeldfunctie te selecteren en dezelfde instelling vervolgens gebruikt kan worden voor het [AFSPELEN] menu en het [SET-UP] menu. Voorbeeld: Instelling [AF MODE] vanaf [Ø] naar [š] in de normale beeldfunctie Druk op de [OFF/ON] knop. A [(] knop B [MENU/SET] knop C Instelknop Stel de functieknop in op [·]. • Om het terugspeelmenu in te stellen, overgaan tot stap 3 door de [(] in te drukken.
Voorbereiding Op [MENU/SET] drukken om in te stellen. Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten. Naar andere menu's schakelen bijv.: Schakel naar het [SET-UP] menu 1 Druk op [MENU/SET] om het menu af te beelden. 2 Op 2 drukken. 3 Druk op 4 om het [SET-UP] menupictogram [ ] te kiezen. 4 Op 1 drukken. • Kies een menuonderdeel en stel het in.
Voorbereiding Gebruik van het snelle menu M.b.v. het snelle menu, kunnen sommige menu-instellingen gemakkelijk gevonden worden. • Sommige menu-items kunnen niet ingesteld worden door de functies. Druk op [Q.MENU] en houd dit ingedrukt tijdens het opnemen. Druk op 3/4/2/1 om het menuonderdeel te kiezen en de instelling en druk dan op [MENU/SET] om het menu te sluiten. A De in te stellen items en de instellingen worden afgebeeld.
Voorbereiding Voer deze instellingen uit indien nodig. Over het set-up Menu [KLOKINST.], [BESPARING] en [AUTO REVIEW] zijn belangrijke items. Controleer de instellingen ervan voordat u ze gebruikt. • In de Intelligente automatische functie, kunnen alleen [KLOKINST.], [WERELDTIJD], [TOON], [TAAL] en [O.I.S. DEMO] (P41) ingesteld worden. Voor details over hoe de [SET-UP] menu-instellingen geselecteerd moeten worden, P32 raadplegen. Om de waterbestendige werking te handhaven, laat u de [VOORZORGSMAATR.
Voorbereiding Hiermee stelt u de pieptoon en sluitertoon in. r [TOON] r [TOONNIVEAU]: [s] (Geluid uit) [t] (Laag) [u] (Hoge) [ [ [ [PIEPTOON]: ]/[ 2 ]/[ 3 ] [ [ u [VOLUME] 1 [SHUTTER VOL.]: ] (Geluid uit) ] (Laag) ] (Hoge) 1 [SHUTTER TOON]: ]/[ 2 ]/[ 3 ] Stel het volume af van de luidspreker op één van de 7 niveaus. • Als u de camera aansluit op een TV wijzigt dit het volume van de TV-speakers niet.
Voorbereiding [RICHTLIJNEN] Stel het patroon in van de richtlijnen die afgebeeld worden wanneer u beelden maakt. U kunt ook instellen of u de beeldinformatie wel of niet afgebeeld wilt hebben wanneer de richtlijnen afgebeeld worden. (P60) [OPNAME INFO.]: [OFF]/[ON] • De [PATROON] instelling is vastgesteld op [ clipboardfunctie. [HISTOGRAM] [PATROON]: [ ]/[ ] ]in de intelligente automatische functie en het Dit biedt u de mogelijkheid om het histogram wel of niet af te beelden.
Voorbereiding Stel in hoeveel tijd na de opname het beeld op het scherm verschijnt. o [AUTO REVIEW] [OFF] [1SEC.] [2SEC.] [HOLD]: De beelden worden afgebeeld totdat erop een willekeurige knop gedrukt wordt.
Voorbereiding Het USB-communicatiesysteem kiezen voordat of nadat u het toestel op uw PC of printer aansluit met de USB-kabel (bijgeleverd). x [USB MODE] y [SELECT. VERBINDING]: [PC] of [PictBridge(PTP)] kiezen als u het toestel op een PC of een printer hebt aangesloten die PictBridge verwerkt. { [PictBridge(PTP)]: Instellen na of voor het aansluiten op een printer die PictBridge verwerkt. z [PC]: Instellen na of voor het aansluiten op een PC.
Voorbereiding Het formaat instellen voor de HDMI-output wanneer u afspeelt op de HDMI-compatibele hoge definitie-TV die aangesloten is op dit apparaat m.b.v. de HDMI-minikabel (optioneel). [AUTO]: De outputresolutie wordt automatisch ingesteld op basis van de informatie die wordt verkregen van de aangesloten TV. [1080i]: [HDMI-FUNCTIE] Voor de output wordt gebruikgemaakt van de interlacemethode met 1080 beschikbare scanlijnen.
Voorbereiding Stel het scherm in dat afgebeeld wordt wanneer de functieknop ingesteld is op . } [SCÈNEMENU] [OFF]: Het opnamevenster voor de op dit ogenblik geselecteerde scènefunctie verschijnt. [AUTO]: De menupagina [SCÈNE MODE] verschijnt. [VERSIE DISP.] Het is mogelijk te controleren welke versie van bedrijfswaren op het toestel zit. [FORMATEREN] Het ingebouwde geheugen of de kaart wordt geformatteerd.
Voorbereiding Functieschakeling Selecteren van de [OPNAME]-functie en opnemen van stilstaand beeld of bewegend beeld Druk op de [OFF/ON] knop. A B C D Bewegend beeldknop Instelknop Ontspanknop [(] knop De functie schakelen door de functieknop te draaien. Lijn een gewenste functie uit met deel E. • Draai de instelknop langzaam maar zeker op elke functie.
Voorbereiding ∫ Lijst van [OPNAME] functies ¦ Intelligente automatische functie (P45) De onderwerpen worden opgenomen met behulp van instellingen die automatisch gebruikt worden door het toestel. ! Normale opnamefunctie (P49) De onderwerpen worden opgenomen m.b.v. uw eigen instellingen. Sport (P72) Gebruik deze functie om opnamen te maken van sportevenementen, etc. ¢ Het zal een normale bewegend beeldopname zijn tijdens de bewegend beeldopname.
Voorbereiding Maak de stilstaande beelden na het instellen van de functieknop De ontspanknop tot de helft indrukken om scherp te stellen. Druk de ontspanknop helemaal in (verder indrukken), en maak het beeld. ∫ Voor meer details, de uitleg raadplegen van elke opnamefunctie. Maak het bewegende beeldT na het instellen van de functieknop Druk de bewegend beeldknop in om de opname te beginnen. Druk de bewegend beeldknop opnieuw in om de opname te stoppen.
Basiskennis [OPNAME] functie: ñ Basiskennis Beelden maken m.b.v. de automatische functie (Intelligente Automatische Functie) Alle instellingen van de camera worden aangepast aan het onderwerp en de opnamecondities. Wij raden deze manier van opnemen dus aan voor beginners of als u de instellingen wenst over te laten aan de camera om gemakkelijker opnamen te maken. • De volgende functies worden automatisch geactiveerd. – Scènedetectie/[STABILISATIE]/[SLIMME ISO]/Gezichtsdetectie/[QUICK AF]/ [I.
Basiskennis Scènedetectie Wanneer het toestel de optimale scène identificeert, wordt de icoon van de scène in kwestie in het blauw gedurende 2 seconden afgebeeld, waarna die terugkeert naar zijn gewoonlijke rode kleur. ¦ > [i-PORTRET] [i-LANDSCHAP] [i-MACRO] [i-NACHTPORTRET] • Alleen wanneer [ ] geselecteerd is [i-NACHTL. SCHAP] [i-ZONSONDERG.] [i-BABY]¢ • [¦] is ingesteld als geen van de scènes van toepassing zijn en de standaardinstellingen ingesteld zijn.
Basiskennis AF-opsporingsfunctie Het is mogelijk om de focus in te stellen op het gespecificeerde onderwerp. De focus zal het onderwerp automatisch blijven volgen zelfs wanneer deze beweegt. 1 Op 3 drukken. • [ ] wordt afgebeeld links bovenaan het scherm. • AF-opsporingsframe wordt afgebeeld in het midden van het scherm. • Druk weer op 3 om te annuleren. 2 Breng het onderwerp naar de AF-opsporingsframe en druk op 4 om het onderwerp te vergrendelen. • AF-opsporingsframe zal geel worden.
Basiskennis Instellingen in intelligente automatische functie • Alleen de volgende functies kunnen ingesteld worden in deze functie. [OPNAME] functiemenu – [FOTO RES.]¢1 (P106)/[BURSTFUNCTIE] (P117)/[KLEURFUNCTIE]¢1 (P119)/ [GEZICHT HERK.] (P95) ¢1 De instellingen die geselecteerd kunnen worden kunnen geselecteerd worden verschillen van wanneer er andere [OPNAME] functies gebruikt worden. [BEWEGEND BEELD] functiemenu – [OPNAMEFUNCTIE] (P92)/[OPN.
Basiskennis [OPNAME] functie: · Het maken van beelden met uw favoriete instellingen (Normale beeldfunctie) Het toestel stelt automatisch de sluitertijd en de lensopening in volgens de helderheid van het object. U kunt beelden maken in grote vrijheid door verschillende instellingen in [OPNAME] menu te veranderen. Stel de functieknop in op [·]. A Instelknop • Om de instelling te veranderen wanneer u beelden maakt, naar “Het functiemenu [OPNAME] gebruiken” (P106) verwijzen.
Basiskennis Het focussen Richt de AF-zone op het onderwerp en druk vervolgens de ontspanknop tot de helft in.
Basiskennis Golfstoring (camerabeweging) Wanneer de beeldbibber alert [ zelfontspanner (P69) gebruiken. ] verschijnt, [STABILISATIE] (P120), een statief of de • De sluitertijd zal vooral in de volgende gevallen langzamer zijn. Houdt het toestel stil vanaf het moment dat u de ontspanknop indrukt totdat het beeld op het scherm verschijnt. We raden in dit geval het gebruik van een statief aan. – Langzame synchr/Reductie rode-ogeneffect – In [PANORAMA ASSIST], [NACHTPORTRET], [NACHTL.
Basiskennis [OPNAME] functie: ñ· ¿¨ Beelden maken met de zoom M.b.v. de Optische Zoom/M.b.v. de Extra Optische Zoom (EZ)/M.b.v. de Intelligente Zoom/M.b.v. de Digitale Zoom U kunt inzoomen om personen en voorwerpen dichter bij te doen lijken of uitzoomen om landschappen in brede hoek op te nemen. Om voorwerpen nog dichter (maximum van 9,8k) bij te doen lijken, de beeldgrootte niet instellen op de hoogste instelling voor elke aspectratio (X/Y/W).
Basiskennis ∫ Zoomtypes Eigenschap Maximum vergroting Beeldkwaliteit Optische zoom Extra optische zoom (EZ) 4,6k 9,8k¢ Geen verslechtering Condities Geen verslechtering [FOTO RES.] met (P106) is geselecteerd. Geen Schermdisplay W T W A [ Eigenschap Maximum vergroting Intelligente Zoom 6k (inclusief optische zoom 4,6k) 12,7k (inclusief extra optische zoom 9,8k) Beeldkwaliteit Geen merkbare achteruitgang Condities [I.RESOLUTIE] (P118) op het [OPNAME] menu is ingesteld op [i.ZOOM].
Basiskennis ∫ Het mechanisme van de extra optische zoom Wanneer u de beeldresolutie instelt op [ ] (3 miljoen pixels), wordt de 14M (14,1 miljoen pixels) CCD-zone geconcentreerd in het midden van de 3M (3 miljoen pixels)-zone om een beeld te maken met een hoger zoomeffect. Aantekening • De digitale zoom kan niet ingesteld worden wanneer õ of ¨ geselecteerd is. • De aangegeven zoomuitvergroting is correct bij benadering. • “EZ” is een afkorting van “Extra optical Zoom”.
Basiskennis [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden terugspelen ([NORMAAL AFSP.]) Druk op [(]. A [(]-knop • Wanneer de functieknop ingesteld is op [¨], zal het clipboard afgebeeld worden. Raadpleeg “Clipboardbeelden bekijken” (P126) voor informatie over het afspelen van het clipboard. • Het gewoon afspelen wordt automatisch weergegeven als de stroom wordt ingeschakeld door op de knop [(] te drukken en deze ingedrukt te houden. Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen.
Basiskennis Meervoudige schermen afbeelden (Meervoudig terugspelen) Druk op de [W] van de zoomhendel. 1 scherm>12 schermen>30 schermen>Schermdisplay (P137) A Het aantal gekozen beelden en het totaal opgenomen beelden • Druk op de [T] van de zoomhendel om terug te keren naar het vorige scherm. • Beelden worden niet gedraaid voor de display. • Beelden die afgebeeld worden m.b.v. [ ] kunnen niet afgespeeld worden. ∫ Om terug te keren naar normaal terugspelen 1 Op 3/4/2/1 drukken om een beeld te kiezen.
Basiskennis De terugspeelzoom gebruiken Druk op de [T] van de zoomhendel. 1k>2k>4k>8k>16k • Wanneer u op de [W] van de zoomhendel drukt, nadat het beeld vergroot is, zal de vergroting kleiner worden. • Wanneer u de vergroting verandert, verschijnt de aanduiding van de zoompositie A gedurende ongeveer 1 seconde en kan de positie van de vergrootte sectie verwijderd worden door op 3/4/2/1 te drukken. • Hoe meer het beeld vergroot wordt, hoe slechter de kwaliteit ervan wordt.
Basiskennis [AFSPELEN] functie: ¸ Beelden wissen Is het beeld eenmaal gewist dan kan hij niet meer teruggehaald worden. • Beelden op het ingebouwde geheugen of de kaart, die afgespeeld worden zullen gewist worden. Om een enkele opname uit te wissen Selecteer het te wissen beeld en druk dan op [‚]. A [DISPLAY] knop B [‚] knop Op 2 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Basiskennis Om meerdere beelden (tot 50) te wissen of alle beelden te wissen Op [‚] drukken. Op 3/4 drukken om [MULTI WISSEN] of [ALLES WISSEN] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • [ALLES WISSEN] > stap 5. Op 3/4/2/1 drukken om het beeld te kiezen en vervolgens op [DISPLAY] drukken. (Herhaal deze stap.) • [ ] verschijnt op de gekozen opnamen. Als u opnieuw op [DISPLAY] drukt, wordt de instelling gewist. Op [MENU/SET] drukken. Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Geavanceerd (Opnamebeelden) Over de LCD-monitor Druk op [DISPLAY] om te wijzigen. A LCD-monitor B [DISPLAY] knop • Wanneer het menuscherm verschijnt, wordt de [DISPLAY] knop niet geactiveerd. Tijdens de terugspeelzoomfunctie (P57), als u bewegende beelden terugspoelt (P134) en tijdens een diavoorstelling (P129), kunt u alleen kiezen tussen “Normale weergave G” of “Geen weergave I”.
Geavanceerd (Opnamebeelden) ∫ Opnamerichtlijn Wanneer u het object uitlijnt op de horizontale en verticale richtlijnen of het kruispunt van deze lijnen, kunt u opnamen maken met goed ontworpen compositie door de grootte, de helling en de balans van het object te bekijken. A [ ]: Dit wordt gebruikt wanneer het hele scherm verdeeld wordt in 3k3 voor het maken van beelden met een goed gebalanceerde samenstelling. B [ ]: Dit wordt gebruikt wanneer u het onderwerp precies in het midden wilt positioneren.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] functie: ñ· ¿¨ Beelden maken met de ingebouwde flits A Fotoflits Deze niet met uw vinger of andere voorwerpen bedekken. Naar de geschikte flitsinstelling schakelen De flits instellen voor opnamen. Op 1 [‰] drukken. Druk op 3/4 om de functie te kiezen. • U kunt ook op 1 [‰] drukken om te selecteren. • Voor informatie over flitsinstellingen die gekozen kunnen worden, “Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties” raadplegen. (P64) Op [MENU/SET] drukken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Onderdeel ‡: AUTO ˆ: AUTO/Rodeogenreductie¢ ‰: Vast ingesteld op AAN Š: Vast ingesteld op AAN/Rodeogenreductie¢ ‹: Langzame synchr./ Rodeogenreductie¢ Œ: Vast ingesteld op UIT Beschrijving van instellingen De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de opnamecondities. De flits wordt automatisch geactiveerd wanneer dit nodig is voor de opnamecondities.
Geavanceerd (Opnamebeelden) ∫ Beschikbare flitsinstellingen voor de opnamefuncties De beschikbare flitsinstellingen zijn afhankelijk van de opnamefuncties. (±: Beschikbaar, —: Niet beschikbaar, ¥: Scènefunctie begininstelling) ñ · * + 0 , .
Geavanceerd (Opnamebeelden) ∫ Het beschikbare flitsbereik om opnamen te maken • Het beschikbare flitsbereik is een benadering. ISO-gevoeligheid Beschikbaar flitsbereik Breed Tele AUTO 30 cm tot 5,1 m 30 cm tot 2,8 m ISO80 30 cm tot 1,4 m 30 cm tot 80 cm ISO100 30 cm tot 1,6 m 30 cm tot 90 cm ISO200 40 cm tot 2,3 m 40 cm tot 1,2 m ISO400 60 cm tot 3,2 m 60 cm tot 1,8 m ISO800 80 cm tot 4,6 m 60 cm tot 2,5 m ISO1600 1,15 m tot 6,5 m 90 cm tot 3,6 m • In [H. GEVOELIGH.
Geavanceerd (Opnamebeelden) ∫ Sluitertijd voor elke flitsfunctie Flitsinstelling Sluitertijd (Sec.) Flitsinstelling ‡ ˆ ‹ 1/30 tot 1/1300¢1 ‰ Š Œ Sluitertijd (Sec.) 1 tot 1/1300¢1 1 of 1/4 tot 1/1300¢2 ¢1 Dit kan variëren afhankelijk van de [KORTE SLUITERT.] instelling (P116). ¢2 Wanneer [KORTE SLUITERT.] ingesteld is op [AUTO]. (P116) • ¢2: De sluitertijd wordt een maximum van 1 seconde in de volgende gevallen. – Als de optische-beeldstabilisator vast is ingesteld op [OFF].
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] functie: · Close-up’s maken Op 4 [#] drukken. Druk op 3/4 om de functie te kiezen. Op [MENU/SET] drukken. • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten. • Het menuscherm verschijnt na ongeveer 5 seconden. Nu wordt het geselecteerde item automatisch ingesteld. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop helemaal in om de opname te maken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [MACRO ZOOM] U kunt een beeld maken met de digitale zoom tot 3k terwijl u de afstand tot het onderwerp voor de extreme Breed-positie behoudt [5 cm]. A Focusbereik • Focusbereik zal 5 cm tot ¶ bedragen tijdens macrozoomfunctie ongeacht de zoompositie. • Het zoombereik zal afgebeeld worden in blauw. (digitaal zoombereik B) • De beeldkwaliteit is slechter dan tijdens normale opname. • De macrozoomfunctie kan niet gebruikt worden wanneer [ ] in [AF MODE] ingesteld is.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] functie: ñ· ¿¨ Opnamen maken met de zelfontspanner Op 2 [ë] drukken. Druk op 3/4 om de functie te kiezen. • U kunt ook op 2 [ë] drukken om te selecteren. Op [MENU/SET] drukken. • U kunt ook de ontspanknop tot de helft indrukken om het menu te sluiten. • Het menuscherm verschijnt na ongeveer 5 seconden. Nu wordt het geselecteerde item automatisch ingesteld. Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen en druk de knop helemaal in om de opname te maken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] functie: · ¿¨ Belichtingscompensatie Gebruik deze functie wanneer u de geschikte belichting niet kunt verkrijgen wegens het verschil in helderheid tussen het object en de achtergrond. Zie de volgende voorbeelden. Onderbelicht Juiste belichting De belichting positief compenseren. Overbelicht De belichting negatief compenseren. Druk verschillende keren op 3 [È] totdat [BELICHTING] verschijnt en corrigeer de belichting met 2/1.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] functie: · ¿ Beelden maken met Auto Bracket In deze functie, worden 3 opnamen automatisch gemaakt in het gekozen bereik van de belichtingscompensatie telkens als de ontspanknop ingedrukt wordt. U kunt het beeld met de beste belichting kiezen uit de 3 opnamen met verschillende belichtingen.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] Functie: Maak buitenbeelden uitdrukkelijk Door de functieknop op [ ], [ ], of [ ] in te stellen, kunnen beelden effectiever gemaakt worden door met omstandigheden als sporten, sneeuw, strand & surf overeen te komen. Aantekening • De flitsinstelling wordt op de begininstelling terug gezet als deze functie omgeschakeld wordt nadat de instelling op [ ], [ ] of [ ] gezet is.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [STRAND & SURF] Deze functie is optimaal voor het maken van beelden tot 3 m onder water en op het strand. Witbalans, fijnafstelling U kunt de tinten aanpassen aan de waterdiepte en het weer. 1 Drie maal op 3 [È] drukken om [WB INSTELLEN] af te beelden. 2 Druk op 2/1 om de witbalans te regelen. 2 [ROOD]: 1 [BLAUW]: 3 Indrukken wanneer de tint blauwachtig is. Indrukken wanneer de tint roodachtig is. • Kies [0] als u de witbalans niet fijn wenst af te stellen.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] functie: ¿ Beelden maken die met de scène die opgenomen wordt overeenkomen (Scènefunctie) Als u een scènefunctie kiest om een opname te maken van een beeld in een bepaalde situatie zal de camera automatisch de optimale belichting instellen en aanpassen voor de gewenste opname. Stel de functieknop in op [¿]. Op 3/4/2/1 drukken om het gewenste scènemenu te kiezen. • U kunt vanuit ieder menuonderdeel tussen menuschermen schakelen door op de zoomhendel te drukken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [PORTRET] Wanneer u overdag beelden maakt van personen buiten, biedt deze functie de mogelijkheid deze personen er beter uit te laten zien en hun huid een gezonder uiterlijk te geven. ∫ Technieken voor portretten Deze functie doeltreffender maken: 1 Houd de zoomhendel zo ver mogelijk naar Tele geduwd. 2 Ga dicht bij het object staan om deze functie beter te laten werken. Aantekening • De startinstelling voor [AF MODE] is [š].
Geavanceerd (Opnamebeelden) [ZELFPORTRET] Kies dit om een opname van uzelf te maken. ∫ Zelfportrettechnieken • Druk de ontspanknop half in om scherp te stellen. De zelfontspanneraanduiding begint te branden als u scherp in beeld staat. Houd de camera stil en druk de ontspanknop helemaal in om de foto te maken. • Het object is niet scherpgesteld als de zelfontspanneraanduiding knippert. Druk de ontspanknop opnieuw half in om scherp te stellen.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [PANORAMA ASSIST] U kunt beelden maken met aansluitingen die geschikt zijn voor het creëren van panoramabeelden. ∫ Instellen van de opnamerichting 1 Druk op 3/4 om de opnamerichting te kiezen en druk dan op [MENU/SET]. • De horizontale/verticale richtlijn zal afgebeeld worden. 2 Maak de opname. • U kunt het beeld opnieuw maken door [NIEUW] te selecteren. 3 Op 3 drukken om [VOLG.] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [NACHTPORTRET] Hiermee kunt u opnamen maken van een persoon met een achtergrond die even helder is als in het echt. ∫ Technieken voor nachtportretten • De flits gebruiken. (U kunt instellen op [‹].) • Vraag het onderwerp niet te bewegen terwijl u een beeld maakt. • Het wordt aanbevolen om een foto te nemen op ongeveer 1,5 m afstand van het onderwerp, nadat de zoom volledig op W (wide) gezet is door op de zoomhendel op de [W] te drukken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [VOEDSEL] Met deze functie kunt u opnamen maken van bijvoorbeeld voedsel dat er natuurlijk uitziet zonder de hinderlijke invloed van omgevingslicht in restaurants enz. Aantekening • Het focusbereik is 5 cm (Breed)/30 cm (Tele) tot ¶. [PARTY] Kies deze functie als u opnamen wilt maken op een huwelijksreceptie, een feestje binnenshuis enz. U kunt er opnamen mee maken van mensen met een heldere achtergrond. ∫ Technieken voor opnamen van feesten • De flits gebruiken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [BABY1]/[BABY2] Met deze functie kunt u opnamen maken van een baby met een mooi huidkleurtje. Als u de flits gebruikt, is het licht van de flits zwakker dan anders. Voor [BABY1] en [BABY2] kunnen verschillende geboortedata en namen worden ingesteld. U kunt kiezen of u deze tijdens het terugspelen wilt laten afbeelden of op de gemaakte opname wilt laten afdrukken met [TEKST AFDR.] (P140).
Geavanceerd (Opnamebeelden) [HUISDIER] Kies dit als u opnamen wil maken van een huisdier zoals een hond of een kat. U kunt de geboortedatum en naam van uw huisdier instellen. U kunt kiezen of u deze tijdens het terugspelen wilt laten afbeelden of op de gemaakte opname wilt laten afdrukken met [TEKST AFDR.] (P140). Voor informatie over [LEEFTIJD] of [NAAM], [BABY1]/[BABY2] op P80 raadplegen. Aantekening • Het zal een normale bewegend beeldopname zijn tijdens de bewegend beeldopname.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [HI-SPEED BURST] Dit is een handige manier om snelle bewegingen of een beslissend ogenblik vast te leggen. ∫ Beeldresolutie en aspectratio 1 Druk op 3/4 om [SNELHEID VOORKEUR] of [BEELD VOORKEUR] te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen. 2 Op 3/4 drukken om de beeldresolutie en aspectratio te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken om in te stellen. 3 • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de beeldgrootte. Beelden maken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [FLITS-BURST] Stilstaande beelden worden continu gemaakt met flits. Dit is handig om continue stilstaande beelden te maken op donkere plekken. ∫ Beeldresolutie en aspectratio 1 Druk op 3/4 om de beeldgrootte en aspectgrootte te selecteren en druk dan op [MENU/SET] om in te stellen. 2 • 3M (4:3), 2,5M (3:2) of 2M (16:9) is geselecteerd als de beeldgrootte. Beelden maken. • Stilstaande beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop helemaal ingedrukt is.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [STERRENHEMEL] Met deze functie kunt u levendige opnamen maken van een sterrenhemel of een donker voorwerp. ∫ De sluitertijd instellen Kies een sluitertijd van [15 SEC.], [30 SEC.] of [60 SEC.]. 1 Druk op 3/4 om het aantal seconden te selecteren en druk dan op [MENU/SET]. 2 • Het is ook mogelijk om het aantal seconden te veranderen m.b.v. het snelle menu. (P34) Beelden maken. • Druk de ontspanknop helemaal in om het aftelscherm af te beelden.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [LUCHTFOTO] Met deze functie maakt u foto’s terwijl u in het vliegtuig zit. ∫ Techniek voor Luchtfoto’s • Wij raden aan deze techniek te gebruiken als u moeilijk kunt scherpstellen en u opnamen wenst te maken van wolken en dergelijke. Richt de camera op iets met een hoog contrast, druk de ontspanknop half in om de scherpstelling vast te zetten, richt dan de camera op het object en druk de ontspanknop helemaal in om de opname te maken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [HOGE DYNAMIEK] U kunt deze functie gebruiken om gemakkelijk beelden te maken waarin heldere en donkere regio’s van de scène uitgedrukt worden met gepaste helderheid wanneer u in de zon kijkt, ‘s nachts of in soortgelijke omstandigheden. ∫ Het effect instellen 1 Druk op 3/4 om het te gebruiken effect te kiezen en dan op [MENU/SET]. • Deze kan ingesteld worden vanaf het snelle menu (P34).
Geavanceerd (Opnamebeelden) [ONDER WATER] Dit is optimaal voor het maken van onderwaterfoto’s op meer dan 3 m diepte. Gebruik het zeekastje (DMW-MCFT2; optioneel) om onderwaterfoto’s op meer dan 10 m diepte te maken. ¢ Dit toestel heeft een waterbestendige/stofbestendige functie die bij “IP68” past. Het is mogelijk om beelden te maken op 10 m diepte gedurende 60 minuten lang. Onderwater scherpstellen (AF Lock) U kunt de scherpstelling vastzetten voordat u een opname maakt met vergrendelde AF.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] Functie: ñ· ¿ Geavanceerd (Opnamebeelden) Opname Bewegend Beeld Dit kan hoge definitie bewegende beelden die compatibel zijn met het AVCHD-formaat of bewegende beelden die opgenomen zijn in Motion JPEG opnemen. Audio zal mono opgenomen worden.
Geavanceerd (Opnamebeelden) A Start het opnemen door op de bewegend beeldknop te drukken. A Beschikbare opnametijd B Verstreken opnametijd • Laat de videoknop onmiddellijk na het indrukken los. • Dit toestel neemt tegelijkertijd het geluid op met de ingebouwde microfoon. (Bewegende beelden kunnen niet worden opgenomen zonder geluid.) • De indicator van de opnamestaat (rood) C zal flitsen tijdens het opnemen van bewegende beelden.
Geavanceerd (Opnamebeelden) • Raadpleeg P122 voor het [BEWEGEND BEELD] Functiemenu. • De flitsinstelling wordt vastgesteld op [Œ]. • P199 raadplegen voor informatie over de beschikbare opnametijd. • De beschikbare opnametijd die afgebeeld wordt op het scherm zou niet op regelmatige wijze af kunnen lopen. • Afhankelijk van het type kaart, kan de kaartaanduiding even verschijnen na het maken van bewegende beelden. Dit is geen storing.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Wanneer u instelt op intelligente automatische functie • Wanneer intelligente automatische functie geselecteerd is in stap 1, kan bewegend beeldopname die bij het onderwerp of opnamesituatie hoort uitgevoerd worden. ∫ Scènedetectie Wanneer het toestel de optimale scène identificeert, wordt de icoon van de scène in kwestie in het blauw gedurende 2 seconden afgebeeld, waarna die terugkeert naar zijn gewoonlijke rode kleur.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Veranderen van [OPNAMEFUNCTIE] en [OPN. KWALITEIT] Selecteer [OPNAMEFUNCTIE] vanaf het [BEWEGEND BEELD] menu en druk op 1. (P32) Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Opnameformaat Kenmerken [AVCHD Lite] • Selecteer dit formaat om HD (high definition) video op te nemen voor afspelen op uw HDTV m.b.v. een HDMI-verbinding. • Het kan afgespeeld worden door de kaart in een apparaat te steken dat compatibel is met AVCHD.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Aantekening • Het maken van bewegend beeld zou middenin kunnen stoppen wanneer één van de volgende kaarten gebruikt worden. – Kaarten waarop vaak opgenomen is en waar vaak van afgewist is – Kaarten die geformatteerd zijn m.b.v. een PC of andere apparatuur Voordat u beelden maakt, de kaart formatteren (P41) in het apparaat. Omdat het formatteren alle gegevens die op de kaart staan zal wissen, belangrijke informatie vooraf op de computer opslaan.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] Functie: ñ· ¿ Een beeld maken met Gezichtsdetectie functie Gezichtsdetectie is een functie die een gezicht vindt dat op een geregistreerd gezicht lijkt en het scherpstellen en de belichting automatisch prioriteit geeft. Zelfs als de persoon geplaatst is zich enigszins op de achtergrond bevindt of aan het uiteinde van een rij op een groepsfoto staat, kan het toestel toch een duidelijk beeld maken. [GEZICHT HERK.] wordt aanvankelijk ingesteld op [OFF] op het toestel.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Gezichtsinstellingen U kunt informatie registreren zoals namen en verjaardagen voor gezichtsbeelden van maximaal 6 personen. De registratie kan vergemakkelijkt worden door het maken van meerdere gezichtsbeelden van elk persoon.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Het registreren van gezichtsbeeld van een nieuw persoon Druk op [GEZICHT HERK.] op het [OPNAME] functiemenu en druk vervolgens op 1. (P32) Op 3/4 drukken om [MEMORY] te kiezen en vervolgens op [MENU/ SET] drukken. Druk op 3/4/2/1 om het frame van de gezichtsdetectie te selecteren dat niet geregistreerd is en druk vervolgens op [MENU/ SET]. Maak een beeld door het gezicht met de richtlijn af te stellen.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Onderdeel [NAAM] Beschrijving van instellingen Het is mogelijk namen te registreren. 1 Op 4 drukken om [SET] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 2 De naam invoeren. • Voor details over hoe karakters in te voeren, raadpleeg “Tekst Invoeren” sectie op P128. [LEEFTIJD] Het is mogelijk de verjaardag te registreren. 1 Op 4 drukken om [SET] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Geavanceerd (Opnamebeelden) De informatie veranderen of wissen voor een geregistreerde persoon U kunt de beelden of informatie modificeren van een al geregistreerde persoon. U kunt ook de informatie wissen van de geregistreerde persoon. 1 2 3 4 Selecteer [GEZICHT HERK.] van het [OPNAME] Functiemenu en druk vervolgens op 1. (P32) Druk op 4 om [MEMORY] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET].
Geavanceerd (Opnamebeelden) Automatische Registratie Wanneer [AUTOM. REGISTR.] ingesteld is op [ON], zal het registratiescherm automatisch afgebeeld worden na het maken van een beeld of van een gezicht dat een vaak voorkomt. • Registratiescherm wordt na ongeveer 3 beelden afgebeeld. (Het wordt niet meegerekend wanneer [BURSTFUNCTIE] en Auto bracket ingesteld staan.) • Het zou uiterst moeilijk kunnen zijn om alleen met [AUTOM. REGISTR.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [OPNAME] Functie: ñ· ¿ Nuttige functies op reisbestemmingen De dag van uw vakantie opslaan waarop u de foto maakt Voor details over de [SET-UP] menu-instellingen, P32 raadplegen. Als u de vertrekdatum of de reisbestemming van de vakantie vooraf instelt, wordt het aantal dagen dat voorbij is sinds de vertrekdatum (welke dag van de vakantie het is) opgenomen wanneer u het beeld maakt.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Op 3/4/2/1 drukken om de aankomstdatum (jaar/maand/dag) in te stellen, en druk dan op [MENU/SET]. • Als u de einddatum niet wil instellen, drukt u op [MENU/SET] terwijl de datumbalk op het scherm staat. Op 4 drukken om [LOCATIE] te kiezen en vervolgens op 1 drukken. Druk op 4 om [SET] te kiezen en dan op [MENU/SET]. De locatie invoeren. • Voor details over hoe karakters in te voeren, “Tekst Invoeren” op P128 raadplegen. Twee keer op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
Geavanceerd (Opnamebeelden) ∫ De vertrekdatum wissen De reisdatum wordt automatisch geannuleerd als de huidige datum na de terugkomstdatum is. Als u de reisdatum wilt annuleren vóór het einde van de vakantie, [OFF] selecteren op het scherm dat getoond wordt in stap 3 of 7 en vervolgens twee maal op [MENU/SET] drukken. Als de [REIS-SETUP] ingesteld is op [OFF] in stap 3, zal [LOCATIE] ook ingesteld worden op [OFF].
Geavanceerd (Opnamebeelden) Opnamedata/Tijden op Overzeese Reisbestemmingen (Wereldtijd) Voor details over de [SET-UP] menu-instellingen, P32 raadplegen. U kunt de plaatselijke tijden op de reisbestemmingen afbeelden en deze opnemen op de beelden die u maakt. • Kies [KLOKINST.] om de huidige datum en tijd op voorhand in te stellen. (P29) Selecteer [WERELDTIJD] vanuit het [SET-UP] menu en druk vervolgens op 1.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Op 3 drukken om [BESTEMMING] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. C Afhankelijk van de instelling verschijnt de tijd in uw vakantiebestemmingsgebied of uw eigen woongebied op het scherm. Druk op 2/1 om de zone te selecteren van uw reisbestemming en druk dan op [MENU/SET] om in te stellen. D Huidige tijd van het bestemmingsgebied E Tijdsverschil • Als de daglichtbesparingstijd [ ] gebruikt wordt op de reisbestemming, op 3 drukken. (De tijd wordt één uur vooruit gezet.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Het functiemenu [OPNAME] gebruiken [FOTO RES.] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Stel het aantal pixels in. Hoe hoger het aantal pixels, hoe fijner het detail van de beelden zal blijken zelfs wanneer ze afgedrukt worden op grote vellen. Toepasbare functies: ñ· ¿ ∫ Aspectratio [X]. ¢ Dit item kan niet ingesteld worden in de intelligente automatische functie.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Aantekening • “EZ” is een afkorting van “Extra optical Zoom”. • Een digitaal beeld is opgemaakt uit talrijke punten die pixels heten. Hoe groter het aantal pixels, hoe fijner het beeld zal zijn wanneer deze afgedrukt wordt op een groot stuk papier of afgebeeld wordt op een PC monitor. A Heel veel pixels (Fijn) B Weinig pixels (Grof) ¢ Deze opnamen zijn voorbeelden van dit effect. • Als u de aspectratio verandert, de beeldgrootte opnieuw instellen.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [ASPECTRATIO] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Dit biedt u de mogelijkheid de aspectratio van de beelden te kiezen die het best bij het afdrukken of het terugspelen past. Toepasbare functies: · ¿ [X]: [ASPECTRATIO] van een 4:3 TV [Y]: [ASPECTRATIO] van een 35 mm filmcamera [W]: [ASPECTRATIO] van een hoge-definitie TV, enz.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [GEVOELIGHEID] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Dit laat het aan de gevoeligheid voor licht (ISO-gevoeligheid) toe ingesteld te worden. Het instellen op een hoger figuur, staat u in staat ook op donkere plekken beelden te maken zonder dat de beelden donker worden.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [WITBALANS] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. In zonlicht, onder gloeilampen of in andere soortgelijke toestanden waar de kleur van wit naar roodachtig of blauwachtig gaat, past dit item zich aan de kleur van wit aan die het dichtst in de buurt zit van wat gezien wordt door het oog in overeenkomst met de lichtbron.
Geavanceerd (Opnamebeelden) ∫ De witbalans fijn afstellen [ ] U kunt de witbalans fijn instellen als u de gewenste tint niet krijgt met de gewone witbalans. • Stel de witbalans in op [V]/[Ð]/[î]/[Ñ]/[Ò]. 1 Druk op 3 [È], meerdere keren, totdat [WB INSTELLEN] verschijnt en druk dan op 2/1 om de Witbalans fijn in te stellen. 2 [ROOD]: Indrukken wanneer de tint blauwachtig is. 1 [BLAUW]: Indrukken wanneer de tint roodachtig is. 2 • Kies [0] om de oorspronkelijke Witbalans weer in te stellen.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [GEZICHT HERK.] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Specificeer het gezicht van een persoon en gebruik de functies van de gezichtsdetectie. Toepasbare functies: ñ· [OFF]/[ON]/[MEMORY]/[SET] ¿ Aantekening • Raadpleeg P95 voor details. [AF MODE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Op deze manier kunt u de focusmethode gebruiken die bij de posities en het aantal te selecteren onderwerpen past.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Aantekening • Het toestel is aan het scherpstellen op alle AF-zones wanneer meervoudige AF-zones (max. 11 zones) tegelijkertijd gaan branden in [ ]. Als u de focuspositie wilt bepalen om beelden te maken, de AF-functie naar [ƒ], [Ø] of [Ù] schakelen. • Als de AF-functie ingesteld is op [ ], wordt de AF-zone niet afgebeeld totdat er op het beeld scherpgesteld wordt. • De AF-functie naar [ƒ] of [Ø] schakelen als het moeilijk is scherp te stellen met behulp van [Ù].
Geavanceerd (Opnamebeelden) ∫ Over [ƒ] [1-zone-focussing (Hoge snelheid)] • U kunt sneller scherpstellen op het object dan in de andere AF-functies. • Het beeld kan even stoppen met bewegen voordat er scherpgesteld wordt wanneer u de ontspanknop tot de helft indrukt. Dit is geen storing. ∫ Opzetten van [ 1 ] (AF-opsporing) Breng het onderwerp naar de AF-opsporingsframe en druk op 4 om het onderwerp te vergrendelen.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [PRE AF] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Het toestel zal de focus automatisch afstellen afhankelijk van de instellingen. Toepasbare functies: · ¿ [OFF] [ ]: Snelle AF [ ] wordt afgebeeld op het scherm. [ ]: Continu AF¢ [ ] wordt afgebeeld op het scherm. ¢ In opname van bewegende beelden, kan alleen [ ] (Continu AF) geselecteerd worden. Over [ ] en [ ] [ ] zal de focus automatisch afstellen wanneer de beeldbibber van het toestel klein wordt.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [I. EXPOSURE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Contrast en belichting zullen automatisch aangepast worden wanneer er een groot verschil is in helderheid tussen de achtergrond en het onderwerp, om het beeld dichtbij te brengen naar hoe u ziet. Toepasbare functies: · [OFF]/[ON] Aantekening • Wanneer [ON] ingesteld is, is [ ] afgebeeld op het scherm.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [BURSTFUNCTIE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Beelden worden continu gemaakt terwijl de ontspanknop ingedrukt wordt. Selecteer de beelden die u echt mooi vindt tussen alle beelden die u gemaakt hebt. Toepasbare functies: ñ· [OFF]/[˜] ¿ Ongeveer 1,8¢ Burstsnelheid (opnamen/seconde) Aantal opnamen A max. 3 › max. 5 ¢ De Burstsnelheid is constant ongeacht de transfersnelheid van de kaart.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [I.RESOLUTIE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Beelden met een scherp profiel en een scherpe resolutie kunnen gemaakt worden m.b.v. de Intelligente Resolutietechnologie. Toepasbare functies: · [OFF]/[ON] [i.ZOOM]: [I.RESOLUTIE] wordt geactiveerd en de zoomvergroting wordt ongeveer 1,3k vergroot zonder merkbare achteruitgang in het beeld. Aantekening • Lees P52 voor informatie over de Intelligente Zoom. • [I.RESOLUTIE] is vastgesteld op [i.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [KLEURFUNCTIE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Met behulp van deze functies, kunnen de beelden scherper of zachter gemaakt worden, kunnen de kleuren van de beelden naar sepia kleuren gebracht worden of kunnen er andere kleur effecten verkregen worden. Toepasbare functies: ñ· [STANDARD]: Dit is de standaard instelling. [Happy]¢1: Beeld met verbeterde helderheid en levendigheid. [NATURAL]¢2: De opname wordt zachter.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [STABILISATIE] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Met behulp van deze functies, wordt golfstoring tijdens het maken van beelden opgespoord, en compenseert het toestel automatisch de golfstoring, het mogelijk makend golfstoringvrije beelden te maken. Toepasbare functies: · ¿ [OFF] [AUTO]: De optimum beeldbibber-compensatie is geselecteerd afhankelijk van de omstandigheid. [MODE1]: Golfstoring wordt altijd gecompenseerd tijdens [OPNAME] functie.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [AF ASS. LAMP] Voor details over [OPNAME] functiemenu, P32 raadplegen. Het object verlichten maakt het makkelijker scherp te stellen wanneer u bij weinig licht aan het opnemen bent en scherp wilt stellen, wat moeilijk is bij weinig licht. Toepasbare functies: · ¿ [OFF]: De AF-lamp gaat niet aan. [ON]: Wanneer u beelden maakt op donkere plekken, zal de AF-assistentielamp branden terwijl de ontspanknop tot de helft ingedrukt wordt. (Grotere AF-zones worden nu afgebeeld.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Het functiemenu [BEWEGEND BEELD] gebruiken [OPNAMEFUNCTIE] Voor details over [BEWEGEND BEELD] instellingen van het functiemenu raadplegen P32. Dit stelt het gegevensformaat van bewegende beelden op. Toepasbare functies: ñ· [ [AVCHD Lite]]/[ ¿ [MOTION JPEG]] Aantekening • Raadpleeg P92 voor details. [OPN. KWALITEIT] Voor details over [BEWEGEND BEELD] instellingen van het functiemenu raadplegen P32. Dit stelt de beeldkwaliteit van bewegende beelden op.
Geavanceerd (Opnamebeelden) [WINDREDUCTIE] Voor details over [BEWEGEND BEELD] instellingen van het functiemenu raadplegen P32. Dit reduceert het windgeluid in de geluidopname. Toepasbare functies: · ¿ [OFF]/[ON] Aantekening • Geluidskwaliteit zal anders zijn dan normaal wanneer [WINDREDUCTIE] ingesteld is. • [WINDREDUCTIE] werkt niet als foto’s met audio genomen worden. [LED LICHT] Voor details over [BEWEGEND BEELD] instellingen van het functiemenu raadplegen P32.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Instelknop: ¨ Het maken en bekijken van clipboardbeelden (Clipboardfunctie) Deze instelling is handig wanneer u beelden maakt van tijdroosters, routekaarten of andere informatie i.p.v. aantekeningen maken. Ongeacht het feit dat er een kaart inzit of niet, zijn de gegevens opgeslagen in de gewijde clipboardmap van het ingebouwde geheugen daarom kan deze onderscheden worden van de normaal gemaakte beelden en beschikbaar gemaakt worden om onmiddellijk bekeken te worden.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Clipboard-opnamemenu Het menuscherm verschijnt wanneer [MENU/SET] ingedrukt wordt tijdens opname van clipboardbeeld. Op 3/4 drukken om het gewenste menuonderdeel te kiezen en vervolgens op 1 drukken. Onderdeel [FOTO RES.] Beschrijving van de instelling Hiermee wordt de beeldresolutie gewijzigd. 2M : begininstelling (Verkies kwaliteit) 1M : verkies kwaliteit Hiermee wordt gelijktijdig met beeld geluid (5 seconden) opgenomen.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Clipboardbeelden bekijken Stel de functieknop in op [¨]. Druk op [(]. Op 2/1 drukken om het beeld te verplaatsen. 2: De vorige opname terugspelen. 1: De volgende opname terugspelen. • Druk op de [W] van de zoomhendel om de weergave van 12 schermpjes binnen te gaan. Om terug te keren naar de weergave op het volledige scherm drukt u op de [T] van de zoomhendel. ∫ Clipboardbeelden wissen De stappen die genomen worden zijn dezelfde als voor normaal wissen. Raadpleeg P58.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Clipboard afspeelmenu Wanneer [MENU/SET] ingedrukt wordt tijdens clipboard afspelen, verschijnt het menuscherm. (De genomen stappen zijn dezelfde als voor het “Clipboard-opnamemenu” (P125).) Onderdeel Beschrijving van de instelling Hiermee wordt de zoompositie vrijgegeven. [ANNULEER 1 Op 2/1 drukken om een clipboardbeeld te selecteren met MARK.] zoommarkering [ ]. 2 Druk op [MENU/SET] om te annuleren.
Geavanceerd (Opnamebeelden) Tekst Invoeren Het is mogelijk om namen van baby's en huisdieren en de namen van reisbestemmingen in te voeren wanneer u opneemt. (Er kunnen alleen alfabetische tekens en symbolen ingevoerd worden.) Het invoerscherm afbeelden en op 4 drukken om de letterselectie-sectie af te beelden. • U kunt het invoerscherm afbeelden via de volgende handelingen. – [NAAM] van [BABY1]/[BABY2] of [HUISDIER] (P80) in Scènefunctie. – [NAAM] in [GEZICHT HERK.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Gevorderd (Terugspelen) Beeld in Opeenvolging Afspelen (Diavoorstelling) U kunt de beelden afspelen die u gemaakt heeft in synchronisatie met muziek en u kunt dit doen in opeenvolging terwijl u een vastgestelde pauze laat tussen elk van de beelden. U kunt tevens een diavoorstelling samenstellen die opgemaakt is uit alleen stilstaande beelden, alleen bewegende beelden, alleen beelden van een bepaalde categorie of alleen favorieten.
Gevorderd (Terugspelen) ∫ Operaties die uitgevoerd worden tijdens diavoorstelling De cursor die afgebeeld wordt tijdens het terugspelen is dezelfde als 3/4/2/1. • Het menuscherm wordt hersteld wanneer [‚] ingedrukt wordt. A B C D ¢ Spelen/Pauze Stop Terug naar het vorige beeld¢ Verder naar het volgende beeld¢ Deze handelingen kunnen alleen uitgevoerd worden in de pauzefunctie of tijdens het afspelen van bewegend beeld.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Selecteren van Beelden en deze Terugspelen ([MODE PLAY]/[CATEGOR. AFSP.]/[FAVORIET AFSP.]) [MODE PLAY] Afspelen in [FOTO], [AVCHD Lite] of [MOTION JPEG] kan geselecteerd worden. Voer stappen 1 en 2 op pagina 129 uit. Op 3/4 drukken om [MODE PLAY] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. . Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Terugspelen) [CATEGOR. AFSP.] Deze functie biedt u de mogelijkheid beelden te zoeken per scènefunctie of andere categorieën (zoals [PORTRET], [LANDSCHAP] of [NACHTL. SCHAP]) en beelden te sorteren naar elk van de categorieën. U kunt dan de beelden in elke categorie terugspelen. Voer stappen 1 en 2 op pagina 129 uit. Op 3/4 drukken om [CATEGOR. AFSP.] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. . Op 3/4/2/1 drukken om de categorie te selecteren en dan op [MENU/SET] drukken om in te stellen.
Gevorderd (Terugspelen) [FAVORIET AFSP.] U kunt de beelden terugspelen die u ingesteld heeft als [FAVORIETEN] (P147) (Alleen wanneer [FAVORIETEN] ingesteldis op [ON] en er beelden zijn die ingesteld zijn op [FAVORIETEN]). Voer stappen 1 en 2 op pagina 129 uit. Druk op 3/4 om [FAVORIET AFSP.] selecteren en druk op [MENU/SET]. Aantekening • U kunt alleen [LCD ROTEREN], [PRINT INST.] of [BEVEILIGEN] in het [AFSPELEN] menu gebruiken.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Bewegende beelden terugspelen/Beelden met geluid • Dit apparaat was ontworpen om bewegende beelden en stilstaande beelden met geluid af te spelen m.b.v. de QuickTime Motion JPEG en AVCHD Lite-formaten die (alleen) met dit model genomen werden. • Alleen de [AVCHD Lite] films die met dit toestel en met Panasonic digitale camera’s (LUMIX) opgenomen werden, kunnen met dit toestel afgespeeld worden als AVCHD Lite formaat.
Gevorderd (Terugspelen) Beelden met geluid Op 2/1 drukken om het beeld te kiezen met het geluidspictogram [ ] en vervolgens op 3 drukken om het beeld met geluid terug te spelen. A A Geluidsicoon • Lees [AUDIO OPNAME] (P120) voor informatie over hoe u niet bewegende opnamen maakt met geluid. Aantekening • U kunt het geluid horen uit de speaker. Lees [VOLUME] (P36) voor informatie over hoe u het volume regelt in het [SET-UP] menu.
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Creëren van foto’s uit een video U kunt een afzonderlijke foto uit een opgenomen video creëren. Op 3 drukken om het terugspelen van bewegend beeld op pauze te zetten. Op [MENU/SET] drukken. Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Beeldgrootte [MOTION JPEG] ([HD])/ Beeldgrootte [AVCHD Lite] ([WVGA]) 2 M ([VGA])/ ([QVGA]) ([SH])/ ([L]) 0,3 M ([H])/ Beeldgrootte 2M • [KWALITEIT] is vastgesteld op [›].
Gevorderd (Terugspelen) [AFSPELEN] functie: ¸ Het functiemenu [AFSPELEN] gebruiken U kunt verschillende functies gebruiken in terugspeelfunctie om opnamen terug te spoelen, de beveiliging in te stellen voor deze opnamen, enz. • Met [TEKST AFDR.], [NW. RS.], [BIJSNIJD.] of [LEVELING] wordt er een nieuw bewerkt beeld gecreëerd.
Gevorderd (Terugspelen) [TITEL BEW.] U kunt tekst (commentaar) aan de beelden toevoegen. Nadat er tekst geregistreerd is, kan dit in de afdrukken gezet worden m.b.v. [TEKST AFDR.] (P140). (Er kunnen alleen alfabetische tekens en symbolen ingevoerd worden.) Selecteer [TITEL BEW.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Selecteer het beeld en druk vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen.
Gevorderd (Terugspelen) [SPLITS VIDEO] De opgenomen video kan in twee delen gesplitst worden. Dit wordt aanbevolen wanneer u een deel dat u nodig heeft wilt afsplitsen van een deel dat u niet nodig heeft. De video vóór het punt van splitsing wordt gewist. Selecteer [SPLITS VIDEO] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Druk op 2/1 om de te splitsen video te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. • De video wordt afgespeeld. Druk op 3 op het punt waarop u wilt splitsen. • De video wordt gepauzeerd.
Gevorderd (Terugspelen) [TEKST AFDR.] U kunt de opnamedatum/tijd, naam, plaats, reisdatum of titel op de gemaakte beelden afdrukken. Dit gaat voor printen van normale afmetingen. (Beelden met een afmeting groter dan [ ] worden verkleind als u de datum enz. erop wil laten afdrukken.) Selecteer [TEKST AFDR.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Selecteer het beeld en druk vervolgens op [MENU/SET] om in te stellen.
Gevorderd (Terugspelen) Druk op 3/4 om de tekstafdruk-onderdelen te selecteren en druk dan op 1. Druk op 3/4 om de instellingen te selecteren en druk vervolgens op [MENU/SET]. Onderdeel Instellingsitem [OFF] [OPNAMEDATUM] [ZON. TIJD]: Druk het jaar, de maand en de datum af. [MET TIJD]: Druk het jaar, de maand, de dag, het uur en de minuten af. [OFF] [NAAM] [ De naam die in de gezichtsherkenning geregistreerd was, zal afgedrukt worden.
Gevorderd (Terugspelen) Op [MENU/SET] drukken. • Als u [TEKST AFDR.] instelt voor een opname met een grotere beeldresolutie dan [ ] wordt de beeldresolutie kleiner dan wat u hieronder ziet. Aspectratio instellen Beeldgrootte / > / / Y / / / > W / / / > X • Wanneer u [ ] of [ ], selecteert, op 3 drukken om [JA] te selecteren voor het afdrukken van [LEEFTIJD] en druk dan op [MENU/SET] en ga verder naar stap 7. Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Terugspelen) [NW. RS.] De beeldgrootte (aantal pixels) reduceren Om gemakkelijk posten naar webpagina's, bijlagen naar email enz. toe te laten, wordt de beeldresolutie (aantal pixels) gereduceerd. Selecteer [NW. RS.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Selecteer het beeld en de grootte. 1 2 Instelling [ENKEL] Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en vervolgens op [MENU/ SET] drukken.
Gevorderd (Terugspelen) [BIJSNIJD.] U kunt eerst uitvergroten en dan een belangrijk deel van de opname kiezen. Selecteer [BIJSNIJD.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en druk vervolgens op [MENU/SET]. Gebruik het zoomhendeltje en druk op 3/4/2/1 om de te knippen delen te selecteren. Reductie Vergroting () De positie verplaatsen Zoomhendel (T): Vergroting Zoomhendeltje (W): Reductie 3/4/2/1: Verplaatsen () Op [MENU/SET] drukken.
Gevorderd (Terugspelen) [LEVELING] Enigszins kantelen van het beeld kan afgesteld worden. Selecteer [LEVELING] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Druk op 2/1 om het beeld te kiezen en druk vervolgens op [MENU/SET]. Druk op 2/1 om de kanteling bij te stellen en druk vervolgens op [MENU/SET]. 1: met de klok mee 2: tegen de klok in • Tot 2 o kan afgesteld worden. Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Druk op [‚] om terug te gaan naar het menuscherm.
Gevorderd (Terugspelen) [LCD ROTEREN] Deze stand biedt u de mogelijkheid automatisch beelden verticaal af te beelden als deze gemaakt zijn met het toestel verticaal gehouden. Selecteer [LCD ROTEREN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Op 4 drukken om [ON] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • De opnamen worden afgebeeld zonder gedraaid te worden wanneer u [OFF] kiest. • Lees P55 voor informatie over hoe u beelden terug kunt spelen. Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten.
Gevorderd (Terugspelen) [FAVORIETEN] U kunt het volgende doen als er een markering toegevoegd is aan opnamen en deze ingesteld zijn als favorieten. • Alleen de beelden die ingesteld zijn als favorieten afspelen. ([FAVORIET AFSP.]) • De opnamen die ingesteld zijn als favorieten alleen als diavoorstelling afspelen. • Alle beelden wissen die niet ingesteld zijn als favorieten. ([ALLES WISSEN BEHALVEÜ]) Selecteer [FAVORIETEN] op het [AFSPELEN] functiemenu.
Gevorderd (Terugspelen) [PRINT INST.] DPOF “Digital Print Order Format” is een systeem waarmee de gebruiker kan kiezen welke opnamen hij afdrukt, hoeveel exemplaren van elk beeld hij afdrukt en of de opnamedatum wel of niet afgedrukt moet worden met een DPOF-compatibele fotoprinter of fotograaf. Voor details raadpleegt u uw fotograaf.
Gevorderd (Terugspelen) ∫ Alle [PRINT INST.] instellingen annuleren 1 [ANNUL] op het scherm dat getoond wordt in stap 2 kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 2 Op 3 drukken om [JA] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. 3 Op [MENU/SET] drukken om het menu te sluiten. • U kunt [ANNUL] niet selecteren als er geen enkel beeld ingesteld is voor afdrukken.
Gevorderd (Terugspelen) [BEVEILIGEN] U kunt een beveiliging instellen voor opnamen waarvan u niet wilt dat ze per ongeluk gewist kunnen worden. Selecteer [BEVEILIGEN] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Op 3/4 drukken om [ENKEL] of [MULTI] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. [ENKEL] Selecteer het beeld en vervolgens op [MENU/SET] drukken. [MULTI] Wanneer [MULTI] geselecteerd is • Deze stappen herhalen voor elk beeld.
Gevorderd (Terugspelen) [GEZ.HERK. BEW.] U kunt de informatie m.b.t. de Gezichtsdetectie wissen of veranderen voor het geselecteerde beeld. Selecteer [GEZ.HERK. BEW.] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Op 3/4 drukken om [REPLACE] of [DELETE] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. Op 2/1 drukken om het beeld te selecteren en dan op [MENU/SET] drukken. • U kunt geen beelden selecteren waarvoor de informatie van Gezichtsdetectie niet geregistreerd is.
Gevorderd (Terugspelen) [KOPIE] Informatie van opnamen die u hebt gemaakt kan van het ingebouwde geheugen naar een kaart worden gekopieerd, van een kaart naar het ingebouwde geheugen of van een kaart naar de speciale klembordmap. • Wanneer u clipboardbeelden naar een kaart kopieert, [KOPIE] selecteren op het clipboard afspeelmenu. (P127) Selecteer [KOPIE] op het [AFSPELEN] functiemenu. (P32) Op 3/4 drukken om het menu-onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Aansluiten op andere apparatuur [AFSPELEN] functie: ¸ Aansluiten op andere apparatuur Beelden terugspelen op een TV-scherm Opnamen terugspelen met de AV-kabel (bijgeleverd) Voorbereiding: [TV-ASPECT] instellen. (P39) Schakel het toestel en de televisie uit. 1 Geel: naar de videoaansluiting 2 Wit: naar de geluidsaansluiting 3 Rood: naar de geluidsinputaansluiting A De markeringen uitlijnen en erin doen.
Aansluiten op andere apparatuur Opnamen terugspelen op een TV met een slot voor een SD-geheugenkaart De gemaakte stilstaande beelden kunnen afgespeeld worden op een TV met een SD-geheugenkaartgleuf. Aantekening • Afhankelijk van het TV-model kunnen de opnamen misschien niet afgespeeld worden op het hele scherm. • Bewegende beelden die opgenomen zijn met [AVCHD Lite] kunnen afgespeeld worden op Panasonic TV’s (VIERA) met de AVCHD-logomarkering. In alle andere gevallen, het toestel met de TV verbinden m.b.v.
Aansluiten op andere apparatuur Voorbereiding: Controleer de [HDMI-FUNCTIE]. (P40) Schakel het toestel en de televisie uit. HDMI IN 1 HDMI-aansluiting 2 TV met HDMI-aansluiting 3 HDMI mini (C-type) A De markeringen uitlijnen en erin doen. B HDMI-minikabel (optioneel) • Controleer de richting van de aansluitingen en trek de kabel er recht in/uit terwijl u de stekker vasthoudt. (Het schuin of in de verkeerde richting insteken van de stekker kan storingen veroorzaken door vervorming van de aansluiting.
Aansluiten op andere apparatuur Aantekening • Afhankelijk van de [ASPECTRATIO], zouden er stroken afgebeeld kunnen worden bovenaan en onderaan of links en rechts van de beelden. • Gebruik geen andere kabels dan echte Panasonic HDMI minikabels (RP-CDHM15, RP-CDHM30; optioneel). Onderdeelnummers: RP-CDHM15 (1,5 m), RP-CDHM30 (3,0 m) • Tijdens HDMI-output, wordt er geen beeld afgebeeld op de LCD-monitor.
Aansluiten op andere apparatuur Afspelen m.b.v. VIERA Link (HDMI) (HDAVI Control™) Wat is VIERA Link? • Met deze functie kunt u met behulp van de afstandsbediening voor de Panasonic-TV eenvoudige handelingen uitvoeren wanneer dit toestel met behulp van een HDMI-minikabel (optioneel) voor automatisch gekoppelde handelingen is aangesloten op het VIERA Link-compatibele apparaat. (Niet alle handelingen zijn mogelijk.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ Handige functies Ga te werk met de afstandbediening voor de TV. Dit wordt afgebeeld aan het begin wanneer u de VIERA Link gebruikt. 3/4/2/1: Selecteer het beeld. Meervoudig terugspelen [OK]: Ga naar de één-schermdisplay. Rode toets: Schakel de af te spelen gegevenstypen. [OPTION]: Beeld het selectiescherm van de Afspeelfunctie af. • Het soort gegevens voor afspelen verandert in de volgorde van [ALLE] > [ ]>[ ] > [ ] > [ALLE]. • Ofwel de [NORMAAL AFSP.
Aansluiten op andere apparatuur Aantekening • Bedieningsiconen worden verborgen door op [RETURN] te drukken of als er geen bediening uitgevoerd wordt gedurende een bepaalde tijd wanneer de bedieningsiconen afgebeeld worden. De bedieningsiconen worden afgebeeld wanneer één van de volgende toetsen ingedrukt wordt terwijl de bedieningsiconen niet afgebeeld worden.
Aansluiten op andere apparatuur Aansluiten op andere apparatuur Opslaan van de opgenomen stilstaande beelden en bewegende beelden Methoden om stilstaande en bewegende beelden te exporteren naar andere inrichtingen zullen variëren afhankelijk van het bestandsformaat. (JPEG, AVCHD Lite, of Motion JPEG). Hier volgen enige suggesties. Kopieer het afspeelbeeld m.b.v.
Aansluiten op andere apparatuur Kopiëren naar een PC met gebruik van “PHOTOfunSTUDIO 5.0 HD Edition” Bestandformaten die gebruikt kunnen worden: [JPEG], [AVCHD Lite], [Motion JPEG] Het is mogelijk om foto’s en video’s te verwerven die opgenomen zijn in de formaten [AVCHD Lite] of [MOTION JPEG], of om DVD-video’s van conventionele standaardkwaliteit te creëren uit de video die opgenomen was als [AVCHD Lite], met gebruik van “PHOTOfunSTUDIO 5.0 HD Edition” op de (bijgeleverde) CD-ROM.
Aansluiten op andere apparatuur Aansluiten op andere apparatuur Aansluiting op de PC U kunt opnamen op een PC zetten door het toestel en de PC met elkaar te verbinden. • Sommige PC's kunnen direct van de kaart lezen die uit de camera gehaald is. Voor details, de handleiding raadplegen van uw PC.
Aansluiten op andere apparatuur Het verkrijgen van stilstaande beelden en [MOTION JPEG] bewegende beelden (behalve [AVCHD Lite] bewegende beelden) Voorbereiding: Zet het toestel en de PC aan. Verwijder de kaart voordat u de beelden gebruikt in het ingebouwde geheugen. Stel de functieknop in op wat dan ook behalve [¨]. AV/DIGITAL /MULTI A USB aansluitkabel (bijgeleverd) • Controleer de richtingen van de connectors, en doe ze er recht in of haal ze er recht uit.
Aansluiten op andere apparatuur Sluit het toestel aan op een PC met de USB-kabel A (bijgeleverd). • Geen andere USB-verbindingkabels gebruiken dan de meegeleverde USB-verbindingkabel. Gebruik van andere kabels dan de meegeleverde USB-verbindingkabel zou storing kunnen veroorzaken. Op 3/4 drukken om [PC] te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken.
Aansluiten op andere apparatuur ∫ De inhoud bekijken van het ingebouwde geheugen of kaart m.b.v. de PC (mapsamenstelling) Mappen en beelden die verwerkt worden in de PC kunnen niet afgespeeld worden op het toestel. Er wordt aangeraden de “PHOTOfunSTUDIO 5.0 HD Edition” meegeleverde software op de CD-ROM (bijgeleverd) te gebruiken wanneer u het beeld van PC naar een kaart schrijft.
Aansluiten op andere apparatuur Beelden afdrukken Als u het toestel verbindt aan een printer die PictBridge verdraagt, kunt u de af te drukken beelden selecteren en aangeven dat het afdrukken gestart moet worden op de LCD-monitor van het toestel. • Sommige printers kunnen direct van de kaart afdrukken die uit de camera gehaald is. Voor details, de handleiding raadplegen van uw printer. Voorbereiding: Het toestel en de printer aanzetten.
Aansluiten op andere apparatuur Aantekening • Geen andere USB-verbindingkabels gebruiken dan de meegeleverde USB-verbindingkabel. Gebruik van andere kabels dan de meegeleverde USB-verbindingkabel zou storing kunnen veroorzaken. • Zet het toestel uit voordat u de AC-adapter (optioneel) verbindt of loskoppelt. • Voordat u er een kaart indoet of uithaalt, het toestel uitzetten, en de USB-verbindingskabel loskoppelen.
Aansluiten op andere apparatuur Meerdere beelden kiezen en uitprinten Op 3 drukken. Op 3/4 drukken om het onderdeel te kiezen en vervolgens op [MENU/SET] drukken. • Als het scherm van de afdrukcontrole verschenen is, [JA] selecteren en de beelden afdrukken. PictBridge MULTI SELECTEREN ALLES SELECTEREN PRINT INST. (DPOF) FAVORIETEN ANNUL Onderdeel SELEC INST. Beschrijving van instellingen [MULTI SELECTEREN] Meerdere beelden tegelijkertijd worden nu afgedrukt.
Aansluiten op andere apparatuur Printinstellingen Selecteer de items en stel deze zowel op het scherm in stap 2 van de “Een beeld kiezen en uitprinten” als in stap 3 van de “Meerdere beelden kiezen en uitprinten” procedures in. • Wanneer u beelden wilt afdrukken op een papierformaat of met een opmaak die niet verwerkt worden door het toestel, stelt u [PAPIERAFMETING] of [LAY-OUT PAGINA] in op [{] en stelt u vervolgens het papierformaat of de opmaak in op de printer.
Aansluiten op andere apparatuur [PAPIERAFMETING] Onderdeel { Beschrijving van instellingen De printerinstellingen hebben voorrang. [L/3.5qk5q] 89 mmk127 mm [2L/5qk7q] 127 mmk178 mm [POSTCARD] 100 mmk148 mm [16:9] 101,6 mmk180,6 mm [A4] 210 mmk297 mm [A3] 297 mmk420 mm [10k15cm] 100 mmk150 mm [4qk6q] 101,6 mmk152,4 mm [8qk10q] 203,2 mmk254 mm [LETTER] 216 mmk279,4 mm [CARD SIZE] 54 mmk85,6 mm • Papiermaten die niet verdragen worden door de printer zullen niet afgebeeld worden.
Aansluiten op andere apparatuur [LAY-OUT PAGINA] (Paginaopmaken die ingesteld kunnen worden met dit toestel) Onderdeel { Beschrijving van instellingen De printerinstellingen hebben voorrang. á 1 beeld zonder frame op 1 pagina â 1 beeld met een frame op 1 pagina ã 2 beelden op 1 pagina ä 4 beelden op 1 pagina • U kunt geen enkel onderdeel kiezen als de paginaopmaak niet verwerkt kan worden door de printer.
Overige Overige Schermdisplay ∫ In Opname Opnemen met de normale opnamefunctie [!] (Begininstelling) 1 Opnamefunctie 2 Flitsfunctie (P62) 3 AF-zone (P50) 4 Focus (P50) 5 Beeldgrootte (P106) 6 Kwaliteit (P107) 7 Batterij-aanduiding (P21) 8 Aantal opnamen¢1 (P195) 9 Ingebouwd geheugen (P27) F3.
Overige ∫ Tijdens de opname (na het instellen) 17 AF-opsporing (P114) : AF-macrofunctie (P67) : Macro-zoomfunctie (P68) 18 Witbalans (P110) 19 ISO-gevoeligheid (P109) maximum niveau ISO-gevoeligheid (P108) C 20 Kleurfunctie (P119) 21 Beschikbare opnametijd (P89): R8m30s 22 AF-Puntzone (P112) 23 Naam¢2 (P80) 24 Histogram (P61) 25 Reisdatum (P101) 26 Verstreken opnametijd (P89) AF-opsporingoperatie (P47, 114) : Intelligente ISO (P108) 27 Huidige datum en tijd/“: Reisdatum ingesteld¢3 (P104) Zoom/Extra optisc
Overige ∫ In Terugspelen 1 Terugspeelfunctie (P55) 2 Beveiligd beeld (P150) 3 Favorieten (P147) : Zoommarkering (P126) 1/7 1 4 Afgedrukt met tekstaanduiding (P140) 5 Beeldgrootte (P106) 6 Kwaliteit (P107) 7 Batterij-aanduiding (P21) 8 Map/bestandsnummer (P165) 10:00 1.DEC.
Overige Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik (Belangrijk) Over de waterbestendige/stofbestendige en antischokprestatie van het toestel • Dit toestel heeft een waterbestendige/stofbestendige functie die bij “IP68” past. Het is mogelijk om beelden te maken op 10 m diepte gedurende 60 minuten lang.¢1 ¢1 Dit betekent dat het toestel onder water gebruikt kan worden voor een specifieke tijd onder een gespecificeerde druk in overeenkomst met de hanteringmethode die vastgesteld is door Panasonic.
Overige Wat u wel en niet moet doen met dit toestel Laat het toestel niet vallen, klop er niet mee en oefen er geen zware kracht op uit. • Erop letten de tas/hoes waar het toestel inzit nergens tegen aan te stoten en niet te laten vallen aangezien dit schade zou kunnen opleveren aan het toestel, de lens of de LCD-monitor. • Geen andere spullen aan de handriem hangen die bij het toestel wordt geleverd.
Overige Zorgdragen voor de fotocamera • Let extra op als u het kaart-/batterijdeksel of het deksel van de aansluitpunten opent of sluit op plaatsen met zand of stof omdat hierdoor water in het toestel kan dringen en/of een storing kan veroorzaken. • Raak de lens of de uiteindezones niet met vuile handen aan. • Het toestel niet hard schudden of stoten bezorgen door het te laten vallen of het ergens tegen aan laten slaan. Geen zware druk uitoefenen.
Overige Schoonmaken Voordat u het toestel schoonmaakt, de batterij eruit halen of de stroomplug uit het stopcontact halen. Vervolgens het toestel afnemen met een droge zachte doek. • Wanneer het toestel vuil is, kan het schoongemaakt worden door het vuil eraf te wrijven met een uitgewrongen natte doek en vervolgens met een droge doek. • Geen oplosmiddelen gebruiken zoals benzine, verdunner, alcohol, reinigingsmiddelen, afwasmiddelen, enz.
Overige Batterij De batterij is een oplaadbare lithium-ionbatterij. De stroom wordt opgewekt door de chemische reactie in de batterij. Deze reactie wordt beïnvloed door de temperatuur en de vochtigheid. Door te hoge of te lage temperaturen gaan batterijen minder lang mee. Haal de batterij altijd uit het toestel na gebruik. • Steek de batterij in de meegeleverde batterijhouder (meegeleverd). Als u de batterijen per ongeluk laat vallen, controleert u of de batterijen en de aansluitingen beschadigd zijn.
Overige Kaart De kaart niet op plaatsen met een hoge temperatuur bewaren, waar makkelijk elektromagnetische golven of statische elektriciteit opgewekt kunnen worden, of op plaatsen die blootgesteld zijn aan direct zonlicht. De kaart niet plooien of laten vallen. • De kaart kan beschadigd worden of de opgenomen inhoud zou beschadigd of uitgewist kunnen worden. • De kaart in de kaarthoes of het zakje doen na gebruik en wanneer u de kaart opslaat of vervoert.
Overige Wanneer u het toestel niet gebruikt gedurende een lange tijdsperiode • De batterij op een koele en droge plaats opbergen met een relatief stabiele temperatuur: (Aanbevolen temperatuur: 15 oC tot 25 oC, Aanbevolen vochtigheid: 40% tot 60%) • De batterijen en de kaart altijd uit het toestel verwijderen. • Als de batterijen in het toestel gelaten worden zullen ze ontladen zelfs als het toestel uitstaat.
Overige Waarschuwingen op het scherm Soms verschijnen op het scherm bevestigingen of foutmeldingen. De belangrijkste meldingen worden hieronder beschreven. [GEHEUGENKAART TEGEN SCHRIJVEN BEVEILIGD] > De Schrijfbeveiligingschakelaar op de kaart is verplaatst naar [LOCK]. De beveiliging terugverplaatsen om deze te ontgrendelen. (P28) [GEEN JUISTE FOTO OM WEER TE GEVEN] > Een beeld opnemen of een kaart in het toestel doen met een opgenomen beeld en dit vervolgens afspelen.
Overige [FOUT INT. GEHEUGEN FOTM. INT. GEH. ?] • Dit bericht zal afgebeeld worden wanneer u het ingebouwde geheugen formatteert op een PC. > Formatteer het ingebouwde geheugen op het toestel opnieuw. (P41) De gegevens op het ingebouwde geheugen zullen gewist worden. [STORING GEHEUGENKAART KAART FORMATEREN ?] • Het is een formaat dat niet gebruikt kan worden met dit toestel. > De kaart opnieuw formatteren met het toestel nadat de nodige gegevens op een PC enz. opgeslagen zijn.
Overige [DEZE KAART IS NIET GEFORMAT. MET DEZE CAMERA, EN NIET GESCHIKT VOOR FILMOPN.] • De schrijfsnelheid is lager als de kaart geformatteerd is m.b.v. een PC of andere uitrusting. Als een gevolg hiervan, zou een opname van bewegend beeld middenin kunnen stoppen. Als dit gebeurt, een back-up maken van de gegevens en de kaart in dit apparaat formatteren (P41). [KAN NIET OPNEMEN WEGENS INCOMPATIBELE GEGEVENSINDELING (NTSC/ PAL) OP KAART.
Overige Problemen oplossen Probeer eerst de volgende procedures (P185–194). Als het probleem niet opgelost wordt, kan deze verbeterd worden door [RESETTEN] (P38) te selecteren op het [SET-UP] menu wanneer u beelden maakt. Batterijen en stroom Het toestel kan niet bediend worden zelfs wanneer het aanstaat. • De batterij is er niet goed ingedaan. (P24) • De batterij is op. Het toestel gaat uit onmiddellijk nadat het aangezet is. • De batterij is op. • Als u het toestel aanlaat, zal de batterij opgaan.
Overige Opnemen Heet beeld kan niet opgenomen worden. • Is de functieknop correct ingesteld? • Is er nog ruimte over in het ingebouwde geheugen of op de kaart? > De onnodige beelden wissen om het beschikbare geheugen te vergroten. (P58) Het opgenomen beeld is witachtig. • Het beeld kan witachtig worden als er vuil zoals vingerafdrukken op de lens zit. > Wanneer deze vuil is, het oppervlak van de lens voorzichtig afvegen met zachte en droge doek. De zone om waar de beelden genomen werden wordt donker.
Overige Het is niet mogelijk beelden maken m.b.v. auto bracket. • Is het aantal opneembare beelden 2 of minder? Het opgenomen beeld ziet er onafgewerkt uit. Er verschijnt ruis op het beeld. • Is de ISO-gevoeligheid hoog of de sluitertijd langzaam? (De ISO-gevoeligheid is ingesteld op [AUTO] wanneer het toestel vervoerd wordt. Daarom zal er, wanneer u binnenshuis beelden enz. maakt, ruis optreden.) > De ISO-gevoeligheid verminderen. (P109) > Stel [KLEURFUNCTIE] in op [NATURAL].
Overige Lens Het opgenomen beeld zou vervormd kunnen worden of er zou zich een kleur om het onderwerp kunnen bevinden die er niet hoort. • Het is mogelijk dat het onderwerp enigszins vervorm is of dat de randen gekleurd worden, afhankelijk van de zoomvergroting, wegens de kenmerken van de lens. De omlijningen van het beeld zouden vervormd eruit kunnen zien omdat het perspectief verbeterd is wanneer de brede hoek gebruikt is. Dit is geen storing.
Overige Flits De flits is niet geactiveerd. • Staat de flitsinstelling op [Œ]? > De flitsinstelling wijzigen. (P62) • De flitsfunctie is niet beschikbaar wanneer auto bracket (P71) of [BURSTFUNCTIE] (P117) in [OPNAME] functiemenu ingesteld is. Flits wordt verschillende keren geactiveerd. • De flits wordt twee maal geactiveerd wanneer de rode-ogenreductie (P63) ingesteld is.
Overige Het mapnummer en het bestandsnummer worden afgebeeld als [—] en het scherm wordt zwart. • Is dit een niet-standaard beeld, een beeld die bewerkt is m.b.v. een PC of een beeld die gemaakt is door een ander merk digitale camera? • Heeft u de batterij onmiddellijk na het maken van het beeld verwijderd of heeft u een beeld gemaakt m.b.v. een batterij met een lage resterende stroom? > Formatteer de gegevens om het hierboven genoemde beeld te wissen.
Overige TV, PC en printer Het beeld verschijnt niet op de televisie. • Is het toestel correct op de TV aangesloten? > De TV-input instellen op extern. • Uitvoer vanaf de [HDMI]-aansluiting is niet mogelijk wanneer het toestel is verbonden met de PC of de printer. > Sluit deze alleen aan op de TV. De displayzones op het TV scherm en de LCD-monitor van het toestel verschillen.
Overige De kaart wordt niet herkend door de PC. (Het ingebouwde geheugen wordt wel herkend.) > De USB-kabel losmaken. Maak de kabel pas vast als de kaart in het toestel zit. • Wanneer de functieknop ingesteld is op [¨], zal de inhoud van het ingebouwde geheugen afgebeeld worden. > Stel de functieknop in op wat dan ook behalve [¨]. De kaart wordt niet door de PC herkend (er wordt een SDXC-geheugenkaart gebruikt) > Controleer of uw PC compatibel is met SDXC-geheugenkaarten. http://panasonic.
Overige Het kaart-/batterijdeksel, of het deksel van de aansluitpunten, gaat niet dicht. • Zitten onbekende deeltjes in het toestel vast? > Verwijder de onbekende deeltjes. (P8) • Bij het sluiten moet u de [LOCK] schakelaar niet in de vergrendelde stand zetten. Dit kan schade of lekkage veroorzaken. > Ontgrendel de schakelaar. (P8, 24) Een gedeelte van het toestel zoals de zoomhendel en de kaart-/batterijklep en uiteindebescherming beweegt niet.
Overige De klok is opnieuw ingesteld. • Als u het toestel niet voor lange tijd gebruikt, kan de klok opnieuw ingesteld worden. > [AUB KLOK INSTELLEN] bericht zal afgebeeld worden; gelieve de klok opnieuw instellen. Wanneer u beelden maakt, zal het niet mogelijk zijn de correcte datum op te nemen zonder de klok in te stellen. (P29) Wanneer beelden gemaakt worden m.b.v. de zoom, zijn ze enigszins vervormd en hebben de zones rondom het onderwerp kleuren die er in het echt niet zijn.
Overige Overige Aantal mogelijke beelden en beschikbare opnametijd • Het aantal mogelijke opnamen en de opnametijd zijn correct bij benadering. (Ze wijzigen afhankelijk van de opnamecondities en het kaarttype.) • Het aantal mogelijke opnamen en de beschikbare opnametijd variëren afhankelijk van de onderwerpen.
Overige Aspectratio X ( Beeldgrootte ) ( ) Kwaliteit A › A › Ingebouwd geheugen (Ongeveer 40 MB) 27 53 195 310 150 290 1080 1690 300 580 2150 3350 600 1160 4310 6710 1220 2360 8770 12290 2410 4640 17240 24130 3660 7050 26210 36700 4910 9440 35080 49120 7400 14240 52920 74090 98830 Kaart 256 MB 512 MB 1 GB 2 GB 4 GB 6 GB 8 GB 12 GB 16 GB 24 GB 32 GB 48 GB 64 GB 9880 19000 70590 14350 27590 102500 143510 19820 38120 141620 198260 28020 52030 182130
Overige Aspectratio Y ( Beeldgrootte ) ( ) ( ) Kwaliteit A › A › A › A › Ingebouwd geheugen (Ongeveer 40 MB) 7 11 10 15 12 20 21 38 Kaart 256 MB 512 MB 1 GB 2 GB 4 GB 6 GB 8 GB 12 GB 16 GB 24 GB 32 GB 48 GB 64 GB 45 66 59 88 69 115 115 210 90 130 115 175 135 220 230 420 180 260 230 350 270 460 470 850 360 540 480 720 560 930 950 1700 720 1060 940 1410 1100 1820 1880 3350 1100 1620 1440 2150 1680 2770 2860 5090 1470 2170 1930 288
Overige Aspectratio W ( Beeldgrootte ) ( ) ( ) Kwaliteit A › A › A › A › Ingebouwd geheugen (Ongeveer 40 MB) 8 13 10 17 12 22 24 45 Kaart 256 MB 512 MB 1 GB 2 GB 4 GB 6 GB 8 GB 12 GB 16 GB 24 GB 32 GB 48 GB 64 GB 50 75 62 98 71 125 135 240 100 150 120 195 140 240 260 490 200 300 250 390 280 490 530 990 400 610 500 790 570 1000 1090 1980 800 1200 990 1560 1130 1970 2150 3890 1220 1830 1510 2380 1730 3000 3270 5910 1630 2450 2020
Overige ∫ Beschikbare opnametijd (om bewegende beelden op te nemen) Bestandsformaat [AVCHD Lite] [MOTION JPEG] Instelling beeldkwaliteit Ingebouwd geheugen (Ongeveer 40 MB) 256 MB 1 min 24 s Kan niet gebruikt worden. Kan niet gegarandeerd worden tijdens werking.
• SDXC logo is een handelsmerk van SD-3C, LLC. • “AVCHD”, “AVCHD Lite” en het “AVCHD”, “AVCHD Lite” Logo zijn handelsmerken van Panasonic Corporation en Sony Corporation. • Gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories. Dolby en het symbool double-D zijn handelsmerken van Dolby Laboratories. • HDMI, het HDMI logo en High-Definition Multimedia Interface zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van HDMI Licensing LLC in de Verenigde Staten en andere landen.